SGP jaaroverzicht 1985

Uit: Lidie Koeneman en Gerrit Voerman, 'Het partijgebeuren: kroniek van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1985', in: R.A. Koole (red.), Jaarboek 1985 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1986), 14-67, aldaar 60-62

De benoeming van een nieuwe lijsttrekker, de gebruikelijke controverses tussen het partijbestuur en de Landelijke Stichting tot handhaving van de Staatkundig Gereformeerde beginselen en de interne discussie over het vrouwenkiesrecht vormden voor de SGP de belangrijkste gebeurtenissen in 1985. Tijdens de jaarlijkse algemene vergadering op 23 februari werd Bas van der Vlies met grote meerderheid gekozen als lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1986. Een maand tevoren was hij door het hoofdbestuur en de Raad van Advies hiertoe voorgedragen. Van der Vlies zou hiermee Henk van Rossum opvolgen, die vanwege zijn leeftijd (65) na de verkiezingen de Kamer wilde verlaten. Kerkelijk gezien behoort Van der Vlies tot de hervormd-gereformeerde richting van de Nederlands Hervormde Kerk. Naar aanleiding van deze te verwachten benoeming had het Eerste Kamerlid Hette Abma te kennen gegeven het partijvoorzitterschap te zullen beëindigen. De algemene vergadering woonde hij om deze reden niet bij. Volgens Abma waren ten aanzien van het Tweede Kamerlid Cor van Dis verwachtingen gewekt. Abma sprak van onzorgvuldig handelen en kon daarom niet langer functioneren in het hoofdbestuur. Hij behield wel zijn zetel in de Eerste Kamer. Het hoofdbestuur betreurde deze beslissing van Abma, maar concludeerde in een verklaring tijdens de algemene vergadering ‘dat het besluit om ir. B.J. van der Vlies als lijsttrekker voor te dragen in overeenstemming is met de conclusies van het Rapport Commissie Onderzoek Stemmenverlies SGP’. In dit rapport uit 1983 waren aanbevelingen gedaan om de partij aantrekkelijker te maken voor (jonge) kiezers. 

Tijdens de algemene vergadering werden drie aftredende en herkiesbare hoofdbestuursleden, te weten Cor Boender, S. de Jong en K. van der Plas, herbenoemd. Rond deze kandidaatstelling was nog enige commotie ontstaan, aangezien de Landelijke Stichting tot handhaving van de Staatkundig Gereformeerde beginselen zich eind januari door middel van een brief tot de leden van de SGP had gewend. Hierin werd de afgevaardigden geadviseerd hun stem niet uit te brengen op het aftredende en herkiesbare hoofdbestuurslid Boender, doch op de tegenkandidaat. Deze Landelijke Stichting vormde een oppositionele conservatieve vleugel binnen de SGP en bracht het hoofdbestuur geregeld tot verklaringen waarin de activiteiten en publicaties van de Stichting werden afgekeurd. Zo ook tijdens de algemene vergadering, waar het hoofdbestuur constateerde dat het beleid dusdanig werd bestreden dat ‘tegenstanders van onze beginselen daarin oorzaak vinden de Staatkundig Gereformeerde Partij af te schilderen als een partij van onenigheden en een huis, tegen zichzelf verdeeld, waardoor de beginselen onnodig in kwaad daglicht worden geplaatst’. In zijn rede op de partijvergadering liet de voorzitter van de Tweede Kamerfractie, van Van Rossum, zich buitengewoon fel uit over het komend bezoek van de paus aan Nederland. De Nederlandse overheid zou moeten afzien van een ontvangst van het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk. ‘Een bezoek van koningin Beatrix aan de paus en de ontvangst van de paus door onze vorstin kan onmogelijk onze instemming wegdragen. Het past de Nederlandse regering niet de pretenties van de paus op enigerlei wijze te erkennen’, aldus Van Rossum. Hiermee bewees de SGP nog niet afgeweken te zijn van haar oorspronkelijke standpunt ten aanzien van de paus. Bekend in dit verband is de 'nacht van Kersten' (10-11 november 1925). Een amendement van het SGP-Kamerlid Gerrit Kersten, waarin bepleit werd het Nederlandse gezantschap bij het Vaticaan op te heffen, werd door een Kamermeerderheid gesteund, waardoor het eerste kabinet-Colijn ten val kwam. 

In 1985 verscheen van de Stichting Studiecentrum SGP (het wetenschappelijk bureau) een nota over de (kern)bewapening, Aspecten Van Vrede, Vrijheid en veiligheid. Hierin werden eenzijdige stappen tot wapenvermindering ‘of zelfs van pacifisme’ afgewezen, terwijl de weg van de wederzijdse wapenreductie door middel van onderhandelingen werd bepleit. (Kern)bewapening wees de commissie in haar nota niet af, want ‘als het bezit van (kern-)bewapening een oorlog kan voorkomen (en dat is naar menselijke berekening immers de bedoeling) en daarmee een bezetting voorkomen, dan durven we dat niet het etiket op te plakken van “ethisch ontoelaatbaar”'. 

De in het jaar daarvoor verschenen nota In haar waarde II: overwegingen hij het stemmen door Vrouwen stond in 1985 in de plaatselijke kiesverenigingen ter discussie. In deze nota van het hoofdbestuur werd een poging gedaan tot herinterpretatie van artikel 12 van het Program van Beginselen, waarin het vrouwenkiesrecht in strijd werd bevonden met de roeping van de vrouw. De nota concludeerde dat passief kiesrecht zonder meer tot de roeping van de man behoort, maar dat actief kiesrecht geoorloofd is wanneer de vrouw stemt in de erkenning van de man als hoofd van het gezin. Stemt de vrouw echter om hiermee te demonstreren dat ze als de man wenst te zijn, dan is ze in strijd met Gods Woord en haar roeping, die daarin is uitgebeeld. Het ging er dus om hoe de vrouw haar stem uitbrengt. De opvattingen in de nota werden niet unaniem gedeeld door het hoofdbestuur. Een aantal leden koesterde grote bezwaren, aangezien naar hun mening de strijd van de partij uit het begin van haar bestaan tegen de gelijkstelling van man en vrouw onvoldoende werd gehonoreerd. Alle reacties van de plaatselijke kiesverenigingen zouden worden verwerkt in een tussenrapport, om op grond hiervan een eindrapport samen te stellen voor het hoofdbestuur. De reacties bleken nogal divers te zijn. Een deel van de partij wenste wijziging van de artikelen 11 (waarin de SGP het organisch kiesrecht voorstaat) en 12 van het Program van Beginselen; een ander deel wenste aanvulling op deze artikelen. Daarnaast was er een stroming die van wijziging noch aanvulling wilde weten. Wellicht mede vanwege deze diversiteit aan meningen was het de commissie voor het einde van het jaar niet gelukt tot een tussenrapport over het vrouwenkiesrecht te komen. Naar alle waarschijnlijkheid zal de SGP hierdoor voor de gemeentelijke en Tweede Kamerverkiezingen van 1986 geen definitief standpunt kunnen innemen.
 

Laatst gewijzigd: 1 11-06-2021 11:52:49