SGP jaaroverzicht 2007

Uit: P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2007. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2007' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2007 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2009), 3-71, aldaar 58-62.

inleiding

In 2007 wisselden tegenslagen en meevallers elkaar af voor de SGP. De uitslagen van de Provinciale Statenverkiezingen vielen enigszins tegen, maar de twee zetels in de Eerste Kamer bleven behouden. Door een uit­spraak van de Raad van State zou de intrekking van de overheidssubsi­die opgeheven worden, maar een oordeel van het Haagse gerechtshof zette de ‘vrouwen­kwestie’opnieuw op de agenda.

kabinetsformatie

Binnen de SGP werd verschillend gereageerd op het nieuwe kabinet, waaraan de ChristenUnie deelnam (zie in deze Kroniek onder ‘hoofd­momenten’). Politiek leider B.J. van der Vlies beoordeelde het regeer­akkoord genuanceerd maar vooral kritisch: ‘je zou kunnen zeggen dat het glas half vol is, maar het is de taak van de SGP te blijven zeggen dat het glas half leeg is’ (Nederlands Dagblad, 8 februari 2007). Abortus en euthanasie bleven immers toegestaan. Van der Vlies gaf aan dat hij waarschijnlijk niet zijn handtekening onder het akkoord zou hebben gezet. Enkele anderen, zoals de burgemeester van Barendrecht, J. van Belzen, en de Zeeuwse gedeputeerde G.R.J. van Heukelom, achtten die reactie wat prematuur en zouden het akkoord wel hebben ondertekend.

De voorzitter van de SGP-jongeren, J. Kloosterman, betreurde de bescheidenheid van de ChristenUnie waar het de wetgeving rond abor­tus betrof, maar hoopte op intensieve samenwerking tussen de twee partijen en hun wetenschappelijke bureaus om zich in te zetten voor een ‘kentering van het seculiere tij’ in Nederland (Nederlands Dagblad, 14 februari 2007).

Provinciale Statenverkiezingen

In Friesland verbrak de ChristenUnie de samenwerking met de SGP in de Provinciale Staten om met een eigen lijst aan de verkiezingen deel te nemen (zie Jaarboek 2006 DNPP, blz. 42). Het staatkundig-gerefor­meerd Statenlid O.A. van der Galiën was hierover zo verontwaardigd, dat hij zelfs niet meer ging stemmen. De SGP nam niet deel aan de ver­kiezingen in Friesland, en evenmin in Groningen en Limburg. In Dren­the, Flevoland, Gelderland, Overijssel, Utrecht, Zeeland en Zuid-Hol­land kwam de partij met een eigen lijst. Alleen in Noord-Brabant en Noord-Holland bleef de samenwerking met de ChristenUnie gehand­haafd. 

Bij de Statenverkiezingen op 5 maart leed de SGP in de meeste provin­cies enig verlies. Ten opzichte van 2003 verloor de SGP ongeveer negenduizend stemmen en zeven zetels, al moet daarbij bedacht worden dat de Provinciale Staten toen tweehonderd meer zetels telden (zie tabel 1). Vermoed werd dat een deel van de kiezers thuis was gebleven en dat een deel naar de ChristenUnie was overgegaan. In Zeeland verloor de SGP een procent, maar bleef zij relatief sterk (bijna twaalf procent). Partijvoorzitter W. Kolijn keerde niet in de Staten van Zeeland terug. Alleen in Flevoland werd lichte stemmenwinst geboekt; in Drenthe en Overijssel bleef de aanhang stabiel; in Gelderland en Utrecht liep die enigszins terug. In Overijssel wist de SGP dankzij de lijstverbinding met de ChristenUnie een restzetel en dus een tweede Statenlid te ver­werven. De gezamenlijke lijsten met de ChristenUnie in Noord-Brabant en Noord-Holland haalden enige winst. Alleen in Zeeland kon de SGP een gedeputeerde aanwijzen (de eerder genoemde Van Heukelom).

Eerste-Kamerverkiezingen

De SGP overwoog in maart de samenwerking met de ChristenUnie in de Eerste Kamer te beëindigen. Ten gevolge van de verwachte zetel­winst van de Unie vreesden de staatkundig-gereformeerden een bij­wa­gen te worden van deze partij en daarmee ook van de rege­ring. Daarbij kwam dat de ChristenUnie voor het eerst een vrouwelijke senator had ge­­kan­dideerd. De bezwaren bleken echter geen van alle onover­komelijk. Eind maart werd alsnog een akkoord bereikt (zie ook in deze Kroniek onder ChristenUnie). Tezelfdertijd werd een lijstver­binding tussen CDA, ChristenUnie en SGP door de drie partijen goed­gekeurd.

Bij de Eerste-Kamerverkiezingen op 29 mei wist de SGP haar twee zetels te behouden (zie tabel 2), zodat zowel G. Holdijk als G. van den Berg in de senaat terug konden keren. Holdijk werd opnieuw tot fractie­voorzitter gekozen.

jaarvergadering

Op 31 maart vond in Utrecht de 86-ste jaarvergadering van de SGP plaats. Op deze bijeen­komst kreeg de voorzitter van de SGP-Jongeren, J. Kloosterman, gelegenheid zijn organisatie te presenteren. Hoewel de jongerenorganisatie haar ledental goed wist te handhaven, maakte de voorzitter zich toch zorgen over de afnemende binding tussen jongeren en de partij. Dit onderwerp kwam aan het eind van de dag terug in het forum dat naar aanleiding van de par­tijrede van Van der Vlies gehouden werd. Opgemerkt werd dat ook de SGP meer moeite had om kandidaten te vinden voor gemeenteraden en Provinciale Staten.

De landelijke partijdag zou vanaf 2008 in een goedkopere lokatie gehouden worden en niet meer een hele maar slechts een halve dag duren. Dat laatste besluit diende niet zozeer om te bezuinigen maar om meer afgevaardigden te trekken: de deelname was de laatste jaren nogal terug gelopen, verklaarde partijvoorzitter W. Kolijn in juli.

reorganisatie

Op de jaarvergadering werd vooral vanwege de subsidiestop (zie hier­onder) ertoe overgegaan de leden­bijdrage te verhogen tot € 16,50. Verder werd op grond van adviezen van twee orga­nisatieadviesbureaus besloten het partijapparaat te stroom­lijnen en het Voorlichtings- en Vormingscentrum op te heffen. Zijn taken werden grotendeels overge­dragen aan de afdeling communicatie, voorlichting en vorming van de Vereniging SGP. De vormingsactiviteiten in Oost-Europa werden in een afzonderlijke (nieuwe) stichting ondergebracht.  

mediabeleid

De jaarvergadering voerde voorts discussie over het mediabeleid van de SGP, dat volgens de plaatselijke kiesvereniging te Brakel te actief was geworden (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 80). Haar voorstel om dit terug te draaien werd echter met grote meerderheid afgewezen. De SGP zou ‘passieve medewerking’ blijven geven aan de media, onder be­­paalde voorwaarden, zoals respect voor de zondag, objectieve weer­gave en voldoende ruimte voor het partijstandpunt.

vrouwelijke partijleden en overheidssubsidie

Minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wees in februari het verzoek van de SGP om subsidie over 2006 af, omdat vrouwen nog steeds gediscrimineerd zouden worden binnen de partij. Weliswaar had de SGP in 2006 het lidmaatschap voor vrouwen moge­lijk gemaakt, maar hun de toegang tot een ‘regeerambt’ nog steeds niet toegestaan (zie ook Jaarboek 2006 DNPP, blz. 84-86). De minister wilde in elk geval het oordeel van de rechter afwachten. In 2005 had de Haagse rechtbank de staat verboden subsidie uit te keren op grond van het Vrouwenverdrag van de Verenigde Naties (zie ook Jaarboek 2005 DNPP, blz 81-83). De Raad van State bepaalde echter op 5 december 2007 dat de SGP ten onrechte subsidie was onthouden. ‘Ook een partij wier gedachtegoed wat betreft de gelijkheid en gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen afwijkt van heersende opvattingen en actuele rechtsontwikkelingen, dient, behoudens ieders verantwoordelijkheid ingevolge het strafrecht, onbelemmerd te kunnen deelnemen aan het publieke debat’, aldus de Raad (www.raadvanstate.nl, 6 december 2007). De Wet subsidiëring politieke partijen, die bepaalt dat elke partij die met één of meer zetels is vertegenwoordigd in het Nederlandse par­lement en niet strafrechtelijk is veroordeeld recht heeft op subsidie, is volgens de Raad niet in strijd met het Vrouwenverdrag. Aan het eind van het jaar werd bekend dat de SGP nu zowel over 2006 als over 2007 subsidie zou ontvangen.  

De SGP reageerde verheugd op de uitspraak van de Raad van State. Minder gelukkig was ze met de uitspraak van de civiele rechter op 20 december in het hoger beroep dat de Stichting Proefprocessenfonds Clara Wichmann en andere maatschappelijke organisaties hadden aan­gespannen. Het gerechtshof in Den Haag sprak zich niet uit tegen subsi­dieverlening, maar oordeelde dat de staat – onder meer op grond van het Vrouwenverdrag – wel moest zorgen dat de SGP haar vrouwelijke leden zowel actief als passief kiesrecht zou toekennen. De vrijheid van vere­niging zou daarbij zo min mogelijk aangetast moeten worden. De SGP wees deze ‘minimalistische uitleg van de vrijheid van godsdienst en vereniging’ af en ging in cassatie bij de Hoge Raad.

Volgens de partijsecretaris, P.A. Zevenbergen, hadden medio 2007 nog maar dertig van de 225 kiesverenigingen (afdelingen) hun statuten aan­gepast om het lidmaatschap van vrouwen mogelijk te maken. Een tiental vrouwen zou zich aangemeld hebben, terwijl een vijftig (mannelijke) leden was opgestapt vanwege deze kwestie. 

De SGP-jongeren kozen overigens op hun jaarvergadering op 11 mei te Gouda tamelijk geruisloos voor het eerst een vrouw in hun dagelijks bestuur, M. Verhoeks. Zelf was zij zich er ‘nauwelijks bewust’ van dat ze geschiedenis schreef, verklaarde ze: ‘ik ben er niet zo mee bezig dat ik daar zit als vrouw’ (Reformatorisch Dagblad, 24 mei 2007). De jon­geren­orga­nisatie had al in 2005 besloten dat vrouwen lid van het bestuur mochten worden, zij het met enige beperkingen (zie Jaarboek DNPP 2005, blz. 84). Het hoofdbestuur had daar geen bezwaar tegen.

congres ‘Keer het tij’

Op 23 november hield de SGP in samenwerking met haar wetenschap­pelijk bureau, de Guido de Brès-Stichting, en de SGP-jongeren een con­gres in Gouda onder het motto ‘Keer het tij: wie doet er wat tegen taal­verruwing, kwetsen, vloeken, schelden en pesten?’ Inleidingen hielden R. van de Poll, directeur van de Bond tegen het Vloeken, P.H. de Jong, chef redacteur politiek van het Nederlands Dagblad, en Van der Vlies, de voorzitter van de SGP-fractie in de Tweede Kamer.

personalia

Het Urker raadslid J. Koffeman werd in oktober door de rechter veroor­deeld wegens deelname aan fraude met visquota. Het hoofdbestuur ver­zocht hem zijn zetel ter beschikking te stellen. Koffeman, die in 2006 als lijstduwer dankzij voorkeurstemmen in de raad was gekozen, wei­gerde en vormde een eenmansfractie in de raad.

Laatst gewijzigd: 1 25-11-2020 12:08:28