CP (CP'86) partijgeschiedenis

De Centrumpartij (CP, later CP'86)  werd opgericht in 1980 als indirecte afsplitsing van de Nederlandse Volksunie (NVU). In 1982 won ze onder leiding van Hans Janmaat een zetel in de Tweede Kamer. Na interne twisten en afsplitsingen ging die zetel verloren en werd de partij in 1986 failliet verklaard, waarna ze zich CP'86 ging noemen. In 1998 werd CP'86 door de rechter verboden en ontbonden vanwege het bevorderen van discriminatie van allochtonen.

In december 1979 werd de Nationale Centrumpartij opgericht door voormalige leden van de NVU die bezwaar hadden tegen de radicalisering van die partij onder leiding van Joop Glimmerveen. Toen leden van deze nieuwe partij na afloop van een openbare partijbijeenkomst in februari 1980 illegale Marokkaanse immigranten in de Amsterdamse Mozes-en-Aäronkerk aanvielen en mishandelden, hieven geschrokken partijoprichters de Nationale Centrumpartij weer op. Een dag later, 11 maart 1980, richtten twee van hen, de wetenschapshistoricus Henry Brookman en de rechtenstudent Alfons Overwater, de Centrumpartij op (Brants en Hogendoorn, 1983: 18-21; een iets andere versie geeft Van Donselaar, 1991: 173-174) Niet alle leden van het eerste uur kwamen van de NVU: anderen waren lid van KVP of PvdA geweest, of politiek dakloos.

De partij nam afstand van extreem rechts en plaatste zichzelf in het politieke midden - vandaar de naam natuurlijk. Op sociaal-economisch gebied en tal van andere terreinen verschilden haar opvattingen inderdaad nauwelijks van een grote middenpartij als het CDA. Ze profileerde zich echter ten opzichte van de andere middenpartijen door haar etnocentrische nationalisme. Zelf noemden CP-ers hun ideologie 'gematigd nationalisme', ter onderscheiding van het 'extreme nationalisme' van de NVU. Hun doel was slechts 'behoud van de Nederlandse cultuur' (Verkiezingsprogramma Centrumpartij 1981). Hoe gematigd dit ook moge klinken, CP-leden van het eerste uur konden al heftig tekeer gaan tegen de gevestigde partijen: 'Zij hebben onze cultuur verkwanseld. Zij hebben onze rijkdommen voor een appel en een ei aan het buitenland verkocht. Zij  hebben zich bereid getoond de democratie opzij te willen schuiven ten behoud van hun verderfelijke macht.' De schrijver van deze zinnen was de politicoloog J.G.H. (Hans) Janmaat. Hij werd in mei 1980 tot 'eerste secretaris' gekozen – men wilde aanvankelijk bewust geen voorzitter hebben, om de partij zo democratisch mogelijk te maken. Janmaat was voordien lid geweest van KVP, PvdA en DS'70, maar niet van de NVU, wat in de nieuwe partij als pluspunt gezien werd. Brookman, die aanvankelijk de leiding had, verdween vrijwillig naar de achtergrond - mede uit vrees zijn positie bij de Vrije Universiteit te verliezen. Politieke activiteiten in de CP bleken inderdaad carrière-mogelijkheden elders vaak schade toe te brengen. Omgekeerd trok de partij ook vrij veel mensen aan wier pogingen elders carriëre te maken ernstig gefrustreerd waren. Janmaat zelf leek daarvan een goed voorbeeld. Binnen de CP verliep zijn carriëre echter voorspoedig. Van 'eerste secretaris' werd hij weldra alsnog voorzitter. In 1981 leidde hij zijn partij nog zonder veel succes in de verkiezingsstrijd om een zetel in de Tweede Kamer - mede door de concurrentie met de toen nog redelijk vitale NVU (de CP haalde 0,14%, de NVU 0,12%). Maar in 1982 slaagde een tweede poging wel, alle protestacties van anti-fascistische groepen ten spijt: 0,83% was voldoende voor één zetel. 'Nederland is geen immigratieland, dus stop vreemdelingenstroom!' was de belangrijkste leuze van de CP geweest, al legde ze in haar pamfletten ook veel nadruk op invoering van het referendum en een betere bescherming van dieren. In haar verkiezingsprogram van 1982 besteedde de CP weinig aandacht aan migratiebeleid, afgezien van een voorstel voor brede maatschappelijke discussie of een referendum over dit onderwerp, en het voorstel om ontwikkelingshulp meer op remigratie te richten. Het program bevatte voorstellen voor staatkundige vernieuwing, met name invoering van referendum en volksinitiatief en directe verkiezing van de Eerste Kamer, maar ook voor een liberaal getint economisch beleid – afremming collectieve uitgaven, lastenverlaging, vrije markt en harmonie tussen werkgevers en werknemers, afstoting van overheidstaken die ‘beter door het bedrijfsleven vervuld kunnen worden’. Daarbij wilde de CP de invloed van werknemers en Ondernemingsraad vergroten. De Nederlandse economie zou meer ‘zelfverzorgend’ moeten worden. De partij legde voorts nadruk op milieu en leefbaarheid, terwijl ze ook voor een strenger drugsbeleid pleitte. In sommige vlugschriften presenteerde ze zich zelfs als 'jonge groene partij'. Aanvankelijk onderhield de CP dan ook goede contacten met de – nogal romantisch-conservatieve – Ekologische Beweging. De voorzitter van deze organisatie, de jurist Alfred Vierling, sloot zich bij de CP aan en werd in 1982 medewerker van haar Tweede-Kamerfractie. Al spoedig ontstond binnen de Ekologische Beweging echter zoveel verzet tegen de banden met de CP dat Vierling in 1983 geroyeerd werd.

In 1983 en 1984 zette de electorale groei door, zoals bleek uit tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen in Almere waar de CP bijna 10% van de stemmen haalde; en uit de verkiezingen voor het Europese Parlement, waar zij met de leus 'Europa voor de Europeanen!' ruim 2,5% van de stemmen won. Tegelijkertijd groeide ook het ledental, al circuleren op dit punt enigszins uiteenlopende cijfers. Volgens Janmaat telde de CP eind 1983 ruim 3000 leden.

Het jaar 1984 luidde echter ook de ondergang van de CP in. Aan de top van de partij brak een machtsstrijd uit, die wellicht werd gestimuleerd door de behaalde successen. Een groot aantal kaderleden vond dat Janmaat teveel macht naar zich toetrok. Op het congres in Boekel in mei 1984 moest Janmaat het voorzitterschap van de partij overdragen aan N. (Nico) Konst, een jonge geschiedenisleraar, die – evenals de rest van het nieuwe dagelijkse bestuur – een iets militanter en in sociaal-economisch opzicht minder conservatieve koers voor stond. Janmaat sprak al gauw afkeurend van een 'radicaal-rechtse koers' en trachtte oppositie tegen het bestuur te organiseren. Spoedig vlogen over en weer felle beschuldigingen over financieel wanbeheer, ondemocratisch handelen, overspel en ten slotte zelfs intriges van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) over tafel. Persoonlijke tegenstellingen kregen duidelijk de overhand, de ideologische meningsverschillen bleven vaag en veelal onuitgesproken. Met enig voorbehoud zou men het conflict wellicht toch ook kunnen interpreteren als een botsing tussen Janmaats utilitaire, haast liberale nationalisme en het meer romantische, sociaal en collectivistisch getinte nationalisme van Konst en zijn medestanders.

In oktober besloot het dagelijks bestuur, Janmaat te royeren vanwege zijn eigenmachtig en ondemocratisch optreden. Het Tweede-Kamerlid had toen al een vergadering belegd met medestanders om de problemen in de partij te bespreken. In november 1984 zouden zij een nieuwe partij oprichten, de Centrumdemocraten (CD). De oude CP, door het vertrek van Janmaat ook verstoken van de met kamerzetels verbonden overheidssubsidies voor scholing en vorming en wetenschappelijk werk, raakte nu in financiële problemen. De nieuwe penningmeester, A. Lier, weet die overigens ook aan wanbeleid van Janmaat.

Verkiezingen voor gemeenteraden en Tweede Kamer in 1986 betekenden de doodsklap voor de CP. De partij moest opnieuw handtekeningen verzamelen – omdat zij immers niet meer in de Kamer vertegenwoordigd was – en gebruikte daarbij soms valse voorwendsels. Toen de rechter haar veroordeelde tot schadevergoedingen aan de misleide burgers die een handtekening gezet hadden, kon de partij dat geld niet meer opbrengen en moest faillissement aangevraagd worden. De CP had overigens bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1986 nog vijf zetels weten te winnen, maar haalde met 0,4% niet meer de kiesdrempel bij de Tweede-Kamerverkiezingen. Veel teleurgestelde leden haakten af. Konst legde zijn voorzittersfunctie neer om zijn baan als leraar niet te verliezen. Zijn opvolger, Lier, bedankte in 1986 ook. De secretaris van de partij, de zakenman D. (Danny) H.M. Segers, nam daarop het heft in handen en voerde de lijst aan bij de Kamerverkiezingen. In het verkiezingsprogramma van maart 1986 viel iets meer nadruk op het vreemdelingenbeleid, al bevatte het weinig concrete voorstellen op dit punt.

CP'86: een nieuwe cyclus van groei en verval

Vrijwel onmiddellijk na haar faillissement herrees de CP als 'Centrumpartij '86' (CP'86). De herrijzenis voltrok zich echter vooral op papier: van politieke activiteiten was nauwelijks sprake. De vijf raadsleden (in Almere, Amsterdam, Lelystad, Rotterdam en Utrecht) lieten zich zelden horen. Het partijblad werd in Duitsland gedrukt, door de geestverwante Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD). Ideologisch liet CP'86 zich ook door haar Duitse zusterpartij inspireren; ze noemde zich 'nationaal-democratisch' en verklaarde te streven naar een 'nationale revolutie' die een breuk met kapitalisme èn socialisme zou betekenen.

Aan het eind van de jaren tachtig leek CP'86 op sterven na dood. Anti-fascistische acties droegen daar overigens ook toe bij. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1989 liet de partij verstek gaan, terwijl haar erfvijand Janmaat een triomfantelijke come-back maakte. Binnen een jaar echter verrees CP'86 van haar doodsbed en begon aanhang te winnen. Het waren vooral kaderleden van het Jongerenfront Nederland (JFN), de jongerenorganisatie van de NVU, die CP'86 nieuw leven inbliezen. In 1990 hief de leider van het JFN, Stewart Mordaunt, deze organisatie op; in hetzelfde jaar werd hij namens CP'86 in de Haagse gemeenteraad gekozen. Ook in Amsterdam en Rotterdam won de partij zetels – in totaal vier, dus één minder dan bij de vorige verkiezingen.

In 1994 wist de partij het aantal raadszetels ruim te verdubbelen, tot negen. Opvallende winst maakte ze in 1994 in Rotterdam: 3,5% in de gemeente en zelfs 8% in de deelgemeente Spijkenisse. De partij werd nu in de Rotterdamse raad vertegenwoordigd door Martin Freling, ooit leider van het JFN en in 1984 oprichter van een zo mogelijk nog radicaler Aktiefront Nationale Socialisten (ANS). Ook na zijn toetreding tot CP'86 zou Freling contacten met het ondergronds blijvende ANS en haar Duitse zusterorganisatie handhaven.

Niet alle leden van CP'86 waren blij met de radicalisering die Mordaunt en vooral Freling teweeg brachten. Hun militante en vaak illegale demonstraties trokken weliswaar sommige groepen jongeren aan ('skinheads' met name), maar stootten ook mogelijke kiezers af. In de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 werd de partij dan ook geleid door (relatief) gematigden, het al enigszins bejaarde Amsterdamse raadslid W.J. Beaux, de jonge secretaris T.R. Mudde en H. Ruitenberg, tot zijn ontslag dat jaar voorzitter van de ondernemingsraad van Scania in Zwolle. Met name Ruitenberg, kort daarvoor benoemd tot partijvoorzitter en in Zwolle tot raadslid gekozen, hoopte de radicale jongeren enigszins in bedwang te houden en extremisme te vermijden. In het verkiezingsprogramma van 1994 sprak de partij zich uit tegen de monarchie en voor een (niet nader omschreven) ‘nationalistisch bestel’, maar ook voor een volksreferendum en tegen Europese integratie: de EEG (voorloper van de EU) zou de nationale identiteit bedreigen. Om die identiteit te beschermen moest immigratie beperkt en remigratie bevorderd worden. Daarnaast leek de partij voorstander van een liberaal economisch beleid (kleinere overheid, privatisering van overheidstaken) echter met behoud van sociale zekerheid. In sociaal-culturele kwesties nam zij conservatieve standpunten in, voor verbod van abortus en euthanasie, herinvoering van de doodstraf. De uitkomst van de verkiezingen stelden echter teleur: 0,36% was te weinig voor een zetel. In 1995 werd het partijbestuur - dat zowel 'radicalen' als 'gematigden' telde - door de rechtbank in Amsterdam veroordeeld wegens bevordering van rassendiscriminatie en haat. De rechtbank verklaarde tevens de partij tot 'criminele organisatie', maar niet tot 'verboden organisatie'. Angst voor een mogelijk verbod versterkte wellicht de bereidheid – althans bij de gematigde vleugel – tot samensmelting met de oude vijand, Janmaats CD. Ruitenberg bereikte maart 1996 overeenstemming met Janmaat. Het partijcongres van CP'86 wees op 18 mei het akkoord echter af, dat als capitulatie voor Janmaat gezien werd. De spanning tussen de gematigde en radicale vleugels steeg, en leidde uiteindelijk tot een scheuring. De radicalen riepen op 2 november een ledenvergadering bijeen in Rotterdam, waar ze een nieuw bestuur kozen met Mordaunt als voorzitter en Freling als secretaris. Glimmerveen kwam als gast naar de bijeenkomst en sprak zijn gewezen pupillen bemoedigend toe.

Ruitenberg had toen zijn partij al de rug toegekeerd en zich bij de CD aangesloten - waar hij overigens in maart 1997 al weer zou vertrekken. Andere leden van de gematigde vleugel richtten in februari 1997 een nieuwe partij op, Volksnationalisten Nederland (VNN), die echter niet aan kamerverkiezingen zou deelnemen en na enkele jaren zou opgaan in de Nieuwe Nationale Partij (NNP), die dat overigens evenmin zou doen.  

De nu onmiskenbaar in nationaal-socialistisch vaarwater geraakte CP’86 werd 18 november 1998 door de rechter verboden. Alle raadszetels waren dat jaar al verloren gegaan en deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen was niet aan de orde. Sommige leden bleven politiek wel actief, onder meer in de Nationale Alliantie, in 2003 opgericht door J. Teijn, eerder lid van een Rotterdamse deelgemeenteraad voor CP’86, of in de NVU.
 

Literatuur:

- Brants, K. en W. Hogendoorn, Van vreemde smetten vrij: de opkomst van de Centrumpartij, Bussum, 1983.
- Donselaar, J. van: Fout na de oorlog. Fascistische en racistische organisaties in Nederland 1950-1990, Amsterdam, 1991.
- Lucardie, A.P.M.: ‘ Een geschiedenis van vijftien jaar centrumstroming’, in J. van Holsteyn en C. Mudde (red.) Extreem-rechts in Nederland. Den Haag, 1998, pp. 17-30.
- Niemöller, J.: De verschrikkelijke Janmaat. Nederland en de Centrumpartij. Amsterdam, 2015.
- Mudde, C.: The ideology of the extreme right. Manchester, 2000, pp.142-164.
- Vetten, J. de: In de ban van goed en fout. De bestrijding van de Centrumpartij en de Centrumdemocraten (1980-1998). Amsterdam, 2016.

Laatst gewijzigd: 1 24-03-2021 17:14:19