Provinciale Statenverkiezingen 1999

Uit: B. de Boer, P. Lucardie, I. Noomen en G. Voer­man, 'Kroniek 1999. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 1999' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 1999 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2000), 13-92, aldaar 13-17.

Provinciale Statenverkiezingen 1999

Op 3 maart vonden de verkiezingen voor de Provinciale Staten plaats. Pro­vin­ciale partijen dienden in alle provincies behalve Flevoland lijsten in. In Noord-Holland, Gelderland en Overijssel waren provinciale leden van de landelijke partij De Groenen de drijvende kracht achter de nieuwe lijsten (respectievelijk genaamd Noord-Holland Anders/De Groenen, Leefbaar Gelderland/De Groenen en Leefbaar Overijssel/De Groenen). Nieuwe provinciale partijen op basis van lokale partijen ontstonden in Utrecht (Federatie van Inwonerspartijen) en Zuid-Holland (de Onafhan­kelijken). In Zeeland verbreedde de Zeeuwsch-Vlaamse Volks­partij (in de Staten met twee zetels vertegen­woordigd) zich tot Partij voor Zeeland (PVZ).

Mede uit vrees voor een lage opkomst zette het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in samenwerking met de twaalf Commissarissen van de Koningin in januari een uitgebreide voorlichtingscampagne voor de verkiezingen op touw, onder het motto 'Vergeet niet te stemmen!'. Op 25 januari opende minister A. Peper (PvdA) een web-site voor de verkiezingen, waarop infor­matie werd aangeboden over de provincie, de verkiezingen en verkiezingsprogramma's; bovendien kon de gebruiker door middel van een Stemwijzer zijn eigen positie bepalen. Daarnaast organi­seerden provincies soms zelf activiteiten om de belangstelling van de kiezer te wekken. Zo konden in Utrecht op 20 februari de provinciale lijsttrekkers in het strijdperk treden tegen de wereldkampioen darts R. van Barneveld. W. Vreeswijk, lijstaan­voerder van het extreem–rechtse Nederlands Blok, was aanvankelijk niet uitgenodigd maar kreeg dank zij een beroep op de rechter alsnog toestemming om te komen.

De meeste partijen startten hun campagne in de loop van februari. De voor­zitters van de Tweede-Kamerfracties van PvdA en VVD zetten zich meteen tegen elkaar af – A.P.W. Melkert noemde de VVD 'de sociale bleekneus' van het parlement, VVD-leider H.F. Dijkstal achtte het socialer om mensen met een uitkering aan werk te hel­pen dan die uitkeringen te verhogen zoals de PvdA wilde (NRC-Handelsblad, 15 februari 1999). Kort daarna stelde Dijkstal het Vluchtelingenverdrag van Genève ter discussie. Andere landelijke partijleiders reageerden daar weer op: GroenLinks leider P. Rosen­möller stelde voor een parlementaire enquête te houden over het asielbeleid, mevr. E. Borst-Eilers (D66-lijsttrekker bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1998) wilde daarvoor een staats­commissie instellen. CDA-leider J.G. de Hoop Scheffer weigerde zich in dit debat te mengen, dat eigenlijk helemaal niet ging over een provinciale kwestie, maar nam wel door middel van spreekbeurten deel aan de verkiezings­campagne. De Statenverkie­zingen kregen zo enigszins het karakter van een landelijke opiniepeiling. Aan de andere kant maakten de meeste partijen ook gebruik van regionale omroepen om hun provinciale boodschap uit te dragen. De SP en PvdA deden dat ook via de landelijke Ster. Uit piëteit voor de op 1 maart overleden CDA-voorman E. Heerma staakten de partijen hun campagne vlak voor de verkiezingsdag van 3 maart (zie verder in deze Kroniek onder CDA).

De opkomst was met 45,6% lager dan ooit tevoren. In Limburg, Flevo­land, Zuid- en Noord-Holland kwamen nog minder kiezers naar het stemlokaal, in het Noord-Oosten van het land nam iets meer dan 50% van de kiesgerechtigden aan de verkiezingen deel. Het CDA won licht en werd opnieuw de grootste partij op provinciaal niveau, daarmee de VVD van de in 1995 behaalde eerste plaats verdringend (zie tabel). Vooral in Noord-Brabant boekten de christen-democraten winst (ruim 3%), wat algemeen werd toege­schreven aan de persoonlijke inzet van de lijsttrekker, P. van Geel, die ook bekendheid had gekregen als kandidaat voor het voorzitterschap van de partij. Het CDA bleef sterk in Limburg, Overijssel en Friesland en werd ook de grootste partij in Gel­derland. De VVD leed de grootste verliezen in het Westen en mid­den van het land (meer dan 4% in Zuid-Holland, Utrecht, Over­ijssel), maar bleef de grootste partij in Noord- en Zuid-Holland, Zeeland, Utrecht en Flevoland. De PvdA behaalde een bescheiden winst van circa 2%, met als uitschieter 3,5% in Brabant. D66 verloor overal, zoals verwacht. De grootste winnaar was Groen­Links, die in alle provincies beduidend meer stemmen trok en in Noord-Holland, Utrecht, Flevoland en Groningen meer dan 5% winst boekte – veelal ten koste van D66. De kleine protestants-chris­telijke partijen gingen licht vooruit, met als uitschieters Zee­land en Flevoland.

De SP kon behoorlijke winst noteren, behalve in Groningen waar zij moest concurreren met de door haar voormalige fractievoor­zitter S. Lammerts opgerichte Onafhankelijke Politieke Partij Groningen (OPPG; zie Jaarboek 1998 DNPP, blz. 80). De OPPG won overigens geen zetel, evenmin als een tweede regionale partij, De Groningers. Elders deden regionale partijen het doorgaans wel goed. In Utrecht kwam de Federatie van Inwo­ners­partijen (FIP) met een zetel in de Staten, in Zuid-Holland slaagden de Onafhankelijken (OZH) daar eveneens in, terwijl de Onafhankelijke Partijen Drenthe (OPD) en de Partij Nieuw Limburg (PNL) er een zetel bij wonnen, evenals de Fryske Nasjonale Party (FNP) in Friesland. De Zeeuws-Vlaamse Volkspartij (ZVV) ging op in de iets bredere Partij voor Zeeland (PVZ) en kon zodoende haar zeteltal verdubbelen; wellicht mede geholpen door het besluit van Delta Anders om niet meer zelfstandig een lijst in te dienen maar samen te gaan met GroenLinks. In Brabant, Gelderland en Friesland handhaaf­den de Brabantse Onaf­hankelijke Federatie (BOF), de Partij Nieuw Gelderland (PNG) en de Federatie Gemeente­belangen Friesland (FGF) hun zeteltal.

De combinatie Leefbaar Gel­derland/De Groenen won een zetel, Leef­baar Overijssel/De Groenen slaagde daar niet in, terwijl Noord-Hol­land Anders/De Groenen een zetel behield. Daarnaast drong ook een landelijke partij voor het eerst in de Staten door: Nederland Mobiel (NM) won een zetel in Noord- en Zuid-Holland en in Lim­burg. De partij, die was opgericht vanuit de Stichting Pro Auto, had in 1998 bijna een zetel in de Tweede Kamer gehaald. De ver­schillende ouderenpartijen verloren overal fors, maar wisten in zes provin­cies nog een zetel te behouden, nu ze er eindelijk in slaagden samen te werken. De Centrumdemocraten daarentegen ver­dwenen ook uit de drie provincies waar ze in 1995 nog een zetel hadden ge­wonnen: Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant.

De vorming van de colleges van Gedeputeerde Staten weerspiegelde de electorale verschuivingen maar gedeeltelijk. Zo mocht de win­naar GroenLinks alleen in Zuid-Holland aan het provinciebestuur deelnemen, in een brede 'regenboog'-coalitie met PvdA, CDA en SGP. D66 keerde nergens terug in een college. De macht werd dus verdeeld tussen de drie grote partijen, waarbij de PvdA 27 gedeputeerden mocht aanwijzen, het CDA 26 en de VVD twintig.

tabel uitslag Provinciale Statenverkiezingen, 3 maart 1999

 

    %

 zetels

 1995

    %

 zetels

 1999

CDA

  22,9   186   24,4   194

VVD

  27,2

  207

  23,7

  182

PvdA

  17,0

  142

  19,0

  154

GroenLinks

   5,4a)    36   10,1b)    77

GPV/RPF/SGP

   6,7    53    7,5    62

D66

   9,2

   67

   5,9

   39

SP

   2,1    12    3,3    19

AOV/Unie

55+/S2000c)

   5,1

   33

   1,7

    6

PNL

   0,5     5    0,6     6

FNP

   0,3     3    0,4     4

ZVV/PVZ

   0,1     2         0,2     4

NM

    -     -    0,7     3

OPD

   0,1     2    0,2     3

De Groenend)

   0,5

    1

   0,6

    2

OZH

    -     -    0,4     1

BOF

   0,2

    1

   0,3

    1

PNG

   0,2

    1

   0,2

    1

FGF

   0,1

    1

   0,1

    1

FIP

    -

    -

   0,1

    1

CD

   1,0     3    0,4     0

overige

   1,0

    1

   0,4

    0

totaal

  99,6

  756

 100,2

  760

opkomst

  50,2

 

  45,6

 

 

a)Inclusief de gezamenlijke lijst van GroenLinks/De Groenen in Zuid-Holland

(zie Jaarboek 1995 DNPP, blz. 19)

b)Inclusief de gezamenlijke lijst van GroenLinks/Delta Anders in Zeeland

c)Inclusief de Drentse Ouderpartijen en S.O.L. (Samenwerkende partij

Ouderen Limburg)

d)De Groenen hadden in Noord-Holland een lijst gevormd met de groepering

Noord-Holland Anders, in Gelderland met Leefbaar Gelderland

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Statistiek der verkiezingen 1999: Pro­vinciale Staten, 3 maart Voorburg/Heerlen,1999.

Laatst gewijzigd: 1 13-09-2012 12:47:32