PvdA jaaroverzicht 2004

Uit: J.Hippe, R.Kroeze, P.Lucardie en G.Voerman, 'Kroniek 2004. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2004' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2004 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2005), 14-105, aldaar 70-79.

inleiding

Het jaar 2004 leek een goed jaar voor de sociaal-democraten. In de peilingen bleef de PvdA ondanks enige schommelingen de grootste partij – aan het begin èn aan het eind van het jaar zou zij 47 zetels gehaald hebben volgens de Politieke Barometer van het Bureau Inter­view/NSS. Bij de Europese verkiezingen boekte de PvdA een zetel winst.

partijleider Bos

Ook de voorzitter van de Tweede-Kamerfractie W.J. Bos bleef populair – in maart bleek hij volgens het Nipo de fa­voriete politicus voor 29 procent van de bevolking, terwijl de leiders van CDA en VVD slechts door acht  respectievelijk achttien procent als favoriet genoemd werden (Reformatorisch Dagblad, 13 maart 2004). Op 21 augustus stelde Bos in het televisieprogramma ‘Follow the Leader’ zich al beschikbaar voor het lijsttrekkerschap bij de komende Tweede-Kamerverkiezingen van 2007. Intern klonk evenals in 2003 (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 98) overigens ook wel kritiek op de PvdA-leider, met name op zijn soms solistische optreden en vrijblijvende uitspraken. Zo oordeelde J. Monasch, die in 2002 de verkiezingscampagne had geleid, dat Bos zich ‘presidentieel’ opstelde; het Tweede-Kamerlid J. Tichelaar vroeg zich af of Bos wel rekening hield met het verkiezingsprogramma; en zijn fractiegenoot (en oud-minister) K.G. de Vries vond: ‘Bos zou wat gearticuleerder moeten zijn in zijn politieke stellingname’ (de Volks­krant, 13 december 2004).

partijvernieuwing

Na de dramatische verkiezingsnederlaag in mei 2002 was de PvdA begonnen met de vernieu­wing van de partijorganisatie (zie Jaarboek 2002 DNPP, blz. 138-139 en Jaarboek 2003 DNPP, blz. 94-95).

Partijvernieuwing was volgens partijleider Bos dringend geboden, anders zou de PvdA uit elkaar vallen en opgeslokt worden door SP en VVD, zo verklaarde hij in een vraaggesprek: ‘en als het mij niet lukt, lukt het niemand’ (het Parool, 7 januari 2004). Partijvoorzitter R.A. Koole relativeerde de ‘apocalyptische’ boodschap van Bos, maar steunde hem in het streven naar verdere vernieuwing (NRC Handels­blad, 8 januari 2004). Het vernieuwingsproces stond in 2004 overigens niet stil. Gevolg gevend aan een op het congres in december 2003 aangenomen motie stelde het partijbestuur aan het begin van het jaar een commissie in om een nieuwe procedure voor de kandidaat­stelling van parlementsleden te ontwerpen (zie ook Jaarboek 2003 DNPP, blz. 98). In deze commissie namen drie leden van het partijbestuur zitting – waaronder de partij­voorzitter – en voorts een gemeenteraadslid, mevr. M. van der Garde, en een (waarnemend) burgemeester, P. Rombouts. De commissie stelde voor om in elke provincie één kandidaat voor de Tweede Kamer rechtstreeks door de leden uit die provincie te laten kiezen. Deze twaalf kandidaten zouden een verkiesbare plaats moeten krijgen op de lijst. De overige kandidaten op de lijst zouden door het partijcongres gekozen moeten worden, behalve de lijsttrekker die door alle leden in een referendum aangewezen zou worden. Het voorstel zou op het congres in december 2004 behandeld worden, maar dat congres werd vanwege het overlijden van prins Bernhard verschoven naar januari 2005.

Eind oktober verscheen een nieuw ledenblad, getiteld Rood, dat in de plaats kwam van Pro&Contra en direct onder verantwoordelijkheid van het partijbestuur viel. Daarin verschilde Rood van het oude blad, dat een eigen redactie kende met ‘een zekere mate van onafhankelijkheid’ (Pro&Contra, 25 mei 2004).

Oudkerk

R.H. Oudkerk, wethouder van Sociale Zaken, Onderwijs en Integratie in Amsterdam, zou eens per jaar cocaïne snuiven en regelmatig pornogra­fische websites bezoeken, zo berichtte de schrijfster H. van Rooyen in een column in het Parool op 10 januari. Bovendien zou hij pros­tituees bezoeken. De PvdA-wethouder (en voormalig Tweede-Kamerlid) ont­kende aanvankelijk deze feiten en sprak tegen dat hij haar zoiets zou hebben verteld. Binnen de hoofdstedelijke PvdA ontstond hierover onrust. Het ge­meenteraadslid B. Olij adviseerde Oudkerk meteen op te stappen. Kort daarna werd bekend dat Oudkerk al in 2000 als Tweede-Kamerlid bedreigd of ge­chanteerd was vanwege prostitueebezoek. Bij zijn kandidaatstelling voor de gemeen­teraadsverkie­zin­gen van 2002 was hier niet over gesproken. Burgemeester Cohen had vervolgens in het najaar van 2002 van de politie vernomen dat de wethouder gesignaleerd was in de tippelzone aan de Theemsweg in Amsterdam. Hij had de wethouder daarop aangesproken, maar deze beschouwde dit als een privé-kwestie – aldus Cohen in het televisie-programma ‘Buitenhof’ op 18 januari 2004. De tippel­zone was overigens in december 2003 door het gemeente­bestuur gesloten vanwege het grote aantal slachtoffers van vrouwenhandel en de cri­minaliteit op deze ‘afwerk­plek’. De raadsfrac­tie van de PvdA zei naar aanleiding van deze kwestie op 19 januari het vertrouwen in Oudkerk op, die – na enige aarzeling – delfde avond zijn aftreden bekend maakte. Volgens fractievoorzitter T. Halbertsma maakten ‘onware verhalen’ in de media de wethouder het functioneren onmogelijk (NRC Handelsblad, 20 januari 2004). Cohen betreurde het verlies van een ‘kleurrijk persoon’, maar meende dat Oud­kerk deze onaangename afloop in eerste instantie aan zichzelf te wijten had. Oudkerk werd als wethouder opgevolgd door A. Aboutaleb, een in Marokko geboren gemeen­te­ambtenaar die voordien directeur van het instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum geweest was.

De kwestie-Oudkerk had binnen de Amsterdamse afdeling van de PvdA nog een na­sleep: drie bestuursleden stapten op 9 februari op uit onvrede over de gang van zaken en in het bijzonder over de als halfslachtig ervaren rol van de voorzitter, mevr. J. Belin­fante. Eerder waren al twee bestuursleden om soortgelijke redenen afgetreden. Eind maart kondigde ook fractievoorzitter Halbertsma zijn vertrek aan.

vluchtelingen- en vreemdelingenbeleid

Het vluchtelingenbeleid van het tweede kabinet-Balkenende, en vooral de uitzetting van niet als zodanig erkende asielzoekers, wekte veel weerstand bij leden van de PvdA. In een brief aan burgemeesters en wethouders van deze partij moedigde partijvoorzitter Koole (op 4 februari) hen aan om het verzet tegen uitzetting van langdurige asiel­zoekers te ondersteunen. Dit ging volgens CDA-fractievoorzitter Ver­hagen ‘alle perken te buiten’; Koole zou volgens hem in feite oproepen tot ‘bestuurlijke ongehoorzaamheid’ (de Volkskrant, 5 februari 2004). Koole ontkende dit.

Op 2 april presenteerde de Amsterdamse oud-burgemeester S. Patijn aan de Tweede-Kamerfractie het rapport van de door hem voorgezeten commissie over het immi­gratie- en integratiebeleid (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 100), getiteld Integratie en immigratie: aan het werk! In de commissie zaten naast de hoogleraar sociologie G. Engbersen en drie plaatselijke politici ook drie Tweede-Kamerleden, mevr. N. Albay­rak, mevr. K.Y.I.J. Adelmund en J.R.V.A. Dijsselbloem. Zij pleitten voor een meer op Amerikaanse of Canadese leest geschoeid selectief immi­gratiebeleid dat arbeids­migratie regelt, en nadruk op de sociale en culturele emancipatie van migranten. Kinderen van legale migranten zouden automatisch de Nederlandse nationaliteit moeten krijgen. Anders dan het kabinet wilde de commissie voorwaarden (op het gebied van opleiding) stellen aan huwelijksmigranten en niet zozeer aan hun partners in Nederland. 

Bos zei toe het rapport persoonlijk in de partij te zullen verdedigen. Hij verweet CDA, VVD en LPF het vreemdelingenbeleid teveel op angst te baseren. Ook partijvoorzitter Koole liet zich positief uit over de notitie, die in zijn ogen een ‘derde weg’ insloeg tussen ‘opsluiting in eigen gemeenschap’ en ‘volledig opgeven van eigen cultuur’ (NRC Handels­blad, 2 april 2004). Het stuk werd ook als compromis tussen deze twee opvattingen binnen de partij gezien. Er kwam ook kritiek op, met name van het Tweede-Kamerlid A.Th. Duivesteijn, die ‘fantasie en daad­kracht’ èn aandacht voor de verantwoordelijkheid van de autochtoon in het raport miste en bovendien betreurde dat het woord ‘multiculturele samenleving’ in de tekst niet voorkwam (NRC Han­dels­blad, 23 april 2004). Het rapport werd besproken op het Politiek Forum dat op 24 april in Rotterdam plaats vond, en ook in verschillende afdelingen. Het stond ook op de agenda voor het partijcongres dat voorzien was voor 11 december, maar plaats vond in januari 2005.

Pronk contra Verdonk

Volgens J.P. Pronk, die geruime tijd minister van onder meer Ontwik­kelingssamen­werking was geweest maar nu voorzitter was van de Vluchtelingenorganisatie Neder­land (VON), stond het asielbeleid van het tweede kabinet-Balkenende op gespannen voet met de geest van de grondwet, die discriminatie verbiedt. Hij zei dit in de Bur­gemeester Dales-lezing op 30 januari in Nijmegen. In een interview gebruikte hij tevens de woorden ‘gedepor­teerd worden’, hetgeen bij minister Ver­donk van Vreem­de­lingenzaken en Integratie associaties opriep met het transport van joodse Neder­landers naar de vernietigings­kampen in de Tweede Wereldoorlog (de Volkskrant, 29 januari 2004). Zij brak een gesprek met hem op 10 februari af toen hij zich niet verontschuldigde en weigerde in het vervolg met hem te overleggen. Pronk hield vol dat ‘deportatie’ niet per se naar de Tweede Wereldoorlog verwees maar een geschikte term was voor ‘het terugleiden van mensen naar een situatie die hen onder controle brengt van macht­hebbers voor wie zij zijn gevlucht’ (NRC Handelsblad, 20 maart 2004). In juli besloot hij alsnog af te treden als voorzitter van de VON, waarbij hij zelf als reden aan­voerde dat hij het te druk kreeg als gezant van de Verenigde Naties voor Soedan.

campagne en uitslag Europese verkiezingen

In december 2003 had het partijcongres de kandidatenlijst en het pro­gramma van de PvdA voor de Europese verkiezingen vastgesteld (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 99-100).

De sociaal-democraten startten hun verkiezingscampagne eigenlijk op 1 mei, bij de landelijke viering van de Dag van de Arbeid in Haarlem. Deze dag stond tevens in het teken van de uitbreiding van de Europese Unie en werd dan ook georganiseerd door de aan de PvdA gelieerde Alfred Mozer Stichting, die contacten onderhoudt met sociaal-demo­craten in Oost-Europa. In Haarlem sprak de Europese lijstaanvoerder, M.J. van den Berg. Bos verdedigde in zijn rede de uitbreiding van de Europese Unie, ook met Turkije. Koole zat de Politieke Campagne Commissie voor, die werd bijgestaan door een campagne-team onder lei­ding van M. Esser. Op 8 mei kwam de Vlaamse socialistenleider S. Stevaert naar Rotterdam om samen met Bos de Europese verkiezings­campagne officieel te starten. Vanaf 20 mei voerde de PvdA dagelijks campagne in verschillende steden onder het motto ‘meer rood op straat’.

De PvdA toonde zich tamelijk tevreden over de winst die zij behaalde – één zetel er bij (zie tabel 1), terwijl het totale aantal Nederlandse zetels in het Europees Parlement kleiner was geworden. Dat de sociaal-demo­craten bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 2003 relatief (en abso­luut) meer stemmen hadden gekregen dan nu, deed aan deze tevreden­heid geen afbreuk. 

Van der Ploeg

In de aanloop naar de Europese verkiezingen kwam een discussie op gang over de benoeming van het Nederlandse lid van de Europese Commissie (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). Bos en zijn fractiegenoot F.C.G.M. Timmermans ver­langden hierover een debat in de Tweede Kamer. Oud-staatssecretaris F. van der Ploeg stelde zich al in maart – met steun van zijn partij – kandidaat voor de functie die nu nog werd vervuld door Bolkestein (VVD). Van der Ploeg, nu hoogleraar economie in Florence, zette zijn opvattingen over Europa uiteen in een boekje dat in mei verscheen onder de titel Ik geloof in Europa. Agenda voor een sterker, veiliger en demo­cra­tischer Europa. Zonder het door Bos gewenste debat werd echter mevr. N. Kroes (VVD) tot Commissa­ris benoemd. 

beginselprogramma

Op 1 mei presenteerde Bos het ontwerpbeginselprogram, geschreven door een commissie onder voorzitterschap van Koole en Bos (zie ook Jaarboek 2003 DNPP, blz. 98). Het was een kort manifest, dat een antwoord bood op drie vragen: ‘wat beweegt ons?’, ‘waar staan wij?’ en ‘wat willen wij?’. Volgens het ontwerp onder­scheidde de sociaal-demo­cratie zich van het liberalisme door haar nadruk op gelijke kansen en solidariteit, en van het conservatisme door ‘een vrijzinnige moraal waarin vanzelfsprekend ruimte is voor verschillende levensbeschou­wingen en culturen’ (Beginselen. Concept-manifest, blz. 3). Ieder mens had recht op een fatsoenlijk be­staan. De ondernemingsgewijze produc­tie bracht welvaart, maar ook concentratie van macht, waarvoor sociaal-democraten tegenmacht wilden vormen. Onder bepaalde voorwaarden (toegankelijkheid, kwaliteit) wilden zij publieke voorzieningen wel aan de markt overlaten. Volgens partijvoorzitter Koole kreeg de PvdA met dit beginsel­program zijn ‘ideologische veren’ weer terug die zij in de jaren negentig volgens haar toenmalige politiek leider W. Kok had afgeschud (Dagblad van het Noorden, 3 mei 2004).

Het manifest ademde een andere, veel minder radicale geest dan het geldende begin­sel­programma uit 1977. De socioloog B.A.G.M. Tromp vond de ‘ruk naar rechts’ te groot en miste enige verwijzing naar gewenste maatschappijhervorming (Trouw, 4 mei 2004). Een andere PvdA-ideoloog, de Amsterdamse hoogleraar politicologie J.W. de Beus, vond het manifest een helder, krachtig en herkenbaar stuk, al had hij graag meer nadruk willen zien op gelijkheid van levenskansen. Het ontwerp werd op 24 april besproken op het Politiek Forum in Rotter­dam.

Op grond van de reacties en com­men­taren schreef de commissie een tweede, iets aan­gescherpte versie die op 31 augustus gepresenteerd en vervolgens opnieuw in de partij besproken werd. De definitieve versie zou aanvankelijk door het congres op 11 decem­ber vastgesteld worden, maar vanwege het overlijden van Prins Bernhard werd deze bijeen­komst verschoven naar januari 2005. 

Irak

In 2003 had de PvdA zich uitgesproken tegen de oorlog in Irak, omdat deze werd ge­voerd zonder een expliciet mandaat van de VN (zie Jaar­boek 2003 DNPP, blz. 94-95). In 2004 leek de PvdA lange tijd te aar­zelen over de vraag of het verblijf van de Nederlandse troepen in Irak na 1 juli verlengd zou moeten worden. In maart kantte Bos zich tegen verlenging. Op 22 juni steunde hij echter met het overgrote deel van zijn fractie de verlenging met acht maanden. Drie sociaal-democratische kamerleden verklaarden zich tegen: D.M. Samsom, mevr. G.M. van Heteren en Duivesteijn. In een door het partijbestuur aan alle leden verstuurde brief rechtvaardigden Bos en buiten­land-woordvoerder A.G. Koenders de koerswijziging met verwijzing naar de toestemming van de VN voor de missie.

gekozen burgemeester

De PvdA bleek in 2003 nogal verdeeld over de vraag of de burgemees­ter rechtstreeks door de bevolking gekozen zou moeten worden (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 100). Ook sociaal-democratische gemeente­bestuurders dachten verschillend over deze kwes­tie. Volgens een enquête voelden burgemeesters wel wat voor directe verkiezing, maar gaven wethouders en raadsleden duidelijk de voorkeur aan verkiezing door de raad. 

De verdeeldheid in de partij weerspiegelde zich in de projectgroep Democratische en Bestuurlijke Vernieuwing, die werd voorgezeten door de hoogleraar politicologie R.B. Andeweg. Op 23 juni presen­teerde de groep in zijn rapport Burgemeester tussen bevolking en bestuur vier varianten van een gekozen burgemeester. De meerderheid koos voor een direct door de bevolking gekozen burgemeester, een minderheid gaf de voorkeur aan verkiezing door de gemeenteraad, zoals in het ver­kiezingsprogramma vastgelegd was. De groep wees echter eensgezind de bestaande benoemingsprocedure af, maar adviseerde ook om de gewenste verandering niet voor 2010 in te voeren. Op het Poli­tiek Forum op 26 juni in Den Bosch werd uitgebreid gesproken over de varian­ten.

Het partijbestuur legde de kwestie in oktober aan de leden voor, zoals op het partij­congres in december 2003 al was toegezegd voor het geval de partijtop af wilde wij­ken van het verkiezingsprogramma. Een derge­lijk ‘raadplegend referendum’ was een novum in de geschiedenis van de partij. Tussen 4 en 12 oktober konden de leden hun stem uitbrengen. Op 13 oktober maakte Koole de uitslag bekend. Ruim 19.000 par­tijleden (bijna 32 procent) hadden aan het referendum deelgenomen. Daarvan hield 65 procent vast aan de door de raad gekozen burgemeester en gaf slechts 34 procent de voorkeur aan een rechtstreeks door de bevolking gekozen functionaris. Gezien de hoge opkomst – ruim tweemaal zoveel als vereist – zou de fractie de uitslag serieus nemen, zo ver­klaarde Bos, al bleef hij zelf voorstander van directe verkiezing.

Een meerderheid van de fractie stemde op 9 november voor een grond­wetswijziging die verkiezing van de burgemeester – in welke vorm dan ook – mogelijk zou maken (zie ook in deze Kroniek onder ‘hoofdmo­menten’). Vier leden stemden tegen, omdat deze wijziging in hun ogen vooral de weg vrij maakte voor de direct gekozen burgemeester, wat in tegenspraak zou zijn met het partijstandpunt. Eén van de vier, oud-minister K.G. de Vries, deelde later mee (in zijn weblog) dat Bos door te dreigen met aftreden de fractie zwaar onder druk had gezet bij deze stemming. Intussen bereidde de PvdA een initiatief-wetsontwerp voor om de burgemeester toch door de raad te laten kiezen.

Keer het tij

De PvdA verleende steun aan de demonstratie tegen het sociaal-econo­misch beleid van het kabinet – en in het bijzonder de beoogde afschaf­fing van vervroegde pen­sionering –, die op 2 oktober in Den Haag werd georganiseerd door het platform ‘Keer het tij’. De partij plaatste hiertoe een advertentie in landelijke dagbladen op 1 oktober. De opkomst was massaal: naar schatting kwamen 300.000 demonstranten op of bij het Museumplein bijeen. Voorafgaand aan deze bijeenkomst vond een mani­festatie op de Dam plaats, waar ook partijvoorzitter Koole een toespraak hield. Hij voorspelde een spoedig einde van het kabinet, omdat dit een onfatsoenlijk beleid zou voeren (zie ook in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’).

partijbijeenkomsten

Het Kenniscentrum organiseerde op 27 maart het Onderwijsfestival in Zwolle. Na een groot aantal workshops vonden drie algemene debatten plaats, aan de hand van een discussiestuk van de Amsterdamse onder­wijskundigen S. Karsten en W. Meijnen, over achterstandsbestrijding, grondwetsartikel 23 (vrijheid van onderwijs) en ‘de school van de toekomst’.

verwante instellingen en publicaties

Ter nagedachtenis aan de in 1994 overleden mevr. C.I. Dales, toen minister van Binnenlandse Zaken, vond op 24 mei 2004 een seminar plaats. De bijdragen werden gepubliceerd in de bundel getiteld ‘Een beetje integer bestaat niet’.Minister Ien Dales: een leven tussen geloof en dienen, onder de redactie van Th.H. Dragt, L.A. Spaans en J. Peters.

Oud-minister en senator E. van Thijn liet in november zijn oorlogserva­ringen het licht zien onder de titel Achttien adressen.

De Tweede-Kamerfractie liet in 2004 een aantal notities en brochures het licht zien: over het beroepsonderwijs (Lang leve het VMBO!), het pensioenstelsel (Voor een toekomstvast pensioen- en levensloopstelsel), probleemjongeren (Als ouders het niet alleen kunnen), ouderschap en scheiding (‘Ouder blijf je’) en over de koopkracht van de minima en wat daar aan te doen (Dag van de feiten). In juni pu­bliceerde zij in samenwerking met twintig deskundigen een manifest over de jeugdzorg, dat in september aanleiding vormde voor een aantal bezoeken aan jongeren en hulpverleners. Een verslag hiervan verscheen in november onder de titel Jeugd zorg voor de toekomst, geredigeerd door het Tweede-Kamerlid mevr. N.A. Kals­beek-Jasperse. Het Bureau Jeugd­zorg zou meer als een huisarts directe hulp moeten bieden. Daarnaast zouden professionals meer vertrouwen verdienen en minder bureaucra­tisch gecontroleerd moeten worden.

De Eerste-Kamerfractie publiceerde een aantal bijdragen aan debatten in de senaat onder de titel Mevrouw de voorzitter... 1 jaar management by law. Doel van de bundel was ‘het verbeteren van de openheid van het werk van de Senaat’.

 Het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckman Stich­ting (WBS), wijdde het 25-ste jaarboek voor het democratisch socia­lis­me in 2004 geheel aan Rotterdam. Op 8 december werd het in de haven­stad gepresenteerd. Voorts publi­ceerde de WBS samen met de Uitge­verij Contact in juli De toekomst van het koninkrijk. Over de dekolo­ni­satie van de Nederlandse Antillen van de hand van de journa­list J. Jansen van Galen. Het boek beschreef de geschiedenis van de eilanden en schetste verschillende staatkundige mogelijkheden voor de toekomst.Op 30 oktober organiseerde de WBS een conferentie over ‘Energie­opties voor de 21ste eeuw’, waarbij de in de loop van deze eeuw ver­wachte energieschaarste in de context van klimaatverandering werd besproken aan de hand van een in juni verschenen rapport met dezelfde titel, geredigeerd door de natuurkundigen M. Beurskens en E. Boeker en de milieukundige mevr. H. de Coninck. De landelijke werk­groep voor energie en milieu van de PvdA had hiertoe het initiatief genomen. De directeur van de WBS, P. Kalma, liet in november Links, rechts en de vooruitgang het licht zien. Hij brak een lans voor de linkse, sociaal-democratische traditie van een brede en activerende ver­zor­gingsstaat, sociale gelijkheid, een ‘coöperatief kapitalisme’ (in plaats van het heersende ‘aandeelhouderskapitalisme’) en meer participatie van burgers in het overheidsbeleid. De tegenstelling tussen links en rechts bleef volgens hem actueel in de politiek. De PvdA zou dan ook afstand moeten bewaren tot de VVD en daarmee niet opnieuw een paarse coalitie aangaan, zo lichtte hij zijn boek toe in een vraag­gesprek (Trouw, 17 november 2004). De WBS benoemde verder een nieuwe hoogleraar voor de J.M.den Uyl-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam: met ingang van 1 oktober volgde de jurist L.A.Geelhoed, advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie, de politicoloog E. van Thijn op.

De Jonge Socialisten (JS), de jongerenorganisatie van de PvdA, hielden op 19 en 20 juni hun voorjaarscongres in Eindhoven, waar R. Wilshaus tot voorzitter werd geko­zen. Het congres besloot tot samenwerking met Dwars, de jongeren­organisatie van GroenLinks, en ROOD, de jongerenorganisatie van de SP. De samen­werking mondde uit in een gezamenlijk manifest, het Peper-Manifest, dat op 23 septem­ber aan de politieke leiders van de drie partijen in Den Haag werd aangeboden. Voorts congresseerde de JS op 6 november in Groningen (over armoede) en op 13 en 14 november in Rotterdam (najaarscon­gres).

Op 1 november kreeg de Evert Vermeer Stichting (EVS), de nevenin­stelling van de PvdA die zich bezig houdt met ontwikkelingssamenwer­king, een nieuwe voorzitter: oud-minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen J.M.M. Ritzen. De EVS hield haar jaarlijkse Afrikadag op 3 april in Utrecht, waar de minister van Ontwik­kelingssamenwer­king, mevr. A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven (CDA) en de Keniase minister van gezondheidszorg mevr. C. Ngilu de belangrijkste sprekers waren.

De Projectgroep Zorg schreef De zorg als zorgenkind: onze diagnose. Analyse van problemen in de zorg en stellingen voor een partijdebat. De groep, die werd voor­gezeten door S. de Waal, organisatie-adviseur en lid van het partijbestuur, vroeg meer aandacht voor preventie en voor eigen keuzes van patiënt en professional, ‘waar voor je geld’ en tegen­macht daar waar macht uitgeoefend wordt.

De reeds genoemde Alfred Mozer Stichting publiceerde in mei Over buitenland gesproken: 10 bijdragen van Wouter Bos. In deze bundel waren toespraken en opi­niërende artikelen over internationale politiek van de hand van de partijleider opge­nomen.

Het Centrum voor Lokaal Bestuur (CLB) belegde op 13 maart in Utrecht een bijeen­komst over dualisme. De hoogleraar staatsrecht D.J. Elzinga hekelde in een kritisch betoog de ‘vervuiling’ van het dualisme en pleitte voor versterking van het politieke profiel van de gemeente­raad. Het CLB organiseerde het festival van het Binnenlands Bestuur op 9 oktober in Utrecht – een week later dan aanvankelijk voorzien, van­wege de demonstratie op 2 oktober. De hoogleraar politicologie (en oud-senator) J.J. van den Berg hekelde in de Wibaut-lezing de ‘slonzig­heid waarmee de PvdA haar lokale bestuurstaak en haar lokale bestuur­ders behandelt’ (Lokaal Bestuur, november 2004).

De in 2003 opgerichte afdeling New York schreef Amerikaanse toe­standen. Zeventien succesverhalen uit de V.S. De bedoeling was om te laten zien dat ook sociaal-demo­craten iets konden leren van Amerikaans beleid op verschillende gebieden.

personalia

Op 23 juni overleed mevr. H. Verwey-Jonker, één van de oprichters van de PvdA en van 1954 tot 1957 lid van de Eerste Kamer.

Mevr. J. van Nieuwenhoven werd op 27 oktober gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland en verliet daarom de Tweede Kamer, waarvan zij 23 jaar lid was geweest – waaronder vier jaar als voorzitter. In 2002 had zij bovendien de fractie korte tijd voorgezeten en was zij sinds 2003 vice-voorzitter van de fractie. In die functie werd zij opgevolgd door mevr. S. Dijksma, terwijl mevr. C.W.J.M. Roefs haar zetel in de Kamer overnam. 

Laatst gewijzigd: 1 19-11-2020 16:44:53