VVD jaaroverzicht 1990

Uit: P. Lucardie, M. Nieboer en I. Noomen, ‘Kroniek 1990. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1990’ in: G. Voerman (red.), Jaarboek 1990 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1991), 14-57, aldaar 52-57.

inleiding

Het jaar 1990 verliep nogal onrustig voor de VVD. Naar aanleiding van de wisseling in het politiek leiderschap van de partij kon op de algemene ledenvergadering in mei ternauwernood een bestuurscrisis worden voorkomen. Naast de discussie over het leiderschap van Joris Voorhoeve werd er ook publiekelijk gedebatteerd over de koers van de VVD.

partijkoers

Begin januari gaf oud-vice-premier en voormalig minister van economische zaken Gijs van Aardenne in een interview in Elsevier te kennen dat de VVD weer een ‘klassiek rechtse partij’ moest worden, om de nederlagen bij de verkiezingen in 1989 te boven te komen. ‘De fractie is te links. Linkser dan ons kiezersvolk’ aldus Van Aardenne, die daaraan toevoegde dat de liberalen in het politieke midden ‘niets te zoeken’ hadden. Zijn uitlatingen leidden tot weerwerk van Henk Vonhoff. De Commissaris der Koningin in Groningen zag niets in Van Aardenne’s voorstel om van de VVD ‘een rechtse, conservatieve partij’ te maken. Vonhoff pleitte voor een middenkoers van de VVD, zo mogelijk ‘wat links van het midden’. In april ging Guus Zoutendijk in Liberaal Reveil, het blad van de Prof.mr. B.M. Teldersstichting - het wetenschappelijk bureau van de VVD - een stap verder door in navolging van de JOVD een fusie van de VVD met D66 aan de orde te stellen. ‘Voor het intellectuele gehalte van het Nederlandse liberalisme zou dit wel eens een heilzame ontwikkeling kunnen zijn’, zo meende de oud-voorzitter van de Eerste Kamerfractie van de VVD. Zoutendijk kreeg steun van het liberale oud-Tweede Kamerlid Huub Jacobse, voorzitter van het Des Indes-beraad, en van een groep partijleden die in juni een manifest verspreidden onder de titel Als het liberalisme u lief is. Hierin werd expliciet gepleit voor een middenkoers van de VVD en een eventuele fusie met D66. Inmiddels had D66 laten weten hier weinig voor te voelen. Het gewezen Democratische Tweede Kamerlid Ernst Bakker, tevens deelnemer aan het Des Indes-beraad, bleef de VVD beschouwen als ‘een partij van commissarissen… Daar kun je toch niet op stemmen. Laat staan er mee fuseren’ (de Volkskant, 17 mei 1990).

gemeenteraadsverkiezingen

Toen aan het begin van februari bekend werd dat de VVD in de opiniepeilingen van 22 Kamerzetels tot zestien zetels was teruggevallen en daarmee zelfs kleiner zou worden dan D66, wendde Voorhoeve zich in een brief tot het hoogste partijkader om deze een hart onder de riem te ste­ken. ‘We moeten ons niet laten ontmoedigen’, aldus de partijleider, die de kiezers later opriep vooral erop te letten wat de VVD in hun eigen gemeente had bewerkstelligd. Voorhoeve’s appèl mocht niet baten: vergeleken bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1986 verloor de VVD ruim 250 zetels. Ten opzichte van de Kamerverkiezingen van 1989 bleef de partij evenwel min of meer stabiel. In de media had Voorhoeve van tevoren aangekondigd geen consequenties uit dit verlies te zullen trekken: ‘de Tweede Kamerfractie heeft mij in september tot voorzitter benoemd. Het lijkt me niet dat daar wijziging in hoeft te komen’.

partijraad 7 april

De partijraad van 7 april 1990 in Amersfoort stond vooral in het teken van de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Voorhoeve typeerde de resultaten als ‘een meevallende tegenvaller’. Partijvoorzitter Leendert Ginjaar dacht dat het dieptepunt voor de liberalen nu wel was gepasseerd. Door Vonhoff werd de beschuldigende vinger in de richting van Voorhoeve gewezen. Hij toonde zich teleurgesteld over het feit dat de VVD vóór de Tweede Kamerverkiezingen al voor het CDA had gekozen. Daarmee was ‘de opening naar het midden van het politieke spectrum prijsgegeven. Dat heeft ons veel schade aangedaan’.

vertrek Voorhoeve

JVoorhoeve, fractievoorzitter van de VVD sinds 1986, maakte op 30 april bekend af te treden als fractieleider, ‘in het belang van de VVD’. De aanhoudende kritiek op zijn leiderschap gaf hierbij de doorslag. Na de uitkomsten van de gemeenteraadsverkiezingen was Voorhoeve al bereid geweest zijn functie ter beschikking te stellen, zo werd nu bekend, maar de Tweede Kamerfractie had haar vertrouwen in hem uit­gesproken. Na een informeel gesprek met enkele leden van het Hoofd­bestuur, die hem hadden gevraagd zich te beraden over zijn po­si­tie, besloot Voorhoeve echter alsnog zich terug te trekken. Bij de fractie, die op Koninginnedag speciaal bijeen was geroepen in Garderen, sloeg deze mededeling in als een bom. Een aantal leden bekritiseerde de han­del­wijze van het Hoofdbestuur, dat zich op het terrein van de fractie zou hebben begeven. Nadat de meningen van de leden waren gepeild werd uiteindelijk Frits Bolkestein, oud-minister van Defensie, bij acclamatie door de fractie als nieuwe voorzitter aangewezen. Loek Hermans viel daarmee als mogelijke kandidaat uit de boot.

In de partijtop waren de meningen nogal verdeeld over deze machtswisseling. Oud-fractievoorzitter Ed Nijpels vond het niet terecht dat Voorhoeve ‘de rekening kreeg gepresenteerd’ van wat er de afgelopen jaren bij de VVD was misgegaan. Hij bekritiseerde partijvoorzitter Gin­jaar en de fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer, David Luteijn, die volgens hem net zo verantwoordelijk waren als Voorhoeve.

De voorganger van Nijpels, Hans Wiegel, nam partijvoorzitter Ginjaar echter in bescherming en steunde nadrukkelijk Bolkestein als de nieuwe politieke leider. Tegelijkertijd liet hij onduidelijkheid bestaan over zijn mo­gelijke rentree in de nationale politiek.

Op Voorhoeve’s vertrek volgde in de media en in de partij zelf een uitvoerige discussie over de rol van het Hoofdbestuur en in het bijzonder van partijvoorzitter Ginjaar. Op de persconferentie waarop het nieuws bekend werd gemaakt, had Ginjaar Voorhoeve’s toewijding uitbundig geprezen – ‘dat was klasse, mijnheer Voorhoeve’. Geleidelijk aan begon het er echter op te lijken dat Ginjaar zelf een prominente rol had gespeeld bij het opstappen van Voorhoeve. Op 2 mei kwamen de voorzitters van de kamercentrales bijeen. Op deze vergadering gaf Gin­jaar opening van zaken en wist hij zich van de steun van bijna alle voor­zitters te verzekeren. Ook vond er overleg plaats tussen Hoofdbestuur en Kamerfractie waardoor de getroubleerde verhouding tussen beide organen weer opklaarde.

De nieuwe fractievoorzitter Bolkestein werd in 1978 lid van de Tweede Kamer. Voordien was hij werkzaam bij de Shell. Van 1982 tot 1986 was hij staatssecretaris van Economische Zaken. Bij zijn aantreden als fractievoorzitter kondigde hij aan een zelfde koers als zijn voorganger te willen volgen, gebaseerd op het verkiezingsprogram. ‘Begrippen als ‘links’ en ‘rechts’ slaan (daarbij) als een tang op een varken’. Door de VVD-top werd met klem ontkend dat Bolkestein niet meer dan een ‘tussenpaus’ zou zijn, in afwachting van de terugkeer van Wiegel in de landelijke politiek. Voorhoeve, die in 1982 lid van de Tweede Kamer was geworden en daarvoor enkele jaren directeur van de Prof.mr. B.M. Teldersstichting was geweest, bleef tot het einde van het jaar deel uitmaken van de Kamerfractie. Met ingang van 1 januari 1991 werd hij directeur van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen ‘Clingendael’. Naar aanleiding van de wijze waarop Voorhoeve door Bol­kestein was vervangen bedankten de echtgenote en twee zoons van de ex-fractievoorzitter als lid van de VVD.

algemene ledenvergadering

De algemene vergadering die op 18 en 19 mei in Zwolle werd gehouden stond geheel in het teken van de gang van zaken rond het vertrek van Voorhoeve. De afdeling Roermond had de toon gezet door op 11 mei een motie van wantrouwen aan te nemen, gericht tegen partijvoorzitter Ginjaar en het Hoofdbestuur. Op de tumultueuze avondbijeenkomst werd zware kritiek geuit op het Hoofdbestuur. Een interventie van oud-partijleider Wiegel die ‘rancune’ en een ‘verziekte sfeer’ constateerde mocht niet baten. Een motie waarin Ginjaar werd gevraagd om in het najaar van 1990 op te stappen, werd op het allerlaatste moment ingetrokken, nadat het Hoofdbestuur een klemmend beroep op de vergadering had gedaan om alle moties in te trekken. In ruil daarvoor beloofde het Hoofdbestuur de geuite kritiek ter harte te zullen nemen. Een motie om een commissie van wijze personen in te stellen die moest helpen de eenheid in de partij te herstellen, werd met grote meerderheid verworpen. Het Hoofdbestuur zag hierin een signaal dat het nog over voldoende vertrouwen beschikte.

Nu de bestuurscrisis op het laatste moment was afgewend kon de vergadering zich op de andere agendapunten richten. Ze ging akkoord met het voorstel van het Hoofdbestuur om ‘op termijn’ een betaalde partijvoorzitter aan te trekken. De huidige voorzitter Ginjaar oefende de functie in zijn vrije tijd uit, maar had al eerder laten weten zelf niet de eerste professionele voorzitter van de VVD te willen zijn. Ook werd ingestemd met een contributieverhoging, die de met ledenverlies kampende VVD van extra inkomsten moest voorzien.

buitengewone algemene vergadering

Op een buitengewone algemene vergadering op 8 september werd een aantal organisatorische zaken behandeld die in mei wegens tijdgebrek niet meer aan de orde waren gekomen. Op aandringen van het bestuur van de Vereniging van Staten- en Raadsleden stemde de vergadering in met het voorstel om de raads- en Statenleden en burgemeesters en Commissarissen der Koningin van de VVD door een jaarlijkse toeslag op hun partijcontributie automatisch lid te maken van deze vereniging. Ook werden reglementswijzigingen aanvaard die onder andere de vergaderingen van de partijraad in beginsel openbaar maken. Met betrekking tot de reglementen voor de kandidaatstelling voor de Tweede Kamer werd onder meer besloten de speciale verkiezingsraad op te heffen, waardoor de procedure aanmerkelijk zouden worden verkort.

partijraad 22 september

Op 22 september, na Prinsjesdag, kwam de traditionele partijraad bijeen om de Troonrede en de Miljoenennota te bespreken. VVD-leider Bolkestein verweet het CDA dubbelhartigheid. Hij meende dat met name CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman nu wel kritisch kon zijn over de nieuwe rijksbegroting, maar tegelijk zelf volop verantwoordelijk was voor de financiële en econonomische situatie. De financieringsplannen van minister Kok waren in zijn ogen ondeugdelijk en het CDA was hieraan medeplichtig.

commissie Nord

In 1990 werden diverse ‘themadagen’ gehouden, waar de achterban kon discussiëren over onderwerpen als Oost-Europa en ruimtelijke ordening. Op basis van de uitkomsten van deze gedachtenwisseling diende een ‘hoofdlijnennota’ te worden opgesteld die in 1992 aan de algemene vergadering moest worden voorgelegd. Op de algemene vergadering in mei werd echter besloten de discussie te versnellen. Een Commissie Hoofdlijnen werd ingesteld die als opdracht kreeg een aanzet te geven ‘voor het liberale antwoord op actuele maatschappelijke vraagstukken’. Voorzitter werd het oud-lid van het Europese Parlement Hans Nord. In deze breed samengestelde commissie hadden onder andere Van Aardenne en Vonhoff zitting.

Het rapport van de commissie, dat als uitgangspunt zou dienen voor het verkiezingsprogram 1994-1998, werd in november onder de titel Ongebroken lijnen: een liberaal perspectief aan het Hoofdbestuur aangeboden. Met deze titel heeft de commissie ‘de historische continuïteit van het liberalisme willen onderstrepen’, aldus Nord. In de ontwikkelingen in Oost-Europa zag het manifest het bewijs van de liberale stelling dat vrijheid ondeelbaar is: ‘(individuele) politieke en economische vrijheid gaan hand in hand’. De commissie typeerde het huidige politieke krachtenveld als een driehoek, waarin de christen-democratie, de sociaal-democratie en de liberaal-democraten elk een eigen positie innemen. Het feit dat het CDA naar believen kon uitmaken met welke partij het wenste te regeren werd een ‘ongezonde toestand’ genoemd, waarmee de deur naar een coalitie met de PvdA op een kier werd gezet. Fractievoorzitter Bolkestein deelde mee dat zijn fractie zich nagenoeg geheel in het stuk kon vinden. De nota werd vervolgens ter bespreking aan de partij voorgelegd. Tot 1 februari 1991 kregen afdelingen en kamercentrales ge­legenheid bij de hoofdstukken resoluties in te dienen. De tekst zelf was niet amendeerbaar. De buitengewone algemene ledenvergadering van 5 en 6 april 1991 zou zich ten slotte over het rapport en de resoluties buigen.

verwante instellingen en publikaties

De ‘Organisatie Vrouwen in de VVD’ hield haar jaarlijkse congres op 9 en 10 februari in Lunteren met het thema ‘de actieve vrouw’.

De JOVD sprak zich tijdens haar congres op 16 en 17 juni in Haren uit vóór commercieel draagmoederschap. Kunstmatige inseminatie diende volgens het congres ook bij homo-paren te zijn toegestaan. Op het na­jaarscongres van 17 en 18 november stond de ontwikkelingssamenwerking centraal.

De Prof.Mr. B.M. Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, publiceerde in 1990 onder andere het rapport De liberale speurtocht voortgezet, als vervolg op het geschrift Liberalisme: een speurtocht naar de filosofische grondslagen dat in 1988 gepubliceerd was. Op 15 september vierde de Haya van Somerenstichting, de vormings- en scholingsinstelling van de VVD, haar vijftienjarig bestaan met een sym­po­sium over sociale vernieuwing.

personalia

Op 1 april koos Nijpels voor het burgemeesterschap van Breda na dertien jaar voor de VVD in de landelijke politiek actief geweest te zijn als Tweede Kamerlid, lijsttrekker, fractievoorzitter en minister. Bij zijn vertrek zei hij geen tweede Wiegel te willen worden, die ‘van de zijlijn’ de ontwikkelingen binnen de VVD becommentarieert.

In mei werd Frank de Grave, sinds 1982 lid van de Tweede Kamerfractie van de VVD, wethouder van Financiën en loco-burgemeester van Amsterdam. De Grave was van 1977 tot 1979 voorzitter van de JOVD.

Op 1 juni benoemde het kabinet de vice-fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer, Hermans, tot burgemeester van Zwolle. Hans Dijkstal volgde hem op als vice-voorzitter van de VVD-fractie. Op 23 februari overleed het lid van de Raad van State Annelien Kappeyne van de Coppello na een langdurige ziekte. Van 1971 tot 1981 was zij Tweede Kamerlid voor de VVD; van 1982 tot 1986 staatssecretaris van Emancipatiezaken in het eerste kabinet-Lubbers.

Frits Portheine, Tweede Kamerlid van 1963 tot 1981, overleed op 17 april aan de gevolgen van een verkeersongeval.

Laatst gewijzigd: 1 13-08-2021 15:10:26