VVD jaaroverzicht 1994

Uit: J. Hippe, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 1994. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 1994' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 1994 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1995), 14-91, aldaar 83-91.

inleiding

Het verkiezingsjaar 1994 bracht de VVD winst. Bij de verkie­zingen voor de gemeenteraden, Tweede Kamer en de Europese verkiezingen ging de partij behoorlijk vooruit. Ook de leden­aanhang groeide weer. Voor het eerst sinds jaren kwam het ledental in de zomer boven de 55.000 uit.

verkiezingsprogramma

Op 6 januari stuurden de drie gewezen VVD-ministers die mi­lieubeheer in hun portefeuille hadden gehad - Leendert Ginjaar, Pieter Winsemius en Ed Nijpels - een brief aan het hoofd­be­stuur, waarin zij hun onvrede uit­spraken over de mi­lieupara­graaf in het ontwerp-verkiezingspro­gram. Zij deden een achttal sugges­ties waarmee 'een veel duidelijker en aan­spre­kender beeld wordt geschetst van het milieubeleid dat de VVD voor­staat' (Trouw, 7 januari 1994). Het drietal bepleitte onder andere meer ener­giebespa­ring, uitbrei­ding van het na­tuurgebied en een sterkere terug­dringing van de verzuring van het milieu. De program­commis­sie besloot vervolgens de milieup­aragraaf ge­deeltelijk aan te passen.

De buitengewone algemene vergadering die zich over de kernpun­ten van het con­cept-verkiezings­program moest buigen, kwam op 21 en 22 januari bijeen. Ruim vierhonderd amendementen moesten behandeld wor­den. De le­denver­gadering schrapte de invoering van het correc­tief refe­rendum. Verder werd het te bezuinigen bedrag verhoogd van zeven­tien naar twintig miljard gulden. Het groot­ste deel van de bezuini­gingen moest worden verwezenlijkt door de invoe­ring van een ministelsel in de sociale zekerheid. De herschre­ven mi­lieup­aragraaf werd goedgekeurd. Winsemius, voorzit­ter van Natuur­monumenten, was er niet van onder de in­druk: 'het was knudde met een rietje; nu is het nog knudde' (de Volks­krant, 19 februari 1994). In het nieuwe verkiezings­program was ook de 'prestatiebeurs' opgenomen. Deze vorm van studiefinanciering was voorgesteld door de JOVD.

kandidaatstelling Tweede-Kamerverkiezingen en Europese verkie­zingen

Op 18 en 19 februari kwam de algemene vergadering weer bijeen. Op deze bijeenkomst werd de behandeling van het verkiezings­program en de daarbij behorende beleidsnotitie afgerond. Be­langrijkste agendapunt was verder de kandidaatstelling voor de ver­kiezingen voor de Tweede Kamer en het Europees Parle­ment. In de maanden rond de jaarwisseling had de achterban zich gebogen over de ontwerp-lijsten van het hoofdbestuur. Op 29 januari vergaderden de voorzitters van de kamercentrales over de volgorde van de kandidaten. Zij meenden dat drie zittende kamerleden te laag op de lijst stonden: de landbouwspecialist Piet Blauw (24ste) en de beide defensiespeci­alisten Sari van Heemskerck Pilles-Duvekot en Jan Dirk Blaauw (res­pectievelijk 28ste en 35ste). Het hoofdbestuur paste daarop de lijst aan. Blaauw steeg naar de zeventiende positie, en de twee anderen kregen verkiesbaar geachte plaatsen. Zonder al te gro­te verde­re wijzigingen nam de algemene vergade­ring de ont­werp-lijst aan. De afdeling Lisse ondernam nog een poging om een verkies­bare plaats te verkrijgen voor de makelaar Harry Mens. Mede door toedoen van Frits Bolkestein mislukte dat. Mens behoorde volgens de partijleider tot een categorie 'die niet voor ver­kiezing in aanmerking behoort te komen' (de Volks­krant, 21 februari 1994). Bolkestein werd bij acclamatie tot lijsttrek­ker geko­zen.

De algemene vergadering had eerder Europarlementariër Gijs de Vries aangewezen als lijsttrekker voor de Europese verkiezin­gen. Het Tweede-Kamerlid Jan Kees Wiebenga stond op de tweede plaats. Het zittende lid Florus Wijsenbeek moest zijn vierde plaats af­staan aan de landbouwspecialist Jan Mulder en belandde op de vijfde positie.

gemeenteraadsverkiezingen

De gemeenteraadsverkiezingen van 2 maart verliepen voor de VVD zeer suc­cesvol. Met een winst van 235 raadszetels kwamen de liberalen uit op een totaal van 1720 zetels. In onder meer Den Haag, Leiden en Middelburg werd de VVD de grootste partij. Onderzoek toonde aan dat de winst vooral uit de hoek van het CDA kwam. Het aantal wethouders steeg met meer dan honderd tot 319.

christendom

In een interview in NRC-Handelsblad van 5 maart stelde partij­leider Bolkest­ein dat de VVD zou moeten overwegen om het christendom weer als uitgangspunt in haar beginselprogramma op te nemen. De verwijzing naar christelijke (en humanistische) waarden was hieruit in 1980 geschrapt. Heroriëntering op christelijke waarden zou 'de op drift geraakte' maatschap­pij meer samenhang kunnen geven. CDA en SGP konden waardering opbrengen voor de uitlatingen van Bolkestein. D66 stelde bij monde van Hans van Mierlo er niet mee uit de voeten te kunnen. De voorzitter van het Humanis­tisch Verbond, Paul Cliteur, noemde de uitlatin­gen onverstandig. De JOVD rea­geer­de eveneens afwij­zend. 'Voor de liberalen is geen plaats in de frontlinie van verdedigers van de christelijke waarden', zo schreven Koen Pe­tersen en Arthur Kocken, respectievelijk voorzitter en vice-voor­zitter van de liberale jongerenorganisatie in het NRC-Handels­blad (29 maart 1994).

asielzoekers

Op 13 maart maakte Bolkestein in het televisieprogramma Brand­punt zijn plannen bekend om 'de stroom van asielzoekers te beheersen'. De VVD-leider stelde onder andere voor dat Neder­land uit­slui­tend Europese asielzoe­kers zou toelaten. Niet-Europese asiel­zoekers zouden in hun eigen regio moeten worden opgevan­gen. Een storm van kritiek stak op na de be­kendma­king van de voorstellen. PvdA, CDA en D66 waren mordicus tegen, evenals vluchtelingenorganisaties. Het hoofd van het bureau van het Hoge Commis­sariaat van de Vluchte­lingen van de Ver­enigde Naties in Den Haag meende dat de plannen van Bolkestein strij­dig waren met het Vluchtelingenverdrag van Genève van 1951.

De plannen van Bolkestein vielen ook binnen de Tweede-Kamer­fractie van de VVD niet geheel in goede aarde. Vice-fractie­voorzitter Hans Dijkstal wees erop dat de discussie over dit onder­werp in de eigen gelederen nog niet was afgerond. Bol­kestein zou wat 'voor de muziek uitlopen' (de Volkskrant, 15 maart 1994). Na een bespreking met Bolkestein zei de fractie unaniem achter haar voorzitter te staan. Bolkestein nuanceerde daarbij het onder­scheid tussen Europese en niet-Europese asielzoekers.

verkiezingscampagne

De VVD opende de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen op 9 april met een mani­festatie in Den Bosch. Partijleider Bol­kestein eiste bij voor­baat al een plaats op voor de VVD in het nieuwe kabinet, samen met D66. Deze twee partijen stonden op grote winst in de opi­niepeilin­gen en hadden zijns inziens het meeste recht om in een nieuwe re­gering zitting te nemen. Als derde partij had Bolkestein het liefst het CDA, maar een paarse coalitie sloot hij niet op voorhand uit.

De VVD organiseerde 'Bolkestein- en VVD-teamshows' in het land, die op minder traditionele leest geschoeid waren. In plaats van een toespraak van de lijsttrekker met na de pauze gelegen­heid voor vragen, werd een talkshow gehouden, waarin Bolkest­ein of andere kamerleden werden geïnterviewd door enkele 'neutrale' journalis­ten. Inclusief muzikale om­lijsting moest de organisa­tie hier­voor zesduizend gulden opbrengen. De kamer­centra­les Drenthe, Flevo­land en Zeeland vonden dit te duur en zagen af van een invita­tie aan Bolkestein.

Tweede-Kamerverkiezingen

Ook de kamerverkiezingen brachten de VVD grote winst. De par­tij steeg van 22 naar 31 zetels - het een-na-beste resultaat uit de geschiede­nis van de VVD (onder aanvoering van Nijpels behaalde de partij in 1982 36 zetels). In de pro­vin­cies Zuid-Hol­land, Utrecht en Flevoland werd de VVD de groot­ste partij. De ach­terstand op de PvdA in Noord-Holland was miniem geworden.

algemene ledenvergaderingen

Op 27 en 28 mei hield de VVD haar algemene ledenvergade­ring. Dian van Leeuwen-Schut maakte als partijvoorzitter plaats voor Willem Hoekzema, burgemeester van Huizen en oud-staat­sse­cretaris van Defensie in het eerste kabinet-Lubbers (1982-1986). Van Leeuwen-Schut had zich niet herkiesbaar ge­steld. Tegen haar kandidatuur hadden de kamercentrale­voor­zit­ters zich gekant, uit onvrede over haar houding ten aanzien van de eventu­ele terug­keer van Hans Wiegel als lijsttrek­ker bij de Kamerverkie­zingen, in de zomer van 1993 (zie Jaar­boek 1993 DNPP, blz. 68-69). In haar af­scheidsrede ging Van Leeu­wen-Schut in op de verkiezings­uitslag. Volgens haar had het 'vrij­zinnig demo­cra­tisch blok' van VVD en D66 overtui­gend gewonnen van het 'pa­­ternalistische blok' van CDA en PvdA. Op de vergade­ring werd verder het startschot gege­ven voor de campagne voor de Europe­se verkie­zingen.

Europese verkiezingen

Ook de Europese verkiezingen verliepen voor de VVD zeer suc­cesvol. Het aantal liberale zetels verdubbelde en kwam uit op zes. Lijsttrekker De Vries werd in juli unaniem tot voorzitter gekozen van de Liberale en Democrati­sche fractie (ELDR) van het Euro­pees Parlement.

kabinetsformatie

Nadat onderhandelingen tussen PvdA, D66 en VVD in juni waren vastgelo­pen, leek in tweede instantie in augustus de vorming van een paarse coalitie toch te slagen (zie in deze Kroniek onder 'hoofdmomenten'). Begin augustus mengde het prominente partij­lid Wiegel zich in de kabinetsforma­tie. Een paarse coalitie zag hij met enige huiver tegemoet. Voor het NOS-Journaal zei hij dat er 'hele stevige VVD-punten in het re­geerakkoord moe­ten staan', omdat de libe­ralen zich tegenover de PvdA en D66 in een minderheidsposi­tie bevonden (Trouw, 6 augustus 1994). In een interview in De Telegraaf (5 augustus) met als kop 'Wiegel waar­schuwt Bol­kestein' zei Wie­gel niets te moeten hebben van de door forma­teur Wim Kok voorge­stelde inko­mensaf­hanke­lijke maatregelen die vooral de midden­inkomens zouden treffen. 'Daar kan onze partij echt niet mee akkoord gaan'. Bolkestein antwoord­de door te stellen dat de onderhan­delaars bezig waren 'met de grootste lastenverlich­tingsopera­tie sinds 1977...', het jaar dat Wiegel vice-premier van het kabinet-Van Agt werd. 'De heer Wiegel komt dus volle­dig aan zijn trekken', aldus Bolkestein. Ook partijvoorzitter Hoekzema nam afstand van Wie­gels commentaar. Het was volgens hem ver­standiger eerst de uitkomsten van de onderhandelingen af te wachten.

Toen het paarse regeerakkoord gereed was, herhaalde Wiegel zijn kritiek. De partij steunde hem hierin echter niet. Op 13 augus­tus ging de Tweede-Kamerfractie van de VVD unaniem ak­koord. Het promi­nente lid Rudolf de Korte - vice-premier en minis­ter van Econo­mische Zaken in het tweede kabinet-Lubbers - bleef niettemin zijn beden­kingen houden. Enkele dagen later, op 15 augustus, kreeg on­derhande­laar Bol­kestein voor het ak­koord de unanieme steun van het hoofdbe­stuur van de VVD en van de voorzitters van de ka­mercen­trales. Wel werden enkele kant­te­keningen geplaatst bij de voorgenomen bezuinigingen op defen­sie en bij de sociale zekerheid.

Bij de personele invulling van het kabinet werd Dijkstal door de VVD naar voren geschoven als vice-premier en minister van Binnenlandse Zaken. Partijlei­der Bolkestein gaf er de voorkeur aan om in de Tweede Kamer te blijven zit­ten. Verder nam in het kabinet onder meer oud-partij­lei­der Joris Voorhoeve zitting. Hij maakte zijn come-back in de landelijke poli­tiek als minis­ter van Defensie. De benoeming van Jozias van Aart­sen, secre­taris-gene­raal op het departement van Binnen­landse Zaken, tot minis­ter van Land­bouw, Natuurbeheer en Visserij leidde tot onbe­grip bij het kamer­lid Blaauw, die als landbouw­expert van de fractie zelf ook als kanshebber werd gezien voor deze post. Volgens Blaauw was Bolkestein te licht­zinnig omgesprongen met de belan­gen van de landbouw.

De nieuwe VVD-bewindslieden werden verwelkomd op de partijraad van 24 augustus. De vergadering had weinig moeite met het re­geerakkoord. In zijn slotwoord riep partijvoorzitter Hoekzema op tot eenheid. Hij meende dat de interne discussie in de partij thuishoorde en niet via de media moest verlo­pen. Dat gold voor elk partijlid, 'prominent of niet', aldus Hoekzema, die Wiegel niet met name noemde.

Bolkestein en de PvdA

Nauwelijks had Bolkestein in een interview zijn tevredenheid uitgesproken over de 'eerste honderd dagen van paars' (NRC-Handelsblad, 29 november 1994), of de politiek leider van de VVD kwam flink in botsing met coalitie­partner PvdA. Aanlei­ding waren zijn uitlatingen in Elsevier (10 december 1994), dat ontwikke­lingshulp vervangen moest worden door noodhulp. Bol­kestein nam hierbij tevens PvdA-minister Jan Pronk op de kor­rel: deze zou moeten erkennen 'dat zijn traditionele gedach­tengoed niet meer cor­respon­deert met de economische werkelijk­heid'. Verder zag hij geen enkele reden voor Nederland om meer aan ont­wikkelingshulp te besteden dan andere Westerse landen. De frac­tievoorzit­ter van de PvdA in de Tweede Kamer Jacques Wallage ver­weet Bolkestein op de persoon van Pronk te spelen.

Op 14 december trok Bolkestein van leer tegen minis­ter Jo Ritzen van Onder­wijs. Volgens Bolkestein zou de PvdA-bewindsman ten aanzien van het hoger onderwijs een 'hap-snap-beleid' voeren. Opnieuw reageerde de PvdA geïrriteerd. Ook binnen de Tweede-Kamerfractie van de VVD was men niet blij met de uitspra­ken van voorzitter Bolkestein. Het fractielid Bibi de Vries noemde deze 'ongelukkig'.

Premier Kok zou later in een interview in Elsevier (24 decem­ber 1994) Bolkestein 'spelbe­derf' verwijten. Kok had zich nog­al gestoord aan een rede die Bolkestein op 3 december in Gent had gehouden. In deze toespraak deed Bolkestein het voorkomen of de PvdA tijdens de kabinetsformatie door de bocht was ge­gaan en de VVD onveranderd op haar standpunten was blijven staan. 'Er is naar mijn smaak maar weinig afstand tussen het VVD-verkie­zingsprogramma en de inhoud van het regeerakkoord', zo hield de politiek leider van de VVD zijn Belgische gehoor voor.

Poncke Princen

Vlak voor Kerstmis werd bekend dat minister van Mierlo van Buiten­landse Zaken een visum had verleend aan Poncke Princen, op grond van huma­nitai­re en gezondheidsredenen. Princen was tijdens de onafhan­ke­lijkheidsstrijd van Indonesië tegen Neder­land na de Tweede Wereldoorlog ge­de­serteerd en overgelopen naar het Indonesische kamp. Bij eerde­re gele­genhe­den had de VVD zich gekant tegen een bezoek van Princen aan Nederland. Dit keer waren Bolkestein en buiten­landspecia­list Frans Weis­glas akkoord gegaan. Hun niet inge­lichte fractie wilde daar echter niet van weten. Tijdens het spoeddebat dat de Twee­de Kamer op 20 decem­ber aan de zaak wijdde, moesten zij op hun schreden terugke­ren. Organisaties van oud-strijders riepen hun achterban op om hun ­bezwaren kenbaar te maken bij de VVD. Vol­gens het partij­secretariaat zouden onge­veer tien personen uit ongenoegen over deze zaak hun partij­lid­maat­schap hebben opge­zegd.

Eerste-Kamerverkiezingen

Op de algemene vergadering van 27 en 28 mei kondigde de voor­zitter van de Eerste-Kamerfractie van de VVD, David Luteijn, aan in 1995 terug te zullen treden. Een opvolger diende zich al snel aan. Begin augustus maakte Wiegel bekend zich voor de senaat kandidaat te stellen. Bij zijn aankondiging zei Wiegel het fractievoorzit­terschap niet uit de weg te gaan. Over de kandi­datuur van Wiegel had partijvoorzitter Hoek­zema met de partij­top overleg gevoerd. Bolkestein zei desgevraagd dat hij hier­bij niet was betrokken. Op 11 oktober stelde het hoofdbe­stuur de groslijst op. Op deze lijst stonden onder anderen ook oud-minis­ter en gewezen kabinets­formateur Gijs van Aarden­ne en de secreta­ris-generaal van de Westeuropese Unie Willem van Eeke­len. Een commissie onder leiding van oud-staatssecreta­ris Els Veder-Smit stelde na gesprekken met de kandidaten de volg­orde van de lijst op. Als eerste op de ontwerp-lijst kwam oud-minis­ter van Justitie en zittend senator Frits Kort­hals Altes uit de bus. Wiegel nam de derde positie in en was daarmee de hoogst geno­teerde nieuwkomer. Op 25 maart 1995 zou een buiten­gewone algemene vergadering de lijst definitief vast­stellen.

Liberale Internationale

Op het 47ste congres van de Liberale Internationale dat van 8 tot 10 septem­ber in Reykjavik bijeen kwam, werd Bolkestein gekozen tot toekomstig voorzitter. Samen met de aftredende voorzitter Otto Graaf Lambsdorff (van de Duitse FDP) en de nieuw geïnstalleerde voorzitter Sir David Steel (Britse Liberal Demo­crats) ging Bolkestein als gevolg van het zogenaamde 'trojka'-principe aan de Liberale Internationale leiding geven. In 1996 zou hij Steel als voor­zitter opvolgen.

verwante organisaties en publikaties

Op 2 februari presenteerde Bolkestein het boek Islam & de democratie, dat hij had geschreven samen met Mohammed Arkoun, ara­bist van Algerijnse afkomst en hoogleraar aan de Sorbonne in Parijs.

Op 4 en 5 februari hield de Organisatie Vrouwen in de VVD haar jaarlijkse congres. Monique de Vries trad terug als voor­zitter. Bijna zeven jaar had zij deze functie vervuld. Zij werd opge­volgd door Tine van der Stroom-van Ewijk.

De Prof.mr. B.M. Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, organiseerde op 16 maart een symposium over de toe­komst van het hoger onderwijs. Centraal stond de stel­ling dat de massaliteit van het hoger onderwijs de kwali­teit ervan heeft doen dalen. In augustus, vlak na de totstand­koming van het kabinet-Kok, publiceerde de Teldersstichting het rapport Keur van kennis. Opinies over hoogwaardig hoger onder­wijs. Het wetenschappelijk bureau van de VVD bekritiseer­de hierin de kabinetsplannen voor een 'bachelor'-opleiding aan de hogescho­len en universiteiten. In de zomer publiceerde de Telders­stichting het rapport Gen­technologie. Een liberale visie. Hierin werd een analyse gegeven van de ethische, poli­tieke en juridische problemen die voortvloeien uit ge­netische manipula­tie, DNA-tests en derge­lijke. Op 1 december organi­seerde de Teldersstichting een symposi­um ter ge­legenheid van haar veer­tigja­rig bestaan. Onderwerp was de verhouding tussen het libe­ralis­me en het communitarisme.

De JOVD vierde haar 45-jarig bestaan met een lustrumcongres op 5 maart. Voor­zitter Petersen hield een pleidooi voor een 'bewuste oppo­sitie' voor de VVD na de kamerverkiezingen. Pas als de libera­len ondubbelzinnig hun stempel op het beleid zouden kunnen druk­ken, moesten zij aan de regering deelne­men. Op 25 juni werd Arjan Toor door de algemene ledenvergadering van de JOVD tot voorzitter gekozen, als opvolger van Petersen.

Op 11 april werd een thema-avond over de volksgezondheid ge­houden, georganiseerd door de gelijknamige partijcommissie. Tot de sprekers behoorde oud-minister Van Aardenne.

Aan de vooravond van de Europese verkiezingen, op 30 mei, or­ganiseerde de VVD in samenwerking met de Teldersstichting en de Europese Liberaal-Democraten (ELDR) een internationale con­ferentie met als titel 'een nieuwe muur of nieuwe kansen?'. On­derwerp was de scheidslijn tussen Oost- en West-Europa na de val van de Berlijnse Muur.

Op 11 juni werd een studiedag gehouden over de veranderingen in de volkshuisvesting. Voor de organisatie tekenden de par­tijcommissie Wonen en bouwen, de Haya van Somerenstichting en de Vereniging van Staten- en Raadsleden.

Op 24 oktober belegde de Mr. Annelien Kappeyne van de Coppel­lo­stichting een bijeenkomst over 'non-discriminatie, artikel 1 van de Grondwet in het licht van toenemende intolerantie'. De Groninger Commissaris der Konin­gin Henk Vonhoff, het oud-kamerlid voor GroenLinks Ina Brouwer en het PvdA-lid en oud-VARA-voorzitter André van der Louw maakten deel uit van het forum.

Het ouderenbeleid stond centraal op een themadag die op 19 november door het hoofdbestuur was georganiseerd. Tot de sprekers behoorde Tweede-Kamerfractievoorzitter Bolkestein, die in overweging gaf de AOW-gerechtig­de leeftijd op termijn te verhogen tot 67 jaar.

De Vereniging van Staten- en Raadsleden van de VVD besloot tij­dens haar jaarvergadering op 23 april haar naam te verande­ren. De huidige benaming zou de lading niet meer dekken, aan­gezien in de loop der jaren ook burge­meesters, gemeentese­cre­tarissen, stads- en deelraadsleden waren toege­treden. Met in­gang van 1 januari 1995 ging de Vereniging zich 'Bestuur­ders­vereniging van de Volks­partij voor Vrijheid en Democratie' noemen. Het jaarlijkse congres van de Vereniging op 4 en 5 november stond in het teken van de naderende verkiezingen voor de Provinciale Staten.

personalia

Na het vertrek van Ed van Thijn als burgemeester van Amsterdam werd VVD-wethouder Frank de Grave op 16 januari door het college van burgemees­ter en wethouders als tijdelijk vervanger aange­wezen. De Grave zou deze functie vervullen tot 12 april, wan­neer de nieuwe gemeenteraad werd geïnstalleerd. Tegen deze regeling bestonden hier en daar bezwaren, aange­zien De Grave bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart als lijsttrek­ker van de VVD zou optreden. De Grave zei echter toe zich in de verkie­zings­campagne terughoudend op te stellen.

Op 20 januari nam H. Wiegel als Commissaris der Koningin af­scheid van de Provinciale Staten van Friesland. Wiegel had deze functie vanaf 1982 vervuld. Met ingang van 1 februari werd hij voorzitter van het Kontaktor­gaan Landelijke Organisa­ties van Ziektekostenverzekeraars (KLOZ). Wiegel werd in Friesland met ingang van 25 april opgevolgd door Loek Hermans, die sinds 1990 burgemees­ter van Zwolle was. Hermans werd in zijn oude functie opgevolgd door Jan Franssen. Deze was vanaf 1982 lid van de Tweede-Kamerfractie van de VVD.

Als opvolger van Schelto Patijn werd op 15 september de landbouw­kundige Joan Leemhuis-Stout tot Commissaris der Koningin in Zuid-Holland benoemd. Zij was dijkgraaf van het hoogheem­raad­schap Schieland en voorzitter van de Unie van Waterschap­pen. Binnen de VVD had zij geen vooraanstaande rol gespeeld.

Op 5 april overleed Martin Visser. Hij had van 1958 tot 1967 voor de VVD zitting in de Tweede Kamer.

Guus Baron van Hemert tot Dingshof overleed op 3 mei. Hij maakte van 1973 tot 1981 deel uit van de liberale fractie in de Eerste Kamer.

Op 5 juli overleed Ad Ploeg. Hij was Tweede-Kamerlid voor de VVD van 1972 tot 1982 en van 1986 tot 1989. In de tussenlig­gende periode was Ploeg staatssecretaris van Landbouw en Visserij in het tweede kabinet-Lubbers.

Op 14 september overleed het oud-Tweede-Kamerlid Frederik van Dijk. Van 1956 tot 1963 had hij zitting in de liberale frac­tie.

De oud-wethouder van Maastricht P. Neus werd op 12 oktober veroordeeld tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van 10.000 gulden wegens het aannemen van steekpen­ningen. Bij de verbouwing van zijn wo­ning zou hij van aanne­mers giften hebben aanvaard.

Laatst gewijzigd: 1 17-08-2021 11:54:04