GroenLinks jaaroverzicht 2004

Uit: J. Hippe, R. Kroeze, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2004. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2004' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2004 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2005), 14-105, aldaar 54-60.

inleiding

Consolidatie, zo zou men het jaar 2004 voor GroenLinks in één woord kunnen samen­vatten. De Europese verkiezingen kregen veel aandacht en leverden een niet onver­wacht verlies op. Daarnaast werd gesproken over vernieuwing op organisatorisch en ideologisch vlak, zonder dat daaraan meteen praktische consequenties werden ver­bonden. Op het GroenLinks Forum van 6 november stond de partij stil bij haar vijf­tienjarig bestaan.

kandidatenlijst Europese verkiezingen

Op 12 januari bracht de in 2003 ingestelde kandidatencommissie onder leiding van oud-senator W.Th. de Boer advies uit voor de kandidaten­lijst bij de Europese verkie­zingen (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 73). Zij droeg J.J. Lagendijk voor als lijsttrekker. Hij had die functie ook in 1999 vervuld en zat sindsdien in het Europees Parlement. Twee andere europarlementariërs, mevr. K.M. Buitenweg en A. de Roo, kregen in het advies de plaatsen twee respectievelijk zeven toebedeeld. Hiermee zou De Roo een onverkiesbare plaats krijgen. De commissie achtte dit noodzakelijk met het oog op de gewenste vernieuwing en doorstroming. Met enkele medestanders startte De Roo daarop een campagne binnen de partij om de tweede plaats te verove­ren, waarbij hij tevens voor­stelde dat niet Lagendijk maar Buitenweg de lijst zou trekken. De vierde GroenLinkser in het Europees Parlement, T.J.J.Bouwman, had zich niet herkiesbaar gesteld.

Buitenweg weigerde aanvankelijk om tegen Lagendijk in het strijdperk te treden. Toen echter het congres, dat op 14 februari in Nijmegen de lijst vast moest stellen, een motie had aangenomen waarin het ‘iets te kiezen’ eiste, besloot zij dit alsnog te doen (www.groenlinks.nl, 18 februari 2004). Het partijcongres koos haar vervolgens met 259 stem­men (tegen 219 voor Lagendijk) tot lijsttrekker. Buitenweg maakte op veel leden een ‘frissere’ en meer strijdbare indruk dan Lagendijk, die nu de tweede plaats kreeg toebedeeld. Daarnaast speelde verzet van ‘de basis’ tegen de partijtop waarschijnlijk ook een rol. Lagendijk rea­geerde teleurgesteld; Buitenweg gaf toe dat de gang van zaken niet de schoonheidsprijs verdiende. Op de derde plaats kwam niet de voorge­dragen milieu-activiste mevr. I. Visseren-Hamakers maar De Roo. Visseren kon wel de vierde plaats veroveren. In juni zou de partijraad haar overigens tot Europees secretaris van GroenLinks kiezen – een nieuwe functie.

programma Europese verkiezingen

Het congres stelde ook het verkiezingsprogramma Eigenwijs Europees vast. Het ont­werp-program – waarvan een eerdere versie al in 2003 was besproken (zie Jaar­boek 2003 DNPP, blz. 73) – werd met enkele wijzi­gingen aangenomen, waaronder de eis dat het Europees Parlement het initiatiefrecht zou moeten krijgen voor wetgeving. Verder steunde GroenLinks in beginsel het ontwerp voor een Europese grondwet, maar wilde die wel voorleggen aan de kiezers in een referen­dum.

Op 18 september sprak ook de partijraad zich uit vóór de Europese grondwet. Men signaleerde wel nadelen van de grondwet, vooral aan­gaande de voornemens betref­fende militaire samenwerking, economisch beleid en (de onvoldoende geachte) demo­cratisering, maar de voordelen – zoals de extra bevoegdheden voor het Europees Parlement, openbaar­heid van de Raad van Ministers, de aanstelling van een Europese minister van buitenlandse zaken, de invoering van een burgerinitiatief en artikelen over dierenwelzijn en duurzame energie – wogen toch zwaarder.

Europese Groene Partij

Op 20-22 februari nam GroenLinks deel aan het congres van de Euro­pese Federatie van Groene Partijen in Rome, waar de Europese Groene Partij formeel werd opgericht door vertegenwoordigers van 32 partijen. Een belangrijk onderwerp was ‘The Role of Europe as Global Player’, waarover onder meer de Duitse minister van Buitenlandse Zaken J. Fischer zijn (groene) licht liet schijnen. Debatten en workshops werden omlijst door muziek.

campagne Europese verkiezingen

Op 15 mei startte GroenLinks de verkiezingscampagne in Groningen met een bijeen­komst in samenwerking met de Duitse zusterpartij Bünd­nis 90/Die Grünen. Toe­spra­ken werden gehouden door de lijsttrekkers van de twee partijen en de voorzitter van de groene fractie in het Euro­pees Parlement, D. Cohn-Bendit. Daarnaast vonden dis­cussies plaats over onderwerpen als de Waddenzee en de Dollard. Op dezelfde dag hield GroenLinks een congres over landbouw in Zeist, met als motto ‘links zaaien, groen oogsten’. De Duitse minister van Consumentenbe­scherming, Voedsel en Land­bouw, mevr. R. Künast (lid van Die Grü­nen) was de belangrijkste spreker.

De verkiezingscampagne werd geleid door R. van der Ent, oud-voorzit­ter van de par­tij­afdeling Rotterdam. Onder het motto ‘Laat Europa niet rechts liggen’ richtte GroenLinks zich vooral tegen neolibe­rale en conservatieve opvattingen over Europese eenwording en meer impliciet tegen de afwijzing van Europa door de SP. Daarnaast benadrukte de partij de zelfstandige rol van Europa tegenover de Verenigde Staten en het milieu. 

uitslag Europese verkiezingen

De verkiezingen betekenden voor GroenLinks een forse maar (gezien de peilingen) niet onverwachte nederlaag: twee van de vier zetels gingen verloren (zie tabel 1). De Roo, die zich nogal had ingespannen om een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst te verwerven, keerde deson­danks niet terug in het Parlement. De twee gekozen Groen­Linkse euro­parlementariërs zouden vanaf juli binnen de Fractie van de Groenen en de Europese Vrije Alliantie (regionale partijen zoals de Scottish Natio­nal Party) nauw gaan samenwerken met de Vlaamse europarle­men­tariër B. Staes, die lid was van hun zusterpartij ‘Groen!’. De twee leden van Europa Trans­parant sloten zich ook bij de groene fractie aan maar vormden daarbinnen een onafhankelijke groep.

De partijraad van 19 juni evalueerde de Europese verkiezingen. Gezien de slechte peilingen verklaarde Buitenweg trots te zijn op de campagne en op de uitslag van 7,4 procent. Sommige leden vonden haar daarbij iets te enthousiast en opperden dat men meer regionale kandidaten op de lijst had moeten zetten, of bijvoorbeeld meer aandacht had moeten schenken aan diertransporten.

partijvernieuwing

Naar aanleiding van de onvrede van veel leden over de kandidaatstel­lingsprocedure voor het Europees Parlement – maar ook voor de Tweede Kamer – werd nog op het partijcongres in februari besloten een commissie in te stellen die een andere, meer democratische procedure diende te ontwerpen. De commissie werd voorgezeten door de Commis­saris van de Koningin in Noord-Holland, H.J.L. Borghouts. Zij ontwik­kelde twee varianten: in de ene werd aan de leden ‘maximale’ invloed toegekend waarbij voor de kandidatencommissie een ‘faciliterende rol’ was weggelegd; in de andere was er sprake van ‘grote’ ledeninvloed en werd van de kandidatencommissie een ‘actieve opstelling’ verwacht. Beide modellen werden besproken op de partijraad op 18 september om vervolgens aan het partijcongres in 2005 te worden voorgelegd.  

multiculturele samenleving

GroenLinks hield zich in 2004 op verschillende manieren bezig met de problematiek van de multiculturele samenleving.

In januari brak in Rotterdam een conflict uit binnen de raadsfractie, dat naast persoon­lijke kanten ook de koers van de partij betrof. Het raadslid B. Bourzik wenste een har­dere oppositie tegen het college, vooral waar het om minderhedenbeleid ging. Fractie­voorzitter mevr. B. Kruse ver­weet hem gemaakte afspraken niet na te komen. Beiden verlieten de fractie, maar Bourzik bleef als onafhankelijke lid van de raad.  

In maart presenteerde de Tweede-Kamerfractie de nota Het hoofd koel, het hart warm over immigratie en integratiebeleid, van de hand van fractievoorzitter mevr. M. Halsema en mevr. N. Azough. In plaats van de statische benadering van ‘integratie met behoud van identiteit’ verdedigden zij een dynamische benadering, waarbij integratie van immigranten door emancipatie tot stand zou komen. Dit beleid werd in twintig voorstellen concreet uitgewerkt, variërend van een betere ver­deling van huur- en koopwoningen per gemeente tot inburgering van imams in Nederland.

Zowel het GroenLinks Forum op 6 november als de partijraad op 20 november be­steedden aandacht aan de moord op Van Gogh en de gevolgen voor de multiculturele samenleving (zie ook in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). Het oud-Tweede-Kamerlid M. Rabbae beschuldigde zijn partij en in het bijzonder fractievoorzitter Halsema van opportunisme in de reactie op de moord – waarbij hij onder meer doelde op haar voorstel om moskeeën te sluiten waar extremistische preken werden gehou­den.

Het Tweede-Kamerlid mevr. F. Karimi riep via een ingezonden brief in november ‘moslimdemocraten’ op om een eigen partij op te richten, wanneer ze zich niet ver­tegenwoordigd voelden in de Tweede Kamer (Trouw, 23 november 2004). Ze zou zich daar zelf niet bij aansluiten, maar hoopte dat daarmee verdere radicalisering van groepen moslims voorkomen zou kunnen worden. De oproep lokte veel discussie uit, maar de van verschillende kanten aangekondigde partij kwam in 2004 nog niet echt van de grond.

GroenLinks gaf in 2004 een kleine folder uit over emancipatie (Een Groen­Linkse visie op emancipatie). Daarnaast verspreidde zij vanaf juli een viertal affiches met teksten als ‘Mohammed houdt van Jan’, ‘Gül geeft les op het Sint-Jozefcollege’ en ‘Latifa kiest zelf haar man’, waarmee zij de emancipatie en tolerantie van moslims en homo’s hoopte te bevorderen.

Halsema’s ‘links liberalisme’

In het ledenblad van GroenLinks noemde partijleider Halsema Groen­Links ‘de laatste links-liberale partij’ (GroenLinks Magazine, februari 2004). Deze uitspraak leidde tot veel discussie in de partij. Halsema kwam er uitgebreid op terug in een bijdrage aan het door het Weten­schappelijk Bureau van GroenLinks uitgegeven tijdschrift De Helling (nr. 2, zomer 2004). Omdat de term ‘liberalisme’ zoveel weerstand opriep, koos ze daar voor de aanduiding ‘vrijzinnig links’. GroenLinks zou tegenover het oprukkend conservatisme meer nadruk moeten leggen op vrijheid, vooral op sociaal-cultureel gebied. De overheid zou mensen vrij moeten laten in hun relaties, religie, kleding enzovoort. Op sociaal-economisch gebied zou de overheid eveneens vrijheid dienen te bevor­deren, of liever: mogelijk maken, bijvoorbeeld door ouders ‘persoons­gebonden budgetten’ aan te bieden zodat zij zelf de opvang van hun kinderen konden regelen.

Op de partijraad van 19 juni werden de opvattingen van Halsema bedis­cussieerd, maar dit leidde niet tot een formele resolutie of standpuntbe­paling. Dat was evenmin het geval op het GroenLinks Forum op 6 november te Utrecht.

verwante instellingen en publicaties

Het Tweede-Kamerlid A.J.W. Duyvendak presenteerde in maart namens zijn fractie het rapport De schaduwmacht. De invloed van politieke commissies. Hierin werd het netwerk van politieke benoemin­gen in adviescommissies en relaties tussen politici en bedrijfsleven bloot gelegd. De fractie pleitte onder meer voor een open voordracht van de commissies en een groter beroep op Vlamingen, omdat die minder met Neder­landse bedrijven en andere belangen verstrengeld zouden zijn.

Op 29 april nam mevr. C. van Dullemen afscheid als directeur van het Wetenschap­pelijk Bureau van GroenLinks. Ze werd opgevolgd door de econoom B. Snels, die eerder beleidsmedewerker van de Tweede-Kamer­fractie en ambtenaar bij het ministerie van Financiën was ge­weest. Het bureau publiceerde in april Het basis­onderwijs zwart wit bekeken. Naar een lokale aanpak van segregatie, geschreven door haar medewerker G. Pas en de bestuurskundige mevr. D. Peters. Hierin werd onderzocht hoe gemeenten allochtone en autochtone leerlingen in het basisonderwijs beter zouden kunnen spreiden. Ook in april verscheen Het GroenLinks-electoraat onder de loep. Een onderzoek naar verkie­zingsuitslagen en kiezersprofielen van GroenLinks van de hand van mevr. L. Michon, medewerker van het bureau. Zij wees onder meer op de toenemende vergrijzing en ‘academisering’ van de GroenLinks-kiezers. Ten slotte publiceerde het bureau in september een schets van een flexibeler en meer op individuele zelfstandigheid gericht sociaal zekerheidsstelsel, getiteld Nieuwe tijden, nieuwe zekerheden, geschre­ven door de econoom P. de Beer en drie andere deskundigen. Op 19 maart hield het Wetenschappelijk Bureau in samen­wer­king met de Eerste-Kamerfractie een symposium in Den Haag over ‘oorlog, vredes­missies en de grondwet’, waarbij politici van verschillende partijen reageerden op inleidingen van deskundigen.

Op 27 maart organiseerde de afdeling Partijontwikkeling in Ede een conferentie van raads- en statenleden . In haar openingsrede richtte Halsema zich vooral op integratie en emancipatie – zaken die in haar visie nauwer verbonden zouden moeten worden. Buitenweg hield een toespraak over ‘lokale en landelijke samenwerking met Brussel’.

Dwars, de jongerenorganisatie van GroenLinks, organiseerde onder meer op 3 april in Amsterdam een congres over ontwikkelingssamen­werking en op 20 en 21 november een congres in Groningen, dat vooral gewijd was aan het integratiebeleid en het westerse denken over mos­lims. Het Tweede-Kamerlid Azough hield over dit thema een toespraak en ging in debat met J. Dijsselbloem, Tweede-Kamerlid voor de PvdA. In september presenteerde Dwars samen met de Jonge Socialisten in de PvdA en ROOD, de jongerenorganisatie van de SP, het zogeheten Peper-Manifest voor een brede linkse coalitie (zie in deze Kroniek onder PvdA).

De Linker Wang, het platform voor geloof en politiek verbonden met GroenLinks, wijdde zijn najaarsvergadering op 20 november in Utrecht aan het thema ‘de leegte van links’. De socioloog D. Pels hield daarover een inleiding, waarop politici als Halsema en het Eerste-Kamerlid mevr. D.J.B. de Wolf reageerden.

De Stichting Duurzame Solidariteit organiseerde in samenwerking met de afdeling Groningen op 11 december een informatie- en kennisma­kings­dag over kleinschalige ontwikkelingsprojecten. De bijeenkomst werd voorgezeten en ingeleid door het Tweede-Kamerlid mevr. W. van Gent.

Het Ambtenarennetwerk van GroenLinks (meestal afgekort tot ‘Ambto­netwerk’) had in 2003 een wedstrijd uitgeschreven voor essays over ‘de toekomst van de overheid’. Acht essays verschenen in 2004 in een bundel, getiteld Verhalen uit het vooronder. Ambtenaren over de over­heid, onder redactie van mevr. B. Paardekooper en T. Schil­lemans en voorzien van een voorwoord van Halsema.

Europarlementariër Lagendijk nam in een kritische brochure getiteld De Markt­mees­ter van Europa. Vijf jaar Bolkestein in Brussel de liberale eurocommissaris de maat. Samen met de Europarlementariër J.M. Wiersma (PvdA) presenteerde hij op 7 mei in Amsterdam het boek Na Mars komt Venus. Een Europees antwoord op Bush. Op basis van 24 gesprekken met deskundigen in Amerika en Europa analyseerden zij de spanningen tussen de twee werelddelen en braken zij een lans voor een krachtiger en meer eensgezind buitenlands beleid van de Europese Unie, die zij als ‘civiele super­macht’ zouden willen zien. 

personalia

Het Tweede-Kamerlid A. van den Brand vertrok formeel op 10 maart uit de Kamer, omdat zijn gezondheid te wensen overliet nadat hij in december 2002 een hartinfarct overleefd had. Hij werd opgevolgd door mevr. N. Azough, die in 2002 al kortstondig kamerlid was geweest.

Oud-Tweede-Kamerlid M. Rabbae trad op 1 april af als wethouder in Leiden, nadat hij in december 2003 een hartoperatie had ondergaan. Tijdens zijn ziekteverlof waren door medewerkers fouten gemaakt, waarvoor hij de politieke verantwoordelijkheid droeg. 

Laatst gewijzigd: 1 24-11-2020 15:39:01