SGP jaaroverzicht 1990

Uit: P. Lucardie, M. Nieboer en I. Noomen, ‘Kroniek 1990. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1990’ in: G. Voerman (red.), Jaarboek 1990 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1991), 14-57, aldaar 48-52.

inleiding

Voor de SGP was 1990 een rustig jaar. Een door het Hoofdbestuur in­ge­stelde ‘Commissie Toelichting Program van beginselen’ ging zich bezig houden met het schrijven van een toelichting op het nieuwe beginselprogramma dat na veel discussie in november 1989 was vastgesteld. Bij de gemeenteraadsverkiezingen boekte de partij enige vooruitgang. Opvallend was bovendien de groei van de SGP-jongeren­or­ga­ni­sa­tie, die haar ledental zag stijgen tot boven de 10.000 en daarmee de grootste politieke jongerenorganisatie in het land was geworden. Voor enkele rimpelingen in het bestaan van de SGP zorgde de Landelijke Stichting tot Handhaving van de Staatkundig Gereformeerde Beginselen.

gemeenteraadsverkiezingen

Evenals voor GPV en RPF verliepen de verkiezingen van 21 maart voor de SGP gunstig. De partij zag haar totale aantal raadszetels stijgen van 297 in 1986 naar 314 in 1990. In 88 gemeenten nam de SGP zelfstandig deel, in 89 gemeenten werkte ze samen met GPV en/of RPF. Evenals het GPV schreef de SGP de behaalde winst onder andere toe aan de lage opkomst, die in het voordeel van ‘principiële’ partijen zoals de SGP zou zijn, die een trouwe achterban hebben. Het aantal staatkundig-ge­re­for­meer­de wethouders nam licht toe tot 36.

Aan het einde van het jaar wierpen de Provinciale Statenverkiezingen van 6 maart 1991 hun schaduw reeds vooruit. In december leverde de vaststelling van de kandidatenlijst in Overijssel problemen op. Het pro­vin­ciaal bestuur plaatste in samenwerking met de statenkringen G. Mor­sink bovenaan de lijst. Hij verdrong hiermee fractievoorzitter J.H. Wolterink - die reeds twintig jaar statenlid was - naar de tweede plaats. Omdat deze volgorde niet kon rekenen op de goedkeuring van het hoofd­bestuur kwam Wolterink na overleg tussen alle betrokkenen uit­ein­delijk toch weer op de eerste plaats te staan.

Algemene Vergadering

De SGP hield haar Algemene Vergadering op 24 februari in Utrecht. De voor­zitter van de Tweede Kamerfractie B.J. van der Vlies sprak de tra­di­tionele jaarlijkse rede uit, getiteld ‘Al wisselen haar tonelen’. Tijdens de verkiezingen voor het Hoofdbestuur werden C.G. Boender en S. de Jong herkozen. K. van der Plas - zeventien jaar lid van het Hoofdbestuur - nam afscheid. Voor hem kwam H. Uil in de plaats. Verder stond op de agenda een voorstel van de kiesvereniging Tholen om artikel 12 van het Algemeen Reglement (handelende over de afvaardiging) zodanig te wij­zigen dat grotere verenigingen meer afgevaardigden naar de Algemene Vergadering zouden kunnen sturen. Het voorstel werd uiteindelijk verworpen. Aan de orde kwam verder de vraag van de kiesvereniging Woerden waarom concept-programma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen niet eerst worden voorgelegd aan de kiesverenigingen, zoals bij andere partijen gebruikelijk is. Voorzitter D. Slagboom antwoordde dat door het Hoofdbestuur ingestelde commissies de concept-programma’s opstellen en dat bij de samenstelling van die commissies steeds werd gezorgd voor een inbreng vanuit de partij. Hij zegde toe dat in de toekomst de partij-inbreng vergroot zou worden. Het Hoofdbestuur zou echter de definitieve programma’s blijven vaststellen.

De Banier

Het Hoofdbestuur stelde in zijn vergadering van 12 mei een nieuw reglement vast voor het partijblad De Banier. De opvallendste verandering was dat de naast de redactie bestaande redactiecommissie werd op­geheven. De redactie moest voortaan bestaan uit ten minste vijf personen, waaronder tenminste twee leden van het Hoofdbestuur. In de nieu­we redactie werden benoemd W.Chr. Hovius en J. Pijl (leden van het Hoofdbestuur), D. Nieuwenhuis (hoofd Partijbureau), Van der Vlies en M. de Bruyne (voorlichter Tweede Kamerfractie). Hovius bleef hoofdredacteur.

Landelijke Stichting tot Handhaving van de Staatkundig Gereformeerde Beginselen

De Landelijke Stichting tot Handhaving van de Staatkundig Gereformeerde Beginselen (een conservatieve vleugel binnen de partij) kon zich, ondanks aanpassingen die onder druk van de Stichting tot stand waren gekomen (zie hiervoor de kroniek van het Jaarboek DNPP 1989), niet verenigen met het nieuwe beginselprogramma van de SGP. Voor drie bestuursleden was dit aanleiding om uit de partij te stappen. Volgens artikel 5 van de statuten van de Stichting moesten bestuursleden echter ook lid zijn van de SGP. Het merendeel van de overgebleven bestuursleden wilde de statuten niet zodanig wijzigen dat de drie lid van het bestuur konden blijven. Bovendien zagen ze geen mogelijkheden de werkzaamheden van de Stichting voort te zetten, waarna zij besloten haar op te heffen. Een viertal (oud)-bestuursleden - waaronder de drie die uit de SGP getreden waren - richtte vervolgens een nieuwe stichting op met de naam ‘Landelijke Stichting ter Bevordering van de Staatkundig Gereformeerde Beginselen’. In de statuten werd vastgelegd dat een absolute meerderheid van het bestuur SGP-lid moest zijn. Niet-par­tij­le­den konden er voortaan wel deel van uitmaken. De nieuwe Stichting stelde zich ten doel het bevorderen van de staatkundig gereformeerde be­ginselen zoals omschreven in bet SGP-beginselprogram van 1918, voor het laatst gewijzigd in 1972. Het bestuur werd gevormd door P.H. op ‘t Hof, M. van Manen, L.J. Molenaar en M.J. Peters. Vooralsnog was slechts één van hen tevens lid van de SGP. De nieuwe Stichting zette het blad van haar voorganger - In het SGspoor - voort onder dezelfde naam. Ook het uiterlijk en de vormgeving veranderden niet. De meeste bestuursleden van de oude stichting zagen de nieuwe niet als een officië­le voortzetting van hun bezigheden en lieten weten geen enkele ver­antwoordelijkheid te willen dragen voor het doen en laten van de nieuwkomer.

verwante instellingen en publikaties

Evenals vorig jaar boekte het Landelijk Verband van Staatkundig Gereformeerde Studieverenigingen (LVSGS)/SGP-jongeren in 1990 een spectaculaire ledenwinst. Tijdens de reformatorische gezinsbeurs Wegwijs, die in oktober in Utrecht gehouden werd, overschreed de organisatie ruim de grens van 10.000 leden. In twee jaar tijd waren er maar liefst 6500 nieuwe leden bijgekomen. De partij zelf bracht haar populariteit bij jongeren in verband met het succes van het partijblad Klik, dat zich richt op jongeren van 12 tot 16. Op de gezinsbeurs presenteerde het LVSGS de brochure De kleine kracht van de hand van de voorlichtingssecretaris van de SGP M. Dankers. De publikatie - speciaal voor jongeren geschreven - behandelt de geschiedenis van de SGP vanaf haar oprichting tot aan de Tweede Wereldoorlog.

De Stichting Studiecentrum van de SGP (het wetenschappelijk bureau) hield op 27 april een congres met de titel ‘Emancipatie als dwangbuis’. In november publiceerde het Studiecentrum het rapport Levensbeëindigend handelen door artsen?!,samengesteld door G. Holdijk, J. Mulder en W.L.H. Smelt, die een principiële ethische discussie over dit onderwerp bepleiten. Het Studiecentrum publiceerde tevens Strafrechtspleging en reformatie van de hand van F.W.J. den Ottolander.

De SGP-er L. van der Waal, lid van het Europees Parlement voor SGP, GPV en RPF, schreef de brochure Enkele reis Den Haag - Brussel over de Europese eenwording.

Ds. Kersten

Naar aanleiding van twee nieuw verschenen publikaties ontstond enige, discussie in de partij over de houding van de vroegere SGP-voorman G.H. Kersten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het eerste geschrift - Wachters op de muren van T.W. van Bennekom - beschrijft hoe de Gereformeerde gezindte reageerde op de opkomst van de nazi-ideologie en het nationaal-socialisme in Nederland. Het tweede was de dissertatie van W. Fieret - zelf lid van de SGP - getiteld De Staatkundig Gereformeerde Partij 1918-1948: een bibliocratisch ideaal. Deze publikatie was voor het Hoofdbestuur aanleiding om in De Banier van 1 november een verklaring af te leggen waarin het constateerde dat Kersten ‘ten diepste onvoldoende oog (heeft) gehad voor de gevaren van het nationaal-socialisme’. Over de zuivering in 1945 waarbij Kersten niet meer tot de Tweede Kamer werd toegelaten zegt de verklaring: ‘De zuivering van ds. Kersten is in de partij door iedereen op zichzelf betreurd, tegelijkertijd door velen betwist en door anderen gebillijkt. De partij zelf kwam niet tot een definitieve uitspraak, hetgeen achteraf beschouwd moet worden betreurd’.

personalia

De fractievoorzitter van de SGP in de gemeenteraad van Genemuiden raakte in november in opspraak. Hij werd gearresteerd in afwachting van een onderzoek naar zijn betrokkenheid bij het verduisteren van tapijten uit de fabriek waar hij werkzaam was. De plaatselijke kiesvereniging royeerde hem als lid wegens zijn betrokkenheid bij deze zaak.

 

Laatst gewijzigd: 1 24-05-2012 14:25:35