VVD jaaroverzicht 2007

Uit: P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2007. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2007' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2007 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2009), 3-71, aldaar 63-71.

inleiding

Voor de VVD was 2007, na het flinke verlies bij de Tweede Kamerver­kiezingen in november 2006, een jaar van beproeving. De spanningen tussen Mark Rutte, de nummer 1 in de Tweede Kamer­fractie en nummer 2 Rita Verdonk, leidden in september tot een breuk, die veel commotie veroorzaakte. In de peilingen verloor de VVD daarop een­derde van haar aan­hang, waarvan ze in de volgende maanden slechts een bescheiden deel terug wist te winnen. De partij besteeddde veel tijd aan bezinning en vernieuwing.

kabinetsformatie en oppositie

De VVD werd na haar forse teruggang bij de Kamerverkiezingen in november 2006 niet bij de kabinetsformatie betrokken (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). De terugkeer naar de oppositieban­ken zou voor de partij heilzaam kunnen zijn indien zij zich grondig op de liberale beginselen ging bezinnen, zo meende althans Patrick van Schie, directeur van de Prof.mr. B.M. Teldersstichting (het wetenschap­pelijk bureau van de VVD). Hij weet de neder­laag vooral aan de cam­pagne die teveel op het politieke midden gericht was geweest.

Op de algemene ledenvergadering op 27 januari te Arnhem werd nau­welijks aandacht aan de verkiezingsnederlaag besteed, maar wel aan de rol die de VVD in de oppositie zou spelen. Rutte kondigde aan de voor­stellen van de nieuwe regering te zullen afmeten aan drie liberale uit­gangspunten: vrijheid, vertrouwen in ‘de mensen’, en verantwoordelijk­heid, met name op financieel gebied. Als het kabinet ‘per ongeluk’ met een goed plan kwam, zou de partij dat steunen: ‘wij zijn niet van de school “stem tegen, stem VVD”’ (www.vvd.nl, 1 oktober 2008).

Rutte begroette het nieuwe kabinet vervolgens als ‘kabinet-van-achter-de-voordeur’, ‘betuttelend’ en ‘niet vrijzinnig maar onzinnig’ (NRC Handelsblad, 26 februari 2007). Hij toonde zich vooral bezorgd over een mogelijke beperking van de vrijheid met betrekking tot abortus en euthanasie. Daarnaast vreesde hij verwatering van het vreemdelingen­beleid en eenzijdige lastenverzwaring voor de middeninkomens.

Op de algemene vergadering van 11 en 12 mei te Rotterdam leverde Rutte niet alleen kritiek op het nieuwe kabinet, maar ook op zijn eigen partij. Onder meer vroeg hij zich af of de VVD de schaalvergroting in zorg en onderwijs wel had moeten steunen. Tijdens de vergadering werd afscheid genomen van afgetreden bewindslieden en vertrekkende Kamerleden. Oud-minister Gerrit Zalm werd benoemd tot erelid.

evaluatie van de verkiezingen: de commissie-Dekker

Na de tegenvallende Tweede Kamerverkiezingen had het hoofdbestuur een commissie inge­steld die onder leiding van oud-minister Sybilla Dekker de campagne zou evalueren. De commissie, die vooral bestond uit lokale en provinciale bestuurders, zou ook de gemeen­te­raadsverkie­zingen van 2006 en de interne partijverkiezingen in haar analyse betrek­ken. Zij hield een aantal bijeenkomsten in de regio en won advies in van een klankbordgroep.

Op 13 juni presenteerde de commissie haar bevindingen in Den Haag onder de titel Kiezen voor een nieuw liberaal elan. Zij hekelde vooral de verdeeldheid die de liberalen in de ver­kiezingscampagne tentoonge­spreid hadden, maar ook de ‘onzichtbaarheid’ van lijsttrekker Rutte en de geringe nadruk op liberale successen van de afgelopen jaren. De VVD-top had leden van zich vervreemd door gebrekkige communicatie en onduidelijke structuren, maar ook door hen de kandidatenlijst niet in vrijheid te laten vaststellen. Zo had Rutte Verdonk al bij voorbaat de tweede plaats aangeboden en werden kandidaten uit andere partijen – bedoeld was waar­schijn­lijk Fred Teeven, in 2002 lijsttrekker van Leefbaar Nederland – hoog op de lijst geplaatst. De commissie formuleerde een tiental aanbevelingen om toekomstige campagnes beter te laten verlo­pen: meer inhoudelijke discussie, een professionele en perma­nente cam­pagneorganisatie en op termijn ook een professionele (betaalde) partij­voorzitter, meer sturing door het hoofdbestuur van interne processen en discussies, behoud van de leden­raadpleging en de vaststelling van het verkiezingsprogramma vóór de verkiezing van een lijsttrekker. Voor de VVD gekozen bestuurders zouden een bijdrage aan de partijkas moeten leveren, zoals dat bij veel andere partijen al gangbaar was.

Het hoofdbestuur nam de meeste aanbevelingen over en werkte er meteen een aantal uit; de rest zou nader onderzocht moeten worden. Ook Rutte en Verdonk betuigden hun instemming met de hoofdlijnen van het rapport.

De partijraad besprak op 23 juni in Bussum het rapport. Enkele ereleden zoals Henk Vonhoff en oud-voorzitter en oud-minister Frits Korthals Altes raadden aan de ledenraadpleging weer af te schaffen. De partijraad eiste niet het ontslag van partijbestuurders – ‘koppensnellers vind je op Papoea Nieuw-Guinea, niet bij de VVD’, zo vatte Vonhoff de mening van de partij samen (Dagblad van het Noorden, 25 juni 2007). 

De besluitvorming over het rapport van de commissie-Dekker zou op de algemene vergade­ring op 15 september in Veldhoven plaats vinden, maar daar bleek toen vanwege de crisis rond Verdonk geen tijd meer voor te zijn (zie hieronder). Op 8 december werd de vergadering in Rotterdam voortgezet, waarbij het rapport werd besproken. De meeste aanbeve­lingen van de commissie werden over­genomen. De suggestie om gedragsregels voor partij­leden vast te stellen riep veel discussie op. Verdonk had zich in juli hiertegen uitgesproken. Uiteindelijk werd met instemming van het hoofd­bestuur een motie van de afdeling Leiden aangenomen die zich uitsprak voor ‘om­gangs­vormen die getuigen van openheid en wederzijds respect’, zonder in bijzonderheden te treden (www.vvd.nl, 11 januari 2008).

Op initiatief van Kees den Blanken, voorzitter van de afdeling Arnhem, werd een Werkgroep Herbronnen gevormd, die door middel van vier thematische bijeenkomsten (in juni, septem­ber, oktober en november) de liberale beginselen opnieuw wilde toetsen en toepassen. In de werk­groep namen onder meer het Eerste Kamerlid Heleen Dupuis en de Tweede Kamerleden Johan Remkes en Anouchka van Miltenburg zitting. Op deze manier werd meer aandacht besteed aan inhoudelijke discussie, zoals de commissie-Dekker had voorgesteld.

spanningen tussen Rutte en Verdonk

Terwijl de partij zich bezon op de oorzaken van de verkiezingsneder­laag, nam de spanning tussen Rutte en Verdonk toe. De laatste had bij de Kamerverkiezingen van 22 november 2006 meer voorkeurstemmen gekregen dan de lijstaanvoerder, die haar eerder nipt had verslagen in de strijd om het lijsttrekkerschap van de VVD (zie Jaarboek 2006 DNPP, blz. 95-98). Na de verkiezingen legde Verdonk zich niet zonder meer neer bij haar ondergeschikte rol in de fractie (zie Jaarboek 2006 DNPP, blz. 102-103). Eind november beaamde ze weliswaar dat Rutte de lei­ding had, maar al in januari 2007 deelden haar politieke vrienden aan NRC-Han­dels­blad mee dat zij nog steeds het partijleiderschap ambi­eerde (20 januari 2007). Rutte liet weten hiervan ‘stevig te balen’ en riep de fractie bijeen in Zeist (NRC-Handelsblad, 23 janu­ari 2007). Op zijn aandringen besloot Verdonk haar website (www.stemrita.nl) uit de lucht te halen en de Stichting Stem Rita op te heffen. De website en de stichting hadden haar gesteund in de campagne om het lijsttrekkerschap en in de campagne voor de Tweede Kamerverkie­zingen. 

In juni werden de tegenstellingen duidelijk groter. In het televisiepro­gramma Buitenhof wisselden aanhangers van Rutte en Verdonk (res­pectievelijk oud-staatssecretaris Robin Lin­scho­ten en Ed Sinke, een ondernemer die van 1998 tot 2002 voorzitter van de Kamercentrale Am­sterdam was geweest en nu Verdonk adviseerde) stekeligheden uit. In een vraaggesprek merkte Verdonk op dat een groep van veertig promi­nente VVD-leden (waaronder Linschoten en oud-partijleider Ed Nijpels, commissaris van de koningin in Friesland) onenigheid veroor­zaakte in de partij door campagne te voeren tegen haar. Ze zag zichzelf als ‘fatsoenlijk rechts’ in de lijn van de oud-partijleiders Hans Wiegel en Frits Bolkestein, maar vond Rutte wel fatsoenlijk maar ‘niet echt rechts’ – waarbij ze bij ‘rechts’ vooral dacht aan veiligheid, inte­gratie en immi­gratie (HP/De Tijd, 8 juni 2007). Na fractieberaad verklaarde Verdonk dat ze niet het leiderschap van Rutte ter discussie had willen stellen: ‘Mark Rutte leidt de VVD in de traditie van Wiegel en Bolkestein’ (Dagblad van het Noorden, 6 juni 2007). Rutte sprak van een ‘bedrijfs­ongeval’ (de Volkskrant, 6 juni 2007). Kort daarna stelde hij ‘een kei­harde spel­regel’ vast: Kamerleden zouden in de media alleen over hun eigen portefeuille mogen spreken (De Telegraaf, 11 juni 2007). De uit­spraak van Rutte wekte enige weerstand in de fractie en de partij op, die onder meer verwoord werd door Wiegel. Volgens een peiling door het tele­visieprogramma EenVandaag die begin juni bekend werd gemaakt, zouden VVD-kiezers een rechtsere koers van hun partij wensen en lie­ver Verdonk dan Rutte als partijleider hebben.

Op 21 juni verscheen een interview met Verdonk in Radboud Magazine, het blad van de Rad­boud Universiteit te Nijmegen, waarin zij opmerkte dat de VVD was ‘gekaapt door linkse liberalen’ en weer een ‘liberale volkspartij’ zou moeten worden (het Parool, 22 juni 2007). Omdat het vraaggesprek al in april zou zijn gehouden, dus voor de ‘laatste waar­schuwing’ van Rutte, werd er binnen de partij weinig aandacht aan besteed.

breuk tussen Verdonk en de Tweede Kamerfractie

Aan het eind van de zomer wekte Verdonk opnieuw het ongenoegen van de partijtop met uitlatingen die ze gedaan zou hebben op een beslo­ten diner op 10 september in Utrecht. De VVD was volgens haar geen democratische volkspartij; naar de kiezer werd te weinig ge­luisterd. Bovendien was de partij in de oppositie ‘onvoldoende zichtbaar’ en daar zou Rutte wat aan moeten doen (Algemeen Dagblad, 13 september 2007). Voor Rutte was dit de be­ruchte ‘druppel die de emmer doet overlopen’ (de Volkskrant, 14 september 2009). Verdonk bezwoer hem dat haar woorden verkeerd waren weergegeven en uit hun verband gerukt, maar kon Rutte daarmee niet op andere gedachten brengen. Nog op de dag dat de opmerkingen van Verdonk in de krant verschenen kwam de fractie in spoedoverleg bijeen, samen met partij­voor­zitter Jan van Zanen en Uri Rosenthal, de fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer. De overgrote meerderheid steunde Rutte toen die Verdonk vroeg haar Kamerzetel ter beschikking te stellen. Slechts Charlie Aptroot en Teeven zouden bezwaar hebben gemaakt, ter­wijl Hans van Baalen had aangedrongen op een bemiddelingspoging. Verdonk vroeg bedenk­tijd. Ze kreeg 24 uur, maar toen ze daarna nog geen besluit had genomen werd ze formeel uit de fractie verwijderd. Aptroot en Teeven volgden haar niet.

Volgens een peiling van TNS Nipo zou een nieuwe partij onder leiding van Verdonk in sep­tember 27 zetels in de Tweede Kamer kunnen win­nen. Interview/NSS en Peil.NL kwamen met andere cijfers: vijf res­pec­tievelijk 21 zetels. In oktober groeiden de drie bureaus overi­gens op dit punt naar elkaar toe en voorspelden dertien à vijftien zetels voor Ver­donk.

breuk tussen Verdonk en partij

Het al eerder vermelde partijcongres dat op 15 september in Veldhoven bijeen kwam, stond onbedoeld in het teken van de breuk tussen Rutte en Verdonk. Ook de ereleden die het spreek­gestoelte beklommen bleken verdeeld: Bolkestein, Vonhoff en Zalm steunden Rutte, terwijl Wiegel en Korthals Altes opriepen tot bemiddeling en verzoening. Ongeveer twee­derde van de ruim duizend deelnemers (715 tegen 383) stemde in met Rutte en met het vertrek van Verdonk uit de fractie. Wel werd een motie aangenomen dat men haar als partijlid zou moeten behouden. Ook Rutte ging daarmee akkoord, mits ze haar Kamerzetel zou opge­ven. Moties van afkeu­ring over het hoofdbestuur haalden geen meerderheid. De partij­voor­zitter oogstte bijval met zijn uitspraak ‘Niemand is groter dan de partij’ (Liber, oktober 2007, blz. 23).

Op 17 september verklaarde Verdonk in het televisieprogramma Net­werk dat zij niet alleen haar Kamerzetel maar ook haar lidmaatschap van de VVD wenste te behouden. Het hoofd­bestuur deelde die wens niet. Een gesprek tussen Verdonk en de ereleden Korthals Altes, Von­hoff en Erica Terpstra op 26 september in Den Haag kon de patstel­ling echter niet doorbreken. Aanhangers van Verdonk, geleid door het Staphorster raadslid Jan Talen, verza­melden handtekeningen om via een buitengewone ledenvergadering een ledenraadpleging af te dwingen over het optreden van de partijtop en het partijlidmaatschap van de dis­sidente. Toen het hoofdbestuur in een gesprek op 15 oktober Verdonk vroeg om binnen vier dagen te kiezen tussen haar lidmaatschap van de VVD en dat van de Tweede Kamer (op straffe van ontzetting uit het partijlidmaatschap), gaf zij echter toe en zegde haar lidmaatschap zelf meteen op.

Ruim 1.500 VVD-leden volgden Verdonks voorbeeld en verlieten in oktober de partij; daar stond echter een aanwas van zeshonderd nieuwe leden tegenover. Machteld Vlaanderen, vice-voorzitter van de Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie (JOVD), de jongerenorga­ni­satie van de VVD, werd vanwege haar steun voor de oud-minister in oktober uit haar functie gezet. Ze kondigde aan met enkele geestverwanten een nieuwe liberale jongeren­organisatie ‘met oriëntatie op de rechtervleu­gel’ te zullen oprichten (NRC Handelsblad, 23 oktober 2007).

Andere liberalen ondernamen pogingen om de eenheid in de politieke familie te herstellen. Talen richtte samen met een D66-er, P. Schreurs, daartoe eind oktober een Thorbecke-comité op. Ze zouden daarbij niet alleen D66, de VVD en Verdonk maar ook GroenLinks willen be­trek­ken. Wiegel toonde zich eveneens voorstander van een brede ‘liberale volksbeweging’ rond de VVD, Verdonk en D66, maar dan met de PVV en zonder GroenLinks (De Pers, 22 november 2007). Vanuit genoemde partijen kwam echter weinig steun voor zijn idee. In een brief riep Wiegel het hoofdbestuur van de VVD op om af te treden, omdat het er niet in was geslaagd Verdonk voor de partij te behouden.  

Op de zeer goed bezochte algemene vergadering in Rotterdam op 8 december werd de breuk nog eens bezegeld. Moties tegen Rutte en tegen partijvoorzitter Van Zanen kregen slechts steun van een vrij kleine minderheid (achttien respectievelijk 27 procent). Ook Wiegels voor­stel om naar een fusie met de PVV en de beweging van Verdonk te streven, werd door een over­weldigende meerderheid (86 procent) afgewezen. Wel stemde het congres in met een motie van het Thorbecke-comité om alle liberale stromingen in Nederland in één liberale volkspartij te ver­binden – maar deze tamelijk vrijblijvende uitspraak had ook de zegen van de partijvoor­zitter. Rutte stelde tevreden vast dat de partij nu kon ‘stoppen met navelstaren’ (de Volks­krant, 12 december 2007). 

Trots op Nederland

Op 17 oktober kondigde Verdonk aan een politieke beweging te willen opbouwen met de naam ‘Trots op Nederland’. Het zou een brede volks­beweging moeten worden, ‘niet links, niet rechts, recht door zee’ (NRC Handelsblad, 18 oktober 2007). Ze koos voor een beweging zonder partijstructuur, omdat ze ‘de mensen in het land direct bereiken’ wilde en aansluiting wilde zoeken bij ‘de grote meerderheid van de Nederlan­ders die zich niet langer vertegen­woordigd voelen door de Haagse bestuurderselite’, zoals ze later in haar eerste nieuwsbrief meldde (Nieuwsbrief Trots op Nederland, 22 november 2007). Aanhangers zou­den via een interactieve website met haar kunnen communiceren, ‘maar uiteindelijk bepaal ík de koers’, zo verklaarde ze (NRC Handelsblad, 18 oktober 2007). Voorlopig functioneerde www.stemrita.nl als website – domeinnamen met ‘trots op Nederland’ bleken al door anderen gereser­veerd te zijn, onder meer door het CDA, dat dit motto wel eens in ver­kiezingscampagnes gebruikt had. Op 17 oktober richtte Verdonk met Sinke en andere geestverwanten de Stichting Vrien­den van Rita Verdonk op, bedoeld om steun en geld te werven voor de beweging.

partijvoorzitterschap

Partijvoorzitter Van Zanen had al op 21 november aangekondigd van­wege de interne perikelen zijn functie per 1 mei 2008 te willen neer­leg­gen en niet zijn termijn tot 2009 uit te willen dienen. Begin december meld­de zich de eerste kandidaat-opvolger, de Brabantse gedepu­teerde Onno Hoes. In april 2008 zouden de leden de nieuwe voorzitter kunnen kie­zen; het voor­stel van Vonhoff om de voorzitter weer door de alge­mene leden­vergadering te laten aan­wijzen kreeg op het congres op 8 decem­ber slechts de steun van 396 deelnemers, terwijl 1.020 voorkeur gaven aan de directe ledenraadpleging.

islam en interne meningsverschillen

In maart verscheen een artikel in Liberaal Reveil, het blad van Telders­stichting,, waarin M.S.H. Frankenvrij (een pseudoniem) de Koran beschreef als ‘primitief, ongenuanceerd, on­verdraagzaam, agressief en haatdragend’ en uiteindelijk illegaal (Liberaal Reveil, maart 2007, blz. 33). Volgens de auteur zou alleen een herziene, beschaafde en legale versie van het boek in Nederland gepubliceerd en verspreid mogen worden. Het artikel had instemming van Du­puis, voorzitter van de redactie en lid van de Eerste Kamer, al deelde zij niet de conclusie dat de Koran in zijn huidige vorm niet meer verkocht of uitgeleend zou mogen worden. De Tweede Kamerfractie van de VVD distantieerde zich meteen van het stuk.

Vooraanstaande VVD-leden bleken vaker enigszins verschillend te denken over islam en vreemdelingenbeleid. Zo deelde bijvoorbeeld het Tweede Kamerlid Frans Weekers niet de twijfels die fractiegenoot Henk Kamp in maart uitsprak over de loyaliteit van het PvdA-Tweede Kamerlid Khadija Arib, die sinds november 2006 lid was van een onafhankelijke adviesraad over mensenrechten in Marokko. Ook de kri­tiek van Kamp en Rutte op de dubbele nationaliteit van staatssecretaris Nebahat Albayrak viel niet bij alle VVD-ers in goede aarde (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). Ivo Opstelten, burgemeester van Rotterdam, vreesde dat Rutte het beeld versterkt had ‘dat we bij Wilders op de bagagedrager zitten’ (de Volks­krant, 7 april 2007). Daarbij speelde mee dat de VVD in de verkiezingsstrijd het vreemdelin­gen­beleid had ver­waarloosd, zoals zowel Weekers als Rutte toegaven.

Geert Dales, burgemeester van Leeuwarden en schrijver van het Liberaal Manifest, stelde vast dat er een richtingenstrijd gaande was in zijn partij. Hij nam daar zelf aan deel en riep op het partijcongres op 11 en 12 mei in Rotterdam op tot een nieuwe discussie over dubbele nationa­liteit. Veel bijval kreeg hij daarbij overigens niet.

De partij leek wel haar gelederen te sluiten rond de Nota immigratie en integratie die het Tweede Kamerlid (en oud-minister) Kamp op 12 november presenteerde. Hij pleitte onder meer voor verder terugdringen van het aantal asielzoekers, actief uitzetten van illegalen, be­perking van de huwelijksmigratie, meer begeleiding van ‘risicogezinnen’ en een verbod op ‘gezichtsbedekkende kleding’ in de openbare ruimte (www.vvd.nl., 24 juli 2008).

Provinciale Statenverkiezingen

Al in het voorjaar van 2006 was de VVD gestart met de voorbereidin­gen van de verkiezingen voor de Provinciale Staten in maart 2007 (zie Jaarboek 2006 DNPP, blz. 103). Op 20 januari 2007 vond in Utrecht een landelijke campagnedag plaats, waar de kandidaten kennis en erva­ring uitwisselden en werden toegesproken door de fractievoorzitters in Eerste en Tweede Kamer. De campagne werd geleid door Michiel van Haersma Buma, voorzitter van de VVD-Bestuurdersvereniging. Lande­lijke kopstukken speelden een actieve rol in de campagne voor de Sta­enverkiezingen.

Op 7 maart werd de VVD in Noord-Holland en Flevoland (voorname­lijk door het verlies van de PvdA) de grootste partij. Vergelijkt men de uitslag met die van de Tweede Kamerver­kie­zingen van 2006, dan boekten de liberalen duidelijk winst; vergeleken met de Statenver­kie­zingen van 2003 leden ze licht verlies (zie tabel 1).

De VVD nam in zes provincies deel aan het college van Gedeputeerde Staten, doorgaans samen met CDA en PvdA.

Eerste-Kamerverkiezingen 2007

In mei 2006 was de zittende fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer, de Leidse hoog­leraar bestuurskunde Rosenthal, tot lijsttrekker voor de Eerste Kamerverkiezingen be­noemd (zie Jaarboek 2006 DNPP, blz. 103). Op 17 januari 2007 maakte het hoofdbestuur zijn advieslijst voor de Eerste Kamer bekend. De leden konden hierover in maart hun stem uit­brengen, maar brachten geen wijzigingen in de lijst­volg­orde aan. Ook de Statenleden volgden het advies. Een campagne om de Brabantse ondernemer Gerrit-Jan Swinkels van de groslijst alsnog op de kandidatenlijst en in de Kamer te krijgen, had geen succes.

De VVD verloor één zetel in de Eerste Kamer (zie tabel 2). Rosenthal werd herkozen als fractievoorzitter. Opvallende nieuwkomers waren Loek Hermans, oud-minister en oud-commissaris van de konin­gin, Pieter Hofstra, lid van de Tweede Kamer van 1994 tot 2006, en gene­raal-majoor b.d. Frank van Kappen.

personalia

Op 4 januari werd het oud-lid van de Tweede Kamer Patricia Remak door de rechtbank in Amsterdam veroordeeld voor fraude. Ze zou extra inkomsten die zij naast haar wachtgeld als Kamerlid verwierf niet gemeld hebben. Remak was van 1998 tot 2002 lid van de Tweede Kamer en sinds 2003 lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. In 2005 was zij uit de VVD getreden maar lid van de Staten gebleven; in januari 2007 legde zij deze functie neer. Ze ging tegen het vonnis in hoger beroep.

Op 27 februari werd Bruno Bruins benoemd tot waarnemend burgemees­ter van Leidschendam-Voorburg (tot 1 november 2007). Hij was vanaf juli 2006 tot februari 2007 staatssecretaris voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geweest.

Per 1 april werd Herbert Zilverentant directeur van het partijbureau van de VVD, een functie die hij al vanaf 2006 waarnam.

Laatst gewijzigd: 1 09-09-2021 10:31:16