VVD jaaroverzicht 2000

Uit: B. de Boer, P. Lucardie, I. Noomen en G. Voer­man, 'Kroniek 2000. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 2000' in: G. Voerman (red.), Jaarboek 2000 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2001), 141-210, aldaar 202-210.

inleiding

In 2000 werkte de VVD aan de modernisering en professionalisering van de partijorganisatie. Hierbij schakelde de partij het bedrijfsleven in. Zo werd het nieuwe kwartaalblad Politiek. Magazine over liberale politiek door een commerciële uitgever gemaakt. De algemene vergadering werd mede gefinancierd door een viertal sponsors. In juni verhuisde de partij naar een efficiënter kantoorpand in Den Haag. Om de communicatie binnen de partij te verbeteren stelde het hoofdbestuur begin september een maandelijks telefonisch spreekuur in voor afdelingsbestuurders. Een ledenwerfactie, gevoerd onder het motto ‘2000 in 2000’, bleek in december in vier maanden tijd ruim 1.400 nieuwe leden opgeleverd te hebben.

sponsoring en partijfinanciering

Gedwongen door het steeds teruglopende ledental riep het hoofdbestuur op 21 februari een ‘klankbordgroep alternatieve vormen van financiering’ in het leven, die moest onderzoeken hoe de financiële situatie van de partij verbeterd zou kunnen worden. Op dezelfde vergadering legde het hoofdbestuur de voorwaarden voor partij-sponsoring vast in een code. In november 1999 had partijvoorzitter H.B. Eenhoorn al laten weten dat zijn partij bij het bedrijfsleven wilde aankloppen om steun (zie hiervoor Jaarboek DNPP 1999, blz. 21). Aan de code bestond behoefte, omdat in de wet alleen geregeld was dat donaties boven de 10.000 gulden openbaar gemaakt moesten worden. In de door het hoofdbestuur geaccordeerde code stond allereerst dat sponsoring ‘openbaar en transparant’ moest zijn. Daarnaast diende sponsoring beperkt te blijven tot specifieke activiteiten (zoals bijvoorbeeld partijbijeenkomsten). Sponsors mochten verder niet anoniem zijn; er moest altijd meer dan één sponsor per activiteit zijn; en sponsoring mocht niet meer dan de helft van die activiteit financieren. Met de geldgevers zouden contracten worden afgesloten waarin vastgelegd diende te worden dat de VVD in ruil voor geld naams-bekendheid zou geven aan de sponsor. ‘Inmenging in politieke en/of bestuurlijk organisatorische besluitvorming, in welke vorm dan ook, [zou] uitgesloten’ zijn, aldus de code.

In mei sloot de VVD contracten af met vier sponsors (internetprovider Freeler, softwarefabrikant Microsoft, kabelnetfirma Casema en internetinvesteerder Exterre), die ieder 10.000 gulden bijdroegen aan de financiering van de algemene vergadering, die in mei in Assen gehouden werd. Als tegenprestatie konden de bedrijven deelnemen aan een discussiepanel tijdens een workshop op de algemene vergadering over ‘politiek en de nieuwe media’. Andere partijen waren weinig gelukkig met deze stap van de liberalen (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’).

Het hoofdbestuur van de VVD vroeg eind februari verder H. Koning, prominent partijlid en oud-president van de Rekenkamer, een onderzoek in te stellen naar de tien stichtingen die de VVD voor een deel financierden (in 1999 ging het om een bedrag van 600.000 gulden). Koning had als taak te achterhalen welke financiële en personele bindingen de stichtingen met de partij hadden. Het bestuur achtte dit onderzoek noodzakelijk, omdat het elke schijn van belangenverstren-geling wilde vermijden. Het bestuur besloot tevens – om zicht te krijgen op de herkomst van de gelden – alleen nog giften aan te nemen van stichtingen die hun boeken wilden openen. Tot nu toe was controle onmogelijk geweest, omdat de stichtingen weigerden hun jaarverslagen te publiceren. Wettelijk waren ze hiertoe ook niet verplicht.

algemene vergadering

Op 19 en 20 mei kwam de algemene vergadering bijeen in Assen. Naast een plenair huishoudelijk gedeelte had men voorzien in een groot aantal workshops. Tweede-Kamerfractievoorzitter Dijkstal ging in zijn rede tot het congres in op de openbare hoorzittingen van de parlementaire commissie-Bakker, die de politieke besluitvorming rond internationale vredesoperaties ging onderzoeken. Eurocommissaris en oud-partijleider F. Bolkestein reageerde in zijn bijdrage tot het congres op uitspraken die premier Kok had gedaan over een mogelijke continuatie van zijn premierschap na de verkiezingen van mei 2002. Bolkestein ried hem dit af, omdat ‘je het feest altijd op het hoogtepunt [moet] verlaten’ (de Volkskrant, 22 mei 2000).

partijraden en overige partijbijeenkomsten

De partijraad van de VVD kwam in 2000 tweemaal in Bussum bijeen. Op 5 februari sprak men over de relatie tussen senaat en regeerakkoord (zie hieronder) en over ‘de positie van politieke partijen’, naar aanleiding van het rapport van de staatscommissie-Elzinga. Op 14 oktober ging het over de miljoenennota. Met grote meerderheid werd een motie aangenomen, waarin werd voorgesteld de wegenbelasting binnen vijf jaar af te schaffen. Politiek leider Dijkstal liet echter direct na de uitspraak weten dat hij daar tijdens deze regeerperiode geen gehoor aan zou kunnen geven.

Op 28 februari hielden de liberalen een ‘flitscongres’ in Utrecht over de verkeersproblematiek. Men discussieerde er over mogelijke oplossingen (zoals bijvoorbeeld het rekeningrijden) voor het fileprobleem.

Eerste-Kamerfractie en het regeerakkoord

Begin februari bracht het partijbestuur een notitie uit, getiteld Het regeerakkoord en de EK-fractie. Hierin werden voorstellen gedaan om de liberale senatoren meer te binden aan het regeerakkoord. Aanleiding hiervoor waren de gebeurtenissen in ‘de nacht van Wiegel’, toen de stem van senator H. Wiegel tegen de invoering van een correctief referendum een kabinetscrisis veroorzaakte (zie ook Jaarboek DNPP 1999, blz. 23 en 85-86). Het partijbestuur wilde geen formele, maar wel ‘een zo groot mogelijke politieke binding’ van de senaatsfractie aan het regeerakkoord; een binding die gebaseerd zou zijn op ‘loyaliteit’. Dit moest bereikt worden door kandidaat-Eerste-Kamerleden zich te laten ‘uitspreken over een eventueel bestaand door de Tweede-Kamerfractie geaccordeerd regeerakkoord’. Wanneer tijdens een zittingsperiode van de Eerste Kamer een regeerakkoord tot stand zou komen, dan moest de senaat bij de opstelling ervan nauw betrokken worden. VVD-fractie-voorzitter in de Tweede-Kamer, Dijkstal, en de Eerste-Kamerfractie konden zich vinden in de voorstellen van het bestuur. De partijraad, die zich in februari over de notitie boog, veegde de plannen echter van tafel. H.J.L. Vonhoff, oud-Commissaris van de Koningin in Groningen, liep voorop in het verzet. Hij sprak van incidentenpolitiek en meende dat regels stellen om afwijkende meningen tegen te gaan nooit een uitgangspunt voor liberalen mocht zijn.

vertrek Wiegel uit de Eerste Kamer

Eind maart kondigde oud-partijleider en erelid H. Wiegel aan dat hij de Eerste Kamer wilde verlaten. Wiegel, die sinds 1995 senator was, meende dat hij zijn functies van voorzitter van respectievelijk Zorg-verzekeraars Nederland en van het Centraal Brouwerij Kantoor niet goed meer kon combineren met zijn lidmaatschap van de senaat. In zijn ontslagbrief aan Eerste-Kamervoorzitter F. Korthals Altes sprak hij van ‘een conflict van plichten’. Wiegel doelde hiermee onder andere op de komende parlementaire behandeling van de Drank- en horecawet, de thuiszorg en een nieuw stelsel van ziektekostenverzekeringen. In de pers werd gespeculeerd of Wiegels angst voor belangenverstrengeling de enige reden was voor zijn vertrek. Sommigen meenden dat hij door zijn voortdurende verzet tegen de kabinetsplannen aangaande de invoering van een correctief referendum (zie ook Jaarboek DNPP 1999, blz. 85-86) binnen zijn eigen partij geïsoleerd was komen te staan.

gemeenteraads- en Tweede-Kamerverkiezingen 2002

Op 4 september benoemde het hoofdbestuur een commissie, die de kandidatenlijst zou gaan opstellen. Deze stond onder leiding van J. Kamminga, Commissaris van de Koningin in Gelderland en partijvoorzitter in de jaren 1981-1986.

In dezelfde vergadering stelde het hoofdbestuur een commisie in die het verkiezingsprogramma voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002 moest gaan schrijven. Zij werd voorgezeten door hoogleraar staats-inrichting en Robeco-topman P. Korteweg. Ter ondersteuning van de gedachtevorming over het nieuwe verkiezingsprogramma organiseerde de partij in 2000 een aantal themadagen. Op 19 februari ging het in Utrecht over ruimtelijke ordening; op 8 april in Den Haag over de toekomst van de volksgezondheid; op 23 september in Den Bosch over informatie- en communicatietechnologie; en op 11 november in Rotterdam over sociale verbondenheid. De themadag over de volks-gezondheid werd gehouden aan de hand van de nota Kiezen voor keuze, die door leden van de partijcommissie Volksgezondheid in samen-werking met een aantal Eerste- en Tweede-Kamerleden was opgesteld. In de nota werd een lans gebroken voor de liberalisering van de zorgsector en voor een verplichte basisverzekering voor iedereen. De kosten voor de basisverzekering zouden deels geheven moeten worden naar draagkracht, maar zouden grotendeels ‘nominaal’ moeten zijn; dat wil zeggen een vast bedrag dat per verzekeraar kon verschillen. In het najaar vonden nog een aantal regionale discussiebijeenkomsten plaats om de ideeën, ontwikkeld in de nota Kiezen voor keuze, verder uit te werken.

In november publiceerde de VVD-Bestuurdersvereniging de concept-Leidraad VVD-gemeenteprogramma 2002-2006. Deze was opgesteld door de commissie Gemeenteprogramma, onder voorzitterschap van M. van Haersma Buma.

de paarse coalitie en toekomstige coalitievorming

Met de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002 in aantocht begonnen de liberalen om zich heen te kijken naar potentiële coalitiepartners. Politiek leider Dijkstal sloot in zijn toespraak tot de partijraad in februari een toekomstige coalitie met het CDA niet uit. Directe aanleiding voor zijn uitspraken was het feit dat de christen-democraten in het parlement voor het belastingplan van het kabinet hadden gestemd. In het februari-nummer van CDA-magazine gaf Dijkstal overigens aan dat hij – met uitzondering van GroenLinks – geen enkele partij wilde uitsluiten voor een volgende regeerperiode.

Eind februari kwam er op instigatie van het liberale Tweede-Kamerlid G. Wilders een gelegenheidscoalitie met de CDA-fractie tot stand om de instroom in de WAO terug te dringen. Dit bracht de VVD-fractie in conflict met de eigen staatssecretaris J.F. Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zijn aangekondigde strengere aanpak van de WAO-problematiek ging zijn partijgenoten in de Tweede Kamer niet ver genoeg. Ook de voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van de PvdA, Melkert, was niet gecharmeerd van het initiatief van Wilders. Hij waarschuwde dat de liberalen niet met voorstellen moesten komen die door de PvdA als ‘niet sociaal rechtvaardig’ werden beschouwd (de Volkskrant, 28 februari 2000). Desalniettemin bereikten de CDA- en VVD-fractie eind april overeenstemming. Aan zieken die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt waren, moest geen WAO-uitkering meer worden verstrekt en de uitkering diende afhankelijk te worden van het aantal jaren dat iemand gewerkt had. Een en ander zou moeten uitmonden in een initiatiefwetsvoorstel.

aftreden burgemeester Spar van der Hoek

In juni lekte een vertrouwelijke brief uit van de vier wethouders van Middelburg (afkomstig uit CDA, ChristenUnie, AOV/Unie55+ en VVD), die gericht was aan burgemeester L. Spar van der Hoek. Zij uitten hierin ernstige kritiek op zijn functioneren en adviseerden hem om op te stappen. De wethouders beschuldigden hem ervan dat hij zich ‘ongevraagd en ongecoördineerd’ met hun taken bemoeide (Trouw, 17 juni 2000). Al vanaf zijn aantreden in Middelburg in 1997 was Spar van der Hoek negatief in de publiciteit. Zo zou hij zich intimiderend en soms seksistisch gedragen jegens ambtenaren, zou hij omstreden declaraties doen, en ten onrechte de naam Spahr van der Hoek (mét ‘h’) hanteren. Kort nadat de wethouders hun vertrouwen in de burgemeester hadden opgezegd en een bemiddelingspoging van de Commissaris van de Koningin in Zeeland, W.T. van Gelder, niets had opgeleverd, kwam de gemeenteraad in spoedzitting bijeen. De raad nam met zeventien tegen dertien stemmen een motie van wantrouwen tegen Spar van der Hoek aan. Ook zijn eigen partij, de VVD, steunde deze motie. Dit veroorzaakte tweespalt in de Zeeuwse VVD-gelederen. Voorzitter H. van Hunnik van de partijafdeling Middelburg trad af, omdat hij zich niet kon verenigen met de opstelling van de gemeenteraadsfractie. Ook de kamercentrale Zeeland (het provinciale verband van de VVD) was van mening dat de fractie onzorgvuldig had gehandeld. Begin juli maakte Spar van der Hoek, die in eerste instantie de motie van wantrouwen naast zich had neergelegd, bekend dat hij voor onbepaalde tijd met verlof zou gaan. Minister De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zou uiteindelijk moeten beslissen over zijn ontslag. De CDA-er D. Burgers, voormalig burgemeester van Den Bosch, werd waarnemend burgemeester in Middelburg. Pas wanneer er overeen-stemming bereikt zou zijn over een afvloeiingsregeling voor Spar van der Hoek, zou de procedure voor een nieuwe burgemeester gestart kunnen worden.

JOVD voortaan ‘politieke jongerenorganisatie’ van de VVD

Per 1 januari 2000 trad het Samenwerkingsprotocol tussen de VVD en de met haar verbonden Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie (JOVD) in werking (zie ook Jaarboek DNPP 1999, blz. 89-90). Hiermee hadden de beide organisaties het scholings- en vormingswerk van liberale jongeren onder de vlag van de JOVD gebracht. De JOVD was nu in plaats van een onafhankelijke organisatie, de politieke jongerenorganisatie van de VVD geworden. Een commissie Liberaal Jongerenbeleid (CLJ), bestaande uit onder meer de jongeren-functionarissen van de kamercentrales, zou de hoofdbesturen van JOVD en VVD gaan adviseren over het te voeren jongerenbeleid. De jaarlijkse algemene vergadering van de VVD stelde in mei een onafhankelijke geschillencommissie VVD/JOVD in, die zou gaan bemiddelen bij conflicten betreffende de samenwerking. De commissie werd voor-gezeten door E.R.M. Balemans.

organisaties en publicaties

Op 1 maart publiceerde de Prof.mr. B.M. Teldersstichting, het weten-schappelijk bureau van de VVD, het rapport Groei, inkomensverdeling en economische orde. De auteurs (waaronder de econoom S.K. Kuipers) pleitten hierin voor een verdere liberalisering van de economie naar Amerikaans model. Deze liberalisering werd volgens hen nu te veel ongedaan gemaakt door bovenwettelijke verzekeringen uit de particuliere markt. Staatssecretaris Hoogervorst, aan wie de publicatie werd aangeboden, vond de toonzetting te somber en was van mening dat de verzorgingsstaat de afgelopen jaren wel degelijk was afgeslankt. In het voorjaar verscheen Liberal thought and practice. A view from the Netherlands, een gezamenlijke uitgave van de Teldersstichting en de VVD onder redactie van P. van Schie. De bundel beoogde een bijdrage te leveren aan het internationale debat tussen liberalen en anders-denkenden. Op 14 november hield de Teldersstichting haar eerste ‘Telderslezing’. Het was de bedoeling dat deze jaarlijks zou plaatsvinden. De lezing had als oogmerk het maatschappelijk debat te prikkelen. Minister van Financiën Zalm beet de spits af. Zijn rede werd gepubliceerd onder de titel De nieuwe economie..

De Organisatie Vrouwen in de VVD hield haar jaarlijkse congres op 17 en 18 maart in Wageningen over het thema ‘onderwijs op zijn toekomst voorbereid?’ Er werden paneldiscussies gehouden over onder andere de ‘brede scholen’ en het ‘studiehuis’. VVD-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen L.M.L.H.A. Hermans sprak de aanwezigen toe.

De JOVD koos op haar algemene vergadering van 25 november een nieuwe voorzitter: M. Burggraaf volgde J. de Veth op. De jongeren-organisatie hield een drietal landelijke politieke congressen: op 8 en 9 april in Assen, waar het discussiestuk Liberale grenzen door de Liberale Denktank werd gepresenteerd; op 24 en 25 juni in Tiel; en op 25 en 26 november in Eindhoven. Om een ‘integrale liberale toekomstvisie’ te ontwikkelen, organiseerde de JOVD in 2000 een aantal thema-avonden. De neerslag van de gedachtewisseling werd gepubliceerd in Driemaster.

De VVD-Bestuurdersvereniging nam op 15 april tijdens haar jaar-vergadering in Utrecht afscheid van haar voorzitter E. Haaksman.Ter gelegenheid van zijn afscheid verscheen van zijn hand Bestuurs-columns. Een bundel overdrukken uit Provincie & Gemeente, samen-gesteld door A.W. Dijk. Haaksman werd opgevolgd door mevr. L. Engering. Op 3 en 4 november vond het jaarlijks congres van de Bestuurdersvereniging plaats in Lunteren, waar men sprak over het thema ‘visie op ruimte’. PvdA-minister Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verzorgde de inleiding.

Op 18 november vierde de Haya van Somerenstichting, belast met vorming en scholing, haar vijfentwintigjarig bestaan met een landelijke dag in Rotterdam. Onder andere Dijkstal, Hermans en Eenhoorn verleenden hun medewerking.

personalia

In februari nam de Amsterdamse wethouder van Financiën, Sport, Personeel en Organisatie, H. Groen, ontslag, nadat hij in de pers in verband was gebracht met onjuiste declaraties. G. Dales, voorzitter van de VVD-fractie in de gemeenteraad, volgde hem op.

Op 5 april overleed L. Hilarides, die vanaf 1991 lid van de Eerste Kamer was. Van 1983 tot en 1988 maakte hij deel uit van het dagelijks bestuur van de VVD. Van 1970 tot 1981 was hij lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland. 

Op 13 april overleed Ph. G. Brood op 35-jarige leeftijd. Hij was vanaf 1998 lid van de Tweede Kamer. Hij werd opgevolgd door het Schiedamse gemeenteraadslid T. de Swart.

Voormalig Tweede-Kamerlid J. Franssen, die vanaf 1994 burgemeester van Zwolle was, trad per 1 mei aan als Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. Hij volgde D. Luteijn op, die de functie in 1999 tijdelijk had waargenomen, nadat mevr. J.M. Leemhuis-Stout ten gevolge van de Ceteco-affaire (zie hiervoor ook Jaarboek DNPP 1999, blz. 88-89) was afgetreden.

 

 

 

 

 

 

Laatst gewijzigd: 1 25-07-2012 16:18:37