SGP jaaroverzicht 2000

Uit: B. de Boer, P. Lucardie, I. Noomen en G. Voer­man, 'Kroniek 2000. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 2000' in: G. Voerman (red.), Jaarboek 2000 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2001), 141-210, aldaar 197-202.

inleiding

De oppositionele opstelling waarvoor de SGP in 1999 had gekozen, zette de partij in het jaar 2000 voort. De staatkundig-gereformeerde fractie in de Tweede Kamer protesteerde tegen de plannen van het paarse kabinet om het huwelijk open te stellen voor homoseksuelen en de euthanasiepraktijk verder te liberaliseren. Deze nieuwe koers ging gepaard met ledengroei: een ledenwerfactie, die op de jaarvergadering in februari was gestart, leverde de partij ongeveer 1800 nieuwe leden op. In het najaar van 2000 veranderde de SGP wat van aanzien. De verschillende partijgeledingen zouden voortaan met hetzelfde nieuwe logo naar buiten treden. Het oranje driehoekje – symbool van de trits God, Nederland en Oranje – kreeg in het nieuwe logo een centrale plaats. Verder opende de SGP op 8 november een website.

jaarvergadering

Op 26 februari hield de SGP haar jaarlijkse vergadering in Utrecht, waarin voor het eerst een jaarthema werd gepresenteerd. Het onderwerp voor 2000 was ‘de hechte samenleving’, onderverdeeld in de elementen ‘sociale cohesie’, ‘jeugdbeleid’ en ‘multiculturele samenleving’.

B.J. van der Vlies, voorzitter van de Tweede-Kamerfractie, hield een rede onder de titel Eeuw uit, eeuw in, waarin hij zijn zorg uitsprak over de omstreden voorstellen van het kabinet-Kok op het gebied van euthanasie, abortus provocatus en het homohuwelijk. Hij riep de ChristenUnie op de SGP onvoorwaardelijk te steunen bij de bestrijding van deze voorstellen. Om de liberalisering van de euthanasiepraktijk een halt toe te roepen, pleitte hij ervoor artsen en verpleegkundigen te verplichten om patiënten door te verwijzen naar palliatieve zorg.

‘s Middags was er een forumdiscussie, waarin de afgevaardigden hun visie op asielzoekers en allochtonen bepaalden aan de hand van de nota Over de grens? SGP-visie op asielzoekers en alochtonen van het wetenschappelijk bureau van de SGP, de Guido de Brèsstichting. Er was veel aandacht voor het dilemma tussen het theocratische ideaal van de partij en de godsdienstvrijheid van een liberale samenleving. Met dit probleem konden SGP-gemeenteraadsleden te maken krijgen, wanneer zij bijvoorbeeld een aanvraag voor de bouw van een moskee zouden moeten beoordelen.

beginselprogramma

De jaarvergadering besprak ook de door een partijcommissie opgestelde paragraaf over Israël, die in het beginselprogramma opgenomen zou moeten worden (zie ook Jaarboek 1999 DNPP, blz.77-78). Omdat het de commissie tijdens de voorbereiding was gebleken dat het beginsel-programma een volwaardige buitenlandparagraaf – als kader voor het Israël-standpunt – ontbeerde, had zij ook hiervoor een ontwerp-tekst geschreven. Beide teksten werden met een overgrote meerderheid (acht afgevaardigden stemden tegen) aangenomen. Hiermee legde de partij in het beginselprogramma haar ‘diepe verbondenheid met het volk Israël, waaruit de Christus is voortgekomen’ vast. De Nederlandse regering diende naar goede diplomatieke betrekkingen met de staat Israël te streven. De buitenland-paragraaf vermeldde verder dat ‘de Nederlandse overheid … de roeping [heeft] om niet alleen op nationaal, maar ook op internationaal niveau de bijbelse gerechtigheid te bevorderen’ (de Banier,16 maart 2000).

betrokkenheid van de vrouw

Op de jaarvergadering van het Landelijk Verband van Staatkundig Gereformeerde Studieverenigingen (LVSGS)/SGP-jongeren in april kwam een voorstel van het bestuur in stemming dat voorzag in meer mogelijkheden voor meisjes (die meer dan de helft van het ledenbestand vormden) om deel te nemen aan het politieke werk binnen de zogeheten secties van de jongerenorganisatie. De bestuursplannen waren een uitvloeisel van de introductie in 1997 van een buitengewoon lidmaatschap voor vrouwen binnen de SGP (zie voor de vrouwen-kwestie onder SGP in de Kroniek in de Jaarboeken DNPP 1993-1997, 1999). Het voorstel ging de jongeren – tegen de verwachting in – echter te ver en werd met 29 tegen 22 stemmen verworpen. Volgens E. Dijkgraaf, de voorzitter van de SGP-jongerenorganisatie, was de belangrijkste reden voor de afwijzing van het voorstel ‘de huiver’ om op een glijdende schaal terecht te komen (Nederlands Dagblad, 18 april 2000).

algemeen secretaris

In april stelde het hoofdbestuur D. Nieuwenhuis, algemeen secretaris en hoofd van het partijbureau, op non-actief, omdat hij van ontucht met zijn dochter werd verdacht. Nieuwenhuis ontkende de aanklacht die tegen hem was ingediend en verklaarde dat hij ten onrechte was beschuldigd. Partijvoorzitter ds. D.J. Budding schreef in de Banier vurig te hopen dat Nieuwenhuis ‘van alle blaam gezuiverd mag worden’ (27 april 2000). In afwachting van de uitslag van een justitieel onderzoek stelde de partij W. van ‘t Hul, oud-gemeentesecretaris van Nunspeet, in juni aan als waarnemend hoofd van het partijbureau. In december was het onderzoek nog niet afgerond.

Het hoofdbestuur besloot de functies van algemeen secretaris van de partij en hoofd partijbureau, die lange tijd in de persoon van Nieuwenhuis verenigd waren, te scheiden. Dit besluit was al genomen voordat in april de verdenkingen tegen hem naar buiten waren gekomen. Het hoofdbestuur meende dat de combinatie van functies voor één persoon te zwaar was. Het was de bedoeling dat Nieuwenhuis de post van algemeen secretaris zou blijven bekleden en dat voor de functie van hoofd partijbureau een nieuw persoon aangetrokken zou worden. Zolang in deze vacature nog niet voorzien was, bleef W. van ‘t Hul, die Nieuwenhuis’ taken tijdelijk had overgenomen, waarnemend hoofd partijbureau.

partijvoorzitter

In november besloot het hoofdbestuur het partijvoorzitterschap te splitsen in twee functies. Ds. Budding bleef partijvoorzitter, omdat het bestuur wilde ‘vasthouden aan de traditie van onze partij, namelijk een predikant als voorzitter’. Zijn takenpakket zou echter veel kleiner worden, aangezien ‘van een dienstdoend predikant niet verwacht kan worden dat hij het voorzitterschap ten volle waar kan maken’. Naast hem zou per 1 januari 2001 het Zeeuwse statenlid W. Kolijn aangesteld worden als algemeen voorzitter. Hij zou het ‘eigenlijke’ politiek-organisatorische werk gaan doen en het ‘gezicht naar buiten’ van de partij worden (de Banier, 21 december 2000). De predikant J.H. van Daalen zou blijven fungeren als tweede partijvoorzitter.

oppositie tegen paars

De SGP zette de in 1999 ingeslagen koers van scherpe oppositie tegen het kabinet Kok in 2000 voort (zie hiervoor ook Jaarboek DNPP 1999, blz. 79-80). De SGP-jongeren boden in januari de Tweede Kamer 22.500 handtekeningen aan tegen de wetsvoorstellen inzake abortus, euthanasie en het homohuwelijk, die ze ‘een bedreiging voor de toekomstige samenleving’ vonden (Reformatorisch Dagblad, 14 januari 2000).

Ook de De Brèsstichting was op deze terreinen actief. Op 25 mei organiseerde het wetenschappelijk bureau van de SGP samen met de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU) een conferentie in Gouda getiteld ‘Het homohuwelijk: een heilloos voorstel!’. In november publiceerde het bureau Op de grens van leven en dood. Over euthanasie en ander levensbeëindigend handelen, samengesteld door een werkgroep onder voorzitterschap van G. Holdijk. Op 20 november hield de De Brèsstichting een symposium over dit onderwerp in Den Haag.

In augustus begon het partijblad de Banier een artikelenreeks over het recht van verzet tegen de overheid, die naar staatkundig-gereformeerde begrippen door God is ingesteld. Aanleiding hiervoor was het feit dat ‘de huidige overheid… zich op geen enkele wijze laat gezeggen door Gods Woord, ja zelfs wetten maakt die lijnrecht in strijd zijn met Gods Woord’ (de Banier, 31 augustus 2000). Toen begin september de invoering van het homohuwelijk werd behandeld in het parlement, hield Tweede-Kamerlid C.G. van der Staaij een langdurig betoog met principiële, bijbelse en zakelijke bezwaren tegen het paarse voorstel. Dit kon echter niet verhinderen dat het voorstel werd aangenomen. Volgens een commentaar van Van der Vlies in de Banier (14 september 2000) had Nederland ‘zelden tevoren zo duidelijk aangegeven geen christelijke natie meer te willen zijn en met het verleden te willen breken’.

Ook toen de Tweede Kamer begin november voorstellen tot liberali-sering van de euthanasiewetgeving behandelde, liet de SGP zich niet onbetuigd. In twee dagbladen richtte ze zich vlak voor de behandeling via een advertentie tot de lezers. Volgens de partij begaf het parlement zich op ‘een hellend vlak’, wanneer het de ‘toch al vrije euthanasie-praktijk nóg verder verruimde’ (Reformatorisch Dagblad,28 oktober 2000). Toen na hoofdelijke stemming bleek dat de Kamer met een overgrote meerderheid de liberalisering omarmde, sprak Van der Vlies in een commentaar van ‘een zwarte dag in onze parlementaire geschiedenis’ (de Banier,7 december 2000).

Eind augustus stuurde de SGP een brief met richtlijnen naar al haar gemeenteraadsleden hoe te handelen, wanneer per 1 oktober het algemeen bordeelverbod zou worden opgeheven. Voor de SGP-er M. van Rooijen, gemeenteraadslid voor SGP en GPV in Katwijk, was de opheffing van het verbod de reden om eind augustus na achttien jaar uit de raad te stappen.

reactie SGP op samenwerking GPV en RPF in ChristenUnie

De SGP stond neutraal tegenover de in 1998 op gang gekomen verregaande samenwerking van GPV en RPF. De algemeen secretaris van de SGP, Nieuwenhuis, achtte het uitgesloten dat zijn partij aan het vormen van een unie van deze partijen zou meedoen (zie Jaarboek 1999 DNPP, blz. 81-82). Toen in januari 2000 GPV en RPF bekend maakten samen verder te gaan onder de naam ChristenUnie (zie in deze Kroniek onder ChristenUnie), reageerde de SGP positief. Beide partijen werden door Van der Vlies geluk gewenst met deze stap. ‘Op termijn lijkt volledige fusie in de rede te liggen’, zo meende de SGP-leider. ‘Waarschijnlijk duurt dat ook niet eens lang meer’ (de Banier, 3 februari 2000). Met de naam ChristenUnie had hij enige moeite: hij vond het jammer dat met het verdwijnen van de termen ‘gereformeerd’ en ‘reformatorisch’ het protestants-christelijke karakter van de partij er niet in tot uitdrukking kwam. Van der Vlies zei verder ervan uit te gaan dat de goede relatie van zijn partij met RPF en GPV in het verleden met de ChristenUnie zou worden gecontinueerd. Nieuwenhuis herhaalde dat zijn partij buiten deze partijvorming bleef: ‘de SGP wil houden wat zij heeft’ (de Banier, 3 februari 2000).

verwante instellingen en publicaties

In februari publiceerde de Guido de Brèsstichting Over de grens? SGP-visie op asielzoekers en allochtonen, samengesteld door de werkgroep minderheden onder voorzitterschap van J.J. Tigchelaar. De werkgroep stelde in de nota dat het asielbeleid in de eerste plaats preventief moest zijn. Opvang in de eigen regio verdiende de voorkeur; mochten vluchtelingen toch naar Europa komen dan moest er strenger gecontroleerd worden dan nu het geval was. In november verscheen onder auspiciën van de De Brèsstichting een Commentaar, getiteld Het woord is aan de minister. Over ministeriële verantwoordelijkheid van de hand van J.W. van Berkum en A. Weggeman. Op 4 december organiseerde het wetenschappelijk bureau in samenwerking met de Tweede-Kamerfractie een conferentie in Gouda over 'Waterbeheer in de 21ste eeuw'.

Eerder al, in juni, was in de reeks Commentaren van de De Brèsstichting de studie Kader of keurslijf. Over monisme en dualisme in de lokale politiek gepubliceerd,geschreven door C.P.W. van den Berg en anderen naar aanleiding van de voorstellen van de staatscommissie-Elzinga (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). Opvallend was dat in de studie gepleit werd voor meer dualisme en dat afstand werd gedaan van de vanzelfsprekendheid waarmee de SGP het monisme op lokaal en regionaal niveau altijd omhelsd had. Op 16 juni stond dit thema ter discussie tijdens een congres van Voorlichting en Vorming (de nieuwe naam van de Stichting Voorlichtings- en Vormingscentrum, SVV) in Amersfoort. Daar bleek dat de gemeentelijke en provinciale bestuurders meer moeite hadden met het invoeren van dualisme in de lokale politiek dan de auteurs van Kader of keurslijf. De SGP-Tweede-Kamerfractie zou de uitkomsten van het congres meenemen in haar uiteindelijke standpuntbepaling over de voorstellen van de commissie-Elzinga.

Voorlichting en Vorming organiseerde samen met het hoofdbestuur op 22 september in Gouda een congres, getiteld ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst!’. De Leidse rechtsfilosoof A.A.M. Kinneging, woord-voerder van de conservatieve Edmund Burke Stichting, hield er de hoofdlezing.

De SGP-jongeren hielden hun jaarvergadering op 14 april. Zij besloten de afkorting LVSGS (Landelijk Verband van Staatkundig Gere-formeerde Studieverenigingen) uit hun naam te schrappen. Op 6 mei hield de jongerenorganisatie haar tweejaarlijkse jongerendag in Den Haag met als thema ‘Geld!?...of je leven’. Tijdens de bijeenkomst werd aan minister van Financiën Zalm (VVD) het manifest Wil het wel zijn! aangeboden, dat een tiental actiepunten bevatte om uit de opbrengsten van de toegenomen welvaart meer te investeren in het welzijn van de Nederlandse bevolking. Op 10 oktober organiseerden de jongeren samen met de studievereniging Capelle aan den IJssel een discussie-bijeenkomst in Rotterdam. Zij debatteerden daar met het PvdA-Tweede-Kamerlid J.P. Rehwinkel over de monarchie. Verder gaven de SGP-jongeren twee Infoschetsen uit: in maart Heeft de gereformeerde gezindte nog toekomst?, geschreven door W.H. Velema en anderen; en in december Sport en recreatie van de hand van J.C. Bazen, H. Tijssen en M.M. van der Slikke.

De SGP-Werkgroep Oost-Europa en de Hongaarse stichting Gereformeerden in de Samenleving organiseerden op verzoek van de Hongaarse regeringspartij MDF op 17 en 18 november een conferentie in Boedapest over ‘De Europese Unie en de minderheden’.

De SGP/RPF/GPV-fractie in het Europees Parlement presenteerde in april Niches van Amsterdam, een notitie met voorstellen voor institutionele hervormingen binnen de Europese Unie.

 

Laatst gewijzigd: 1 25-11-2020 11:10:29