De Groenen, partijgeschiedenis

De partij De Groenen ontstond in 1983, toen de samenwerking tussen partijloze milieu-activisten en milieubewuste leden van de Politieke Partij Radicalen (PPR) binnen het Groen Platform vast was gelopen. De aanleiding vormde de toenadering die de PPR zocht tot andere kleine linkse partijen, de Communistische Partij Nederland (CPN) en de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP). Een deel van de leden van het Groen Platform besloot daarop, een zelfstandige groene partij op te richten. Aangezien de oprichters van het Groen Platform de naam 'Groene Partij Nederland' al bij de Kiesraad hadden ingeschreven, mocht de nieuwe partij aanvankelijk niet onder de naam 'Groenen' aan verkiezingen deel nemen, maar noemde zich 'Europese Groenen' bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 1984, waar ze ruim 67.000 stemmen (1,3%) won. In een beknopt verkiezingsprogram pleitte de partij voor spaarzaam gebruik van grondstoffen en energie, afbouw van kerncentrales en ecologische landbouw, maar ook voor een ‘Europa van de regio’s’, ontwapening en meer directe hulp aan de bevolking van ontwikkelingslanden.   Vervolgens nam de partij onder de naam 'Federatieve Groenen' deel aan  de Tweede Kamerverkiezingen van 1986, waarbij zij bijna 19.000 stemmen haalde (0,2%). Pas in 1989 voerde ze voor het eerst de naam 'De Groenen' bij de Tweede Kamerverkiezingen. 

Het verkiezingsprogramma ‘Liever leven’ van 1989 ging uit van het ‘ecologisch beginsel’, de samenhang tussen mens, natuur en materie, en van de gelijkwaardigheid van alle mensen. Het programma bevatte veel concrete voorstellen voor een duurzame samenleving, onder meer belasting op grondstoffen, energie en kapitaal in plaats van op arbeid. Daarnaast streefde de partij naar regionalisatie, invoering van een referendum en van een basisinkomen. In de gezondheidszorg streefde men naar minder bemoeienis van de overheid en instelling van patiëntenkringen.  

Onder leiding van het Amsterdamse raadslid en voormalige Provo en Kabouter Roel van Duijn behaalde de partij in 1989 0,4% van de stemmen, onvoldoende voor een zetel. Het bleek niettemin een electoraal hoogtepunt: in 1994 en 1998 zouden De Groenen slechts 0,1 respectievelijk 0,2% van de stemmen vergaren, met resp. Hein Westerouen van Meeteren en Jaap Dirkmaat als lijstaanvoerders (Van Meeteren stond in 1986 op de tweede plaats). Wel wonnen zij een bescheiden maar groeiend aantal zetels in gemeenteraden (in 1994 vier, in 1998 acht). Het ledental schommelde tussen de 300 en 600 en kende veel verloop. Ook de structuur van de partij veranderde in de loop der tijd, van een tamelijk losse federatie van regio's in een kleinschalige kaderpartij.

Op programmatisch gebied overheerste echter de continuïteit, al kan men wel enige ontwikkeling in de verkiezingsprogramma's waarnemen. Zo kwam de partij in het programma van 1994 met het voorstel van een ‘open groene zetel’ in de Tweede Kamer om een stem te geven aan kinderen, dieren en planten. Dierenwelzijn kreeg geleidelijk meer aandacht. Het programma van 1998 bevatte meer details dan vorige programma’s, onder meer voor het basisinkomen, en specifieke beperkende richtlijnen voor genetische manipulatie. Het programma van De Groenen vertoonde vaak verwantschap met dat van GroenLinks, maar ging meestal verder, bijvoorbeeld in de beperking van het luchtverkeer en autobezit. 

Na 1998 daalde het aantal leden en het aantal zetels in (deel)gemeenteraden gestaag. Anno 2018 telde de partij hoogstens 40 leden. De Groenen namen niet langer deel aan Tweede Kamerverkiezingen maar wel aan verkiezingen voor het Europees parlement, waar ze in 2009 8517 stemmen (0,19%), in 2014 10.883 stemmen (0,23%) en in 2019 ruim 9500 stemmen (0,17%) trokken. De partij dankte haar overleven wellicht voor een groot deel aan de inzet van Otto ter Haar, die wisselend het voorzitterschap, secretariaat en penningmeesterschap bekleedde en ook het partijblad Gras redigeerde. In 2017 raakte zijn voorzitterschap echter intern omstreden en eiste een rivaliserende groep rond Jozef van Kessel de leiding over de partij op. Beide groepen hielden op dezelfde dagen in januari en in maart 2017 op verschillende locaties, Amsterdam en Utrecht, congressen en schorsten Van Kessel resp. Ter Haar. Het congres in Amsterdam benoemde Rijndert Doting tot bestuurslid naast Ter Haar; in september benoemde een congres Doting tot partijvoorzitter, Ter Haar bleef secretaris/penningmeester.  Het congres in Utrecht koos in maart Ronald Schönberger tot voorzitter en Van Kessel tot secretaris. Schönberger was lid van de deelraad Amsterdam West geweest en bestuurslid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. In een kort geding gaf de rechter in december 2017 Ter Haar c.s. gelijk, voornamelijk omdat het bestuursmandaat van Van Kessel in oktober verstreken zou zijn. In 2018 ontstond ook wrijving tussen Doting en Ter Haar, waarbij laatstgenoemde het voorzitterschap tijdens een partijcongres in september weer overnam en Doting werd geschorst. In juni 2018 gaf de rechtbank echter Schönberger/Van Kessel gelijk en verklaarde zowel Van Kessels schorsing en royement als de (her)benoeming van Ter Haar  en Doting nietig. De website wordt vooralsnog beheerd door de groep Ter Haar.

 

 

Laatst gewijzigd: 1 13-02-2020 15:15:27