BBB partijgeschiedenis

Op 1 november 2019 richtte Caroline van der Plas samen met Wim Groot Koerkamp en Henk Vermeer in Deventer de vereniging BoerBurgerBeweging (BBB) op. Aanleiding vormden de protesten van boeren tegen het strengere milieubeleid en in het bijzonder de beperking van de uitstoot van stikstof die het derde kabinet-Rutte had aangekondigd. De BBB zag zichzelf als ‘de stem van en voor het platteland’. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 behaalde de BBB één zetel.

Volgens de statuten was het doel van de partij ‘om op een vernieuwende wijze het contact tussen boeren en burgers te herstellen, wederzijds begrip te kweken en de verbinding tussen het buitengebied en de burger te versterken’.

Op 13 mei 2020 stelde een (digitale) ledenvergadering een voorlopige kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 op die op 17 oktober 2020 definitief werd vastgesteld. Van de 26 kandidaten waren twaalf ‘boer’ (dat wil zeggen werkzaam in landbouw, veeteelt of tuinderij), de overige veertien waren ‘burger’ maar vaak indirect bij de agrarische sector betrokken (als adviseur, consultant of ondernemer in de voedselindustrie). Enkelen waren lid (geweest) van CDA, VVD of een lokale partij. Lijsttrekker Caroline van der Plas; bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021 werd zij als enige verkozen.

De leden kozen tijdens de digitale ledenvergadering voorts een bestuur van vijf personen, waarvan Van der Plas voorzitter werd en de communicatieadviseurs Wim Groot Koerkamp en Henk Vermeer respectievelijk secretaris en penningmeester (op de kandidatenlijst stonden zij op de plaatsen 25 en 26).

De BBB stelde ‘naoberschap’ tegenover ‘kosmopolitisch individualisme’. Volgens haar verkiezingsprogramma (dat ook in zes streektalen waaronder Haags werd gepubliceerd) hadden de gevestigde partijen ‘het belang van de rol van boeren, tuinders, vissers en jagers… onvoldoende onderkend’ en ontbreekt een langjarige en duurzame visie op de ontwikkeling van het platteland. De partij stelde de belangen van het platteland centraal, maar bevatte ook tal van eisen op andere terreinen. Ze wilde een nieuw Ministerie voor het Platteland vestigen op minstens 100 kilometer van Den Haag en Tweede Kamerleden evenals nieuwe bewoners van het platteland een ‘inboeringscursus’ laten volgen. Plattelandsgemeenten zouden niet gedwongen mogen worden te fuseren, ze zouden gratis openbaar vervoer moeten krijgen en basisscholen moeten behouden zolang die meer dan 40 leerlingen hadden, en er zou meer geld voor politie op het platteland moeten komen. De belangen van boeren en andere plattelanders klonken ook door in de voorstellen voor een flexibeler mestbeleid, terugdraaien van stikstofmaatregelen, de afwijzing van zonnepanelen of woningbouw op vruchtbare landbouwgrond, meer vrijheid voor jagers en beperking van natuurgebieden. Andere eisen hadden weinig met deze belangen te maken. Zo ijverde BBB voor invoering van een referendum en een Constitutioneel Hof (om wetgeving aan de Grondwet te toetsen) en de directe verkiezing van burgemeesters. De Eerste Kamer zou door gemeenteraden moeten worden verkozen – mogelijk speelde daar wel weer het belang van plattelandsgemeenten mee. Op andere punten nam de partij soms een wat meer behoudend standpunt in (bijvoorbeeld wees zij zowel negatieve als positieve discriminatie af, wilde ze terug naar 130 kilometer op de snelweg en wendde zij zich tegen een Europese ‘superstaat’ maar ook tegen een Nexit), soms een liberale positie (legalisatie van soft drugs, kernenergie) en soms een meer linkse of sociaaldemocratische opstelling (een tweejarige middenschool, een nationaal zorgfonds, hogere winstbelasting grote bedrijven). 

 

Laatst gewijzigd: 1 21-04-2021 10:10:35