CP jaaroverzicht 1986

Uit: L. Koeneman, P. Lucardie en I. Noomen, 'Kroniek 1986. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 1986' in: R.A. Koole (red.), Jaarboek 1986 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1987), 15-61, aldaar 25-26.

inleiding

Zowel de Centrumpartij als de Centrumdemocraten gaven geduren­de het hele jaar het uit voorgaande jaren bekende beeld te zien van rellen, juridische conflicten en interne schermutse­lingen. In verschillende kieskringen trad bij beide partijen voor de Kamerverkiezingen fraude bij het verzamelen van de benodigde 25 handtekeningen voor de kandidatenlijsten aan het licht. De verhouding tussen de partijen onderling was niet erg vriendelijk. In april liepen enkele tientallen leden van de Centrumpartij over naar de Centrum­democraten - de partij van het Kamerlid Janmaat, die zelf in oktober 1984 door de Cen­trumpartij geroyeerd was. Uit de kandidatenlijst voor de Kamer­verkiezingen bleek dat sommige mensen die bij de gemeen­teraads­verkiezingen nog namens de Centrumpartij hadden meege­daan, naar de Centrumdemocraten waren overgestapt.

De beoogde voorzitter en lijsttrekker van de Centrumpartij, A.W. Lier, legde in februari deze functie neer en stapte uit de partij. Hij verweet het dagelijks bestuur dat het besluiten had genomen die de democratische rechtsorde aantastten. Lier bleef wel achter de doelstellingen van de partij staan en zou zich niet opnieuw bij een politieke partij aansluiten.Op 29 maart verstoorden ongeveer 150 demonstranten een vergadering van leden van de Centrumpartij en de Centrumdemocraten. De vergadering werd gehouden in Kedichem en was bedoeld om een verzoening tussen beide partijen tot stand te brengen. De demonstratie tegen de vergadering liep uit op gewelddadighe­den. Twee personen raakten ernstig gewond onder wie de secre­taresse van het Tweede Kamerlid Janmaat. Het hotel, waar de vergadering gehouden werd, ging in vlammen op. Bijna de helft van het aantal demonstranten werd gearresteerd. Hen werd openlijke geweldpleging ten laste gelegd. Twee actiegroepen eisten de verantwoordelijkheid voor de rellen op: "de actie­voerders van 29 maart" en "de radicale anti-fascisten". Ver­scheidene anti-fascistische organisaties, waaronder de Anne Frankstichting, spraken hun afschuw uit over de verstoring van de vergadering. "Anti-racistische en anti-fascistische groepen moeten bij hun optreden juist verschillen van de organisaties die zij bestrijden. Anders profiteren alleen die laatste organisaties ervan", aldus de verklaring van de Anne Frankstichting.

De Centrumpartij behaalde bij de gemeenteraadsverkiezingen in vijf plaatsen één zetel: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Lely­stad en Almere. Bij de installatie van de raadsleden op 29 april werden grote betogingen in de betreffende steden georga­niseerd. Met name in Amsterdam vonden nog lange tijd demon­straties plaats wanneer in deze stad de gemeenteraad bijeen­kwam.

Op 13 mei werd de Centrumpartij bankroet verklaard. De partij was tot dan toe niet in staat gebleken een dwangsom van bijna vijftigduidzend gulden te betalen aan vijf inwoners van Heer­len. De uitspraak van de rechtbank in Den Haag was het gevolg van een juridische procedure die de vijf vóór de gemeente­raadsverkiezingen van 19 maart tegen de Centrumpartij hadden aangespannen, aangezien bij hen onder valse voorwendselen handtekeningen waren opgehaald voor de kandidatenlijst van de CP in Heerlen. Het faillissement had geen gevolgen voor de deelname van de Centrumpartij aan de Kamerverkiezingen. De Kieswet gaat namelijk uit van personen en niet van partijen. De lijsttrekker van de Centrumpartij voor de Kamerverkiezin­gen, D. Seegers, noemde het faillissement een "politiek von­nis". De Centrumpartij zou hierdoor alleen maar sterker staan. "Via dit soort juridische spelletjes is de Centrumpartij niet kapot te krijgen. De telefoons staan rood­gloeiend..." Deze gerapporteerde adhesiebetuigingen werden echter niet omgezet in electoraal succes. De Centrumpartij zou niet terugkeren in de Tweede Kamer. Ook de Centrumdemocraten behaalden geen zetel bij de Kamerverkiezingen. Na een periode van vier jaar was extreem-rechts aldus niet langer vertegenwoordigd in het Parlement.

Laatst gewijzigd: 1 30-05-2012 11:17:48