Gemeenteraadsverkiezingen 2002

Uit: J. Hippe, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2002. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2002' in: Jaarboek 2002 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2004), 18-180, aldaar 19-22.

gemeenteraadsverkiezingen 2002

In 458 gemeenten werden op 6 maart gemeenteraadsverkiezingen gehouden; in de overige 38 was dat niet nodig vanwege recente ge­meen­telijke herindelingen. Evenals in 1998 en 1994 werden de raads­verkiezingen in 2002 veelal gezien als test voor de Tweede-Kamerver­kie­zingen van mei. Verlies van de drie paarse regeringspartijen – D66, PvdA en VVD – tekende zich in maart al duidelijk af. De Democraten verloren ruim 170 zetels, de VVD ruim 300 en de PvdA bijna 500 (zie tabel 1). Ook als men rekening houdt met de vermindering van het totaal aantal zetels (van ruim 10.000 naar ruim 9.000) ten gevolge van gemeentelijke herin­delingen (waardoor de uitkomsten moeilijk te verge­lijken zijn met 1998), dan zijn dit forse verliezen. De sociaal-demo­craten gingen vooral fors achteruit in hun traditionele bolwerken in het Noorden en in Rotterdam en omgeving. De liberalen leden met name in de Rand­stad aanzienlijke verliezen. Het CDA wist zijn positie daaren­tegen te handhaven: het ver­lies van krap 250 zetels is toe te schrijven aan de vermindering van het totaal aantal zetels. Bij Groen­Links en SGP betekende het beperkte verlies aan zetels re­latief een (beschei­den) voor­uitgang. De SP echter verloor meer dan verwacht had mogen wor­den. De Chris­tenUnie boekte winst, ook in absolute zin. Daarbij dient men echter te bedenken dat sommige lokale christelijke groeperingen nu onder de vlag van de Chris­tenUnie aan de verkiezingen deelnamen en dat samenwerkingsver­banden van RPF en/of GPV met SGP uit 1998 in een aantal gevallen werden ontbonden.

Ook de overige landelijke partijen behaalden meer zetels dan in 1998 – het betreft hier vooral de Nieuwe Communistische Partij (NCPN) (acht zetels) en haar afsplitsing, de Verenigde Communistische Partij (twee zetels), de Verenigde Senioren Partij (voort­gekomen uit een fusie van drie ouderenpartijen) (zes zetels) en Nederland Mobiel (twee zetels). De Centrumdemocraten verloren hun laatste zetel; hun extremere rivalen (Nieuwe Nationale Partij en de Nederlandse Volksunie) dongen ver­geefs naar zetels in een zestal gemeenten.

De grote winnaar van deze verkiezingen waren de onafhankelijke lokale partijen, die in 142 gemeenten de grootste werden. Daarbij valt vooral de snelle opkomst van par­tijen op die zich met de naam ‘Leefbaar’ tooiden. Met name het succes van Leefbaar Utrecht en Leefbaar Hilver­sum in de jaren negentig had vele andere groeperingen geïnspireerd. In totaal presenteerden zich ruim tachtig ‘leefbaarheids’-partijen, waar­van zeventien in hun gemeente de grootste werden. Het meest opzienbarend was de zege van Leefbaar Rotterdam in de Maasstad, de door W.S.P. Fortuyn aangevoerde lijst die in één keer zeventien van de 45 zetels won en de PvdA van de eerste plaats verdrong die zij vanaf 1946 onaf­gebro­ken ingenomen had. Volgens het Rotterdamse Centrum voor Onderzoek en Statistiek hield de opkomst van de nieuwe partij geen verband met lage of hoge welstand en evenmin met het aantal allochto­nen in een buurt. Overigens pro­fiteerden niet al deze partijen van de ‘leefbaar­heidsgolf’: juist de pio­nier Leefbaar Hilversum leed verlies (van veertien naar negen zetels), hetgeen wellicht te wijten was aan de deel­name van deze partij aan het college in Hilversum en aan de rol die partijleider (en wethouder) J.G. Nagel had gespeeld binnen Leefbaar Neder­land (zie in deze Kroniek onder Leefbaar Nederland).

In Amersfoort won de door een allochtoon opgerichte Onafhankelijke Lijst Özcan een zetel. Elders deden partijen van allochtonen het minder goed, al kwam de Multi­partij in Breda met 1,3% nog wel in de buurt van een zetel. Wel kwamen in enkele grote steden allochtone leden van ge­vestigde partijen via voorkeursstemmen in de raad, zodat het totaal aan­tal allochtone raadsleden in Nederland toenam van 150 in 1998 naar 208 in 2002.

In de nacht van 6 op 7 maart organiseerde de NOS een debat tussen de lijsttrekkers bij de Tweede-Kamerverkiezingen van CDA, D66, Groen­Links, PvdA, VVD èn LPF over de uitkomsten van de raadsverkiezin­gen, dat rechtstreeks op de televisie werd uitgezonden. Fortuyn kwam binnen als stralende winnaar van de gemeenteraads­ver­kiezingen; hij won vervolgens ook nog eens het debat. De leiders van de PvdA en VVD, A.P.W. Melkert en H.F. Dijk­stal, zagen er ver­moeid en ver­sla­gen uit en konden de op dreef geraakte en zich uitdagend opstellende For­tuyn nauwe­lijks weerwerk leveren. Th.C. de Graaf (D66) kwam amper in beeld. GroenLinks-aanvoerder P. Rosenmöller bood Fortuyn relatief nog het mees­te weer­werk. CDA-leider J.P. Balkenende stelde zich be­schouwend en terughoudend op. De volgende dag werd in de media veel geschreven en gesproken over de ont­luiste­rende indruk die Melkert en Dijkstal hadden gemaakt. 

Vanwege de van kracht geworden Wet dualisering gemeentebestuur konden de op 6 maart verkozen raadsleden niet langer tegelijkertijd wethouder zijn. Na de afronding van de college­vorming bleek de meerderheid van de wet­houders als raadslid gekozen te zijn, slechts 9% (139 van de in totaal 1.524) kwam van buiten de raad. De collegevorming duurde langer dan vroeger, toen zes weken als maximum gold. In som­mige gemeenten werd eerst een informateur aangetrokken om de par­tijen bij elkaar te brengen. In Rotterdam viel die taak toe aan de hoogle­raar politicologie M.P.C.M. van Schendelen. In Amster­dam en andere gemeenten trad de burgemeester als informateur op.

Het CDA leverde de meeste wethouders (437). De christen-democraten namen in de meeste grote steden deel aan het college, met als belang­rijke uitzondering Nijmegen waar een links college werd gevormd van PvdA, GroenLinks en SP.

tabel uitslag gemeenteraadsverkiezingen 2002 (in zetels)

 

1998

2002

CDA

2.404

2.155

VVD

1.796 1.475

PvdA

1.817

1.360

GroenLinks

430 410

ChristenUnie

   157*) 279

D66

 442

268

SGP

 190

181

SP

 190

143

overige landelijke partijen

  27

 34

lokale confessionele groe­pe­ringen

 

  332

 

135

lokale progressieve groepe­ringen

 

  304

 

272

onafhankelijke lokale partijen

 2.067

2.368

totaal

10.156

9.080

*) totaal van GPV (64 zetels) en RPF (93 zetels)

Bron:Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen, 2003(www.statline.cbs.nl/StatWeb).

Laatst gewijzigd: 1 29-06-2012 11:16:39