Provinciale Statenverkiezingen 2003

Uit: J. Hippe, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2003. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2003, in: G. Voerman (red.), Jaarboek 2003 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2004), 15-137, aldaar 25-27.

Provinciale Statenverkiezingen 2003

Op 11 maart mochten de kiezers weer naar de stembus, nu om de Pro­vinciale Staten te kiezen. Met bijna 48% was de opkomst iets hoger dan in 1999. Tal van maatregelen waren dan ook genomen om de opkomst te verhogen: een popconcert in Limburg, SMS-oproepen met de kans op een CD in Drenthe, een geldprijs in Gelderland – uitgeloofd door de partij Leefbaar Gelderland/De Groenen, die voor deze loterij overigens geen toestemming van de overheid had gekregen. In elke provincie kon de kiezer bovendien gebruik maken van een stemwijzer op internet. De landelijke partijleiders bemoeiden zich deze keer weinig met de cam­pagne, waarschijnlijk door vermoeidheid na de Tweede-Kamerverkiezingen. Voor CDA en PvdA kwamen daar nog de formatiebesprekingen bij. Overigens werd de uitkomst van de Staten­verkiezingen wel als test gezien voor een coalitie tussen beide partijen.

De resultaten vielen voor zowel het CDA als de PvdA vrij gunstig uit. Weliswaar bleek hun aanhang iets kleiner dan in januari, maar ten opzichte van de Statenverkiezingen van 1999 boekten beide partijen duidelijk winst (zie tabel). De christen-democraten waren opnieuw de grootste in het Zuiden en Oosten (Zeeland, Noord-Brabant, Utrecht, Gelderland, Overijssel en Limburg), de sociaal-democraten in het Noorden en het Westen (Noord- en Zuid-Holland, Flevoland, Friesland, Drenthe en Groningen).

De VVD verloor de tweede plaats aan de PvdA en moest 44 zetels inleveren, maar deed het relatief beter dan bij de Tweede-Kamerverkie­zingen van januari. Dat gold ook voor D66, dat acht zetels verloor, en voor GroenLinks dat 26 zetels kwijt raakte. De protestants-christelijke partijen deelden dit lot: verlies ten opzichte van 1999, lichte vooruit­gang ten opzichte van januari 2003. De fusie van GPV en RPF tot ChristenUnie leidde klaarblijkelijk niet tot electorale ‘synergie’ in de vorm van nieuwe kiezers. De SP ging ten opzichte van januari licht achteruit; vergeleken met 1999 wist ze haar stemmental en zeteltal echter te verdubbelen. Ook de LPF deed het in maart slechter dan in januari. Waarschijnlijk stemde een deel van hun aanhang op een onaf­hankelijke provinciale partij en bleef ook een belangrijk deel thuis.

De onafhankelijke provinciale partijen verloren samen vier zetels. Vooral de Partij Nieuw Limburg (PNL) kreeg een flinke klap, evenals de Partij voor Zeeland (PVZ) en de Onafhankelijke Partij Drenthe (OPD). Laatstgenoemde partij moest een zetel afstaan aan de van haar afgesplitste groepering Drents Belang, die samen met de Drentse Oude­ren­partij een lijst had gevormd (DB/DOP). De Brabantse Onafhankelijke Federatie (die zich nu ook met de naam Leefbaar Bra­bant tooide) (BOF/LB) en de Gemeentebelangen Friesland (GBF, in 1999 de Federatie van Gemeentebelangen Friesland, FGF) konden zich met enige moeite handhaven, evenals de Onafhankelijken Zuid-Holland, die zich sinds 2002 Leefbaar Zuid-Holland noemden. 

De meest succesvolle provinciale partijen waren de Fryske Nasjonale Partij (FNP) en de Partij voor het Noorden (PvhN), die in Groningen met twee zetels haar entree in de Staten maakte. Beide partijen verzetten zich tegen een ‘zweeftrein’ (een trein die enige meters boven de grond aan een magneetbaan zou hangen) in het Noorden en beide streefden naar een vorm van federalisme waarbij provincies of landsdelen meer zelfstandigheid zouden genieten. De andere provinciale partijen, die over het algemeen minder duidelijk een staatkundige visie uitdroegen, hadden meer moeite kiezers te winnen.  

Landelijke randpartijen kregen het ook moeilijk in 2003. De Groenen verdwenen feitelijk uit de Staten (waar ze in 1999 nog zelfstandig dan wel in samenwerkingsverbanden drie zetels hadden verworven), evenals de automobilistenpartij Nederland Mobiel. De ouderenpartijen verloren vijf van de zes zetels – de Verenigde Seniorenpartij (VSP), waarin het Algemeen Ouderenverbond (AOV), de Unie 55+ en Senioren 2000 waren opgegaan, won samen met de Ouderenpartij Noord-Holland één zetel in deze provincie. Andere randpartijen zoals de Nederlandse Volksunie, de Vooruitstrevende Integratiepartij en de door oud-minister H. Heinsbroek en oud-LPF-fractievoorzitter H. Wijnschenk opgerichte Lijst Nieuwe Politiek behaalden nergens een zetel. 

tabel uitslag Provinciale Statenverkiezingen 2003

 

1999

2003

 

%

zetels

%

zetels

CDA

24,4

194

28,0

222

PvdA

19,0

154

24,1

198

VVD

23,7 182 18,5 138

GroenLinks

10,1

  77

6,9

 51

ChristenUnie/

SGP *)

 

7,5

 

  62

 

6,4

 

50

SP

3,3  19 5,6 38

D66

5,9

  39

4,6

31

LPF

-

-

2,9

17

FNP

0,4 4 0,6 7

PNL

0,6

 6

0,3

2

PvhN

- - 0,2 2

PVZ

0,2

4

0,1

2

VSP **)

1,7 6

0,4

1

BOF/LB

0,3

 1

0,2

1

LZH ****)

0,4 1 0,2 1

GBF ***)

0,1

1

0,1

1

OPD

0,2 3 0,1 1

DB/DOP

-

 -

0,1

1

overige

3,0

  7

0,7

 0

totaal

100,0

760

100,0

      764

opkomst

45,6

 

47,6

 

 *) In 1999 namen GPV en RPF nog niet als ChristenUnie deel aan de Statenverkiezingen, al combineerden ze vaak hun lijsten, al dan niet samen met de SGP.

**) De Verenigde Senioren Partij (VSP) kwam voort uit het AOV, de Unie 55+ en Senioren 2000, die in 1999 nog zelfstandig aan de Staten­verkiezingen deelnamen.

***)Sinds 2001 noemde de Federatie Gemeentebelangen Friesland (FGF) zich Gemeentebelangen Friesland (GBF).

****)   Sinds 2002 noemden de Onafhankelijken Zuid-Holland zich Leefbaar Zuid-Holland.

Bron:   Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen, 2003

(statline.cbs.nl/StatWeb)

Laatst gewijzigd: 1 13-09-2012 12:46:33