Trots op Nederland (Fractie Verdonk) partijgeschiedenis

Rita Verdonk verliet in 2006 de VVD en vormde haar eigen fractie in de Tweede Kamer. Op 3 april 2008 lanceerde zij in een passagiersterminal in de Amsterdamse haven de beweging 'Trots op Nederland'. Daarmee wilde zij een platform bieden aan alle Nederlanders die zich niet vertegenwoordigd voelen door de 'Haagse bestuurderselite'. In 2010 kreeg de beweging 0,56% van de stemmen, net te weinig voor een zetel in de Tweede Kamer.

Op 7 april 2010 presenteerde Verdonk het verkiezingsprogramma, getiteld 'Vertrouwen en handhaven'. Het programma was geschreven door Verdonk en haar politiek-economisch adviseur Sander Boon, op grond van bijdragen van ‘gewone burgers’, zoals in de inleiding van het program werd vermeld. Al in 2009 was een tiental werkgroepen geformeerd die ideeën zouden uitwerken. Het program bevatte een kritische analyse van de vervlechting van staat en samenleving en de verstatelijking van politieke partijen. De staat zou zich tot een zestal kerntaken moeten beperken, waardoor 30% van de ambtenaren ander werk zouden moeten gaan zoeken. Door invoering van een uniform belastingtarief van 25% (de zogeheten vlaktaks) zouden minder ambtenaren bij de belastingdienst nodig zijn en zou het leven voor ondernemers en andere burgers eenvoudiger worden. Trots op Nederland wilde voorts de immigratie (vooral gezinsvorming en hereniging) beperken en dubbele nationaliteit niet meer toestaan.  Op 22 april presenteerde Verdonk de kandidatenlijst. Op de eerste plaats kwam – weinig verrassend – Verdonk, op de tweede de consultant Arthur van der Putte, op de derde Carel Hoffman, een Amsterdamse arts en eigenaar van een particuliere kliniek. 

Medio 2010 telde de partij ca 900 leden. In 2010 won de partij een zestigtal zetels in gemeenteraden, waarvan ze er in 2014 nog slechts een zevental (in zes gemeenten) wist te behouden.

In 2011 trok Verdonk zich uit de politiek terug. In 2012 werkte haar partij samen met de door Hero Brinkman opgerichte Onafhankelijke Burgerpartij in het Democratisch Politiek Keerpunt (DPK), waarvan de kandidatenlijst enkele leden van Trots op Nederland telde zoals Jacques Arntz (op de vijfde plaats) en het Haarlems raadslid Sander van den Raadt op nummer 25. In 2017 wilde Trots op Nederland met Van den Raadt als lijsttrekker aan de Tweede Kamerverkiezingen deelnemen maar bleek niet op tijd de vereiste waarborgsom te hebben voldaan. Van den Raadt had meer succes in Haarlem, waar Trots Haarlem in 2018 onder zijn leiding een tweede zetel in de gemeenteraad wist te winnen.

In 2021 haalde Trots op Nederland bij de Tweede Kamerverkiezingen ruim 13.000 stemmen (0,13%), opnieuw onder leiding van Van den Raadt. De kandidatenlijst telde 17 namen, geen van allen was in 2010 kandidaat geweest. Het verkiezingsprogramma (door de partij zelf partijprogramma genoemd) verwees vaak naar een beleidsprogramma en bevatte weinig concrete voorstellen: zorg zonder marktwerking via een landelijk ziekenfonds nieuwe stijl; gratis openbaar vervoer voor werklozen, ouderen en kinderen; herstel van de sociale werkvoorziening in plaats van de Participatiewet; een Constitutioneel Hof om nieuwe wetten aan de Grondwet te toetsen; een vlaktaks van 20%, lagere loonbelasting; hogere vermogensbelasting; een vierdaagse werkweek en een ‘Pluchen Revolutie’ waarbij Kamerleden zonder fractiediscipline partijonafhankelijke ministers zouden benoemen. Trots waarschuwde voorts dringend tegen het 5G netwerk in verband met stralingsgevaar. Alles bij elkaar leek de nadruk in het programma te verschuiven van liberaal naar sociaal beleid.

Laatst gewijzigd: 1 14-04-2022 14:22:11