PSP jaaroverzicht 1988

Uit: L. Koeneman, I. Noomen en G. Voerman, 'Kroniek 1988. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 1988' in: R.A. Koole (red.), Jaarboek 1988 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1989), 16-58, aldaar 45-48.

inleiding

Terwijl de daling van het ledental zich ook in 1988 voortzette, boekte de PSP volgens de opiniepeilingen winst, variërend van één tot twee zetels in de Tweede Kamer.

De PSP maakte in 1988 niet zo’n gelukkige start. In de partij ontstond verdeeldheid over de tijdelijke vervanging van het Tweede Kamerlid Andrée van Es, die gedurende een half jaar met zwangerschapsverlof zou gaan. Op voorstel van Van Es, ondersteund door het partijbestuur en bekrachtigd door de partijraad op 27 februari, zou als tijdelijk waarnemer optreden het voormalig Kamerlid Willems. Willems was weliswaar niet de directe opvolger van Van Es - hij stond nummer vier op de kandidatenlijst - maar gezien zijn ervaring met het Kamerwerk zou een inwerkperiode bij hem niet nodig zijn. De nummers twee en drie op de lijst, respectievelijk Titia Bos en Henk Branderhorst, zouden bereid moeten zijn hun medewerking te verlenen aan dit besluit. Aangezien Titia Bos hierover geen zekerheid wilde verschaffen, besloot de partijraad tevens dat geen tijdelijke vervanging zou plaatsvinden als er geen ze­kerheid zou bestaan dat de zetel door Willems zou kunnen worden in­genomen. In een brief verweet Bos het partijbestuur onzorgvuldigheid in procedure en handelwijze; ze nam het het partijbestuur kwalijk dat het zich achter het voorstel van Van Es schaarde. “Door de overvaltechniek van Van Es te sanctioneren, laadt het PB op zijn minst de verdenking op zich geen zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen te willen maken en in die zin ondemocratisch te handelen”, aldus Bos in haar brief Ze baseerde zich op de kieswet in plaats van op het huishoudelijk reglement van de PSP, dat in dergelijke gevallen aan de partijraad het recht toekent een opvolger aan te wijzen. Nadat bemiddelingspogingen gefaald hadden besloot het partijbestuur begin april dat afgezien zou worden van tijdelijke vervanging. Een pijnlijke affaire voor de PSP, die als consequentie had, dat de partij gedurende enkele maanden niet vertegenwoordigd was in de Tweede Kamer. In september hervatte Van Es haar werkzaamheden in de Kamer - twee à drie maanden eerder dan aanvankelijk de bedoeling was geweest. Het PSP-Eerste Kamerlid Titia van Leeuwen maakte in juli kenbaar dat ze de Eerste Kamer wilde ver­laten om een functie te aanvaarden bij het ministerie van VROM. Joop Vogt, die al eerder lid van de Eerste Kamer was geweest (1977-1981, 1983-1987), volgde haar op.

socialisme zonder illusies

Op 28 mei werd tijdens een landelijke PSP-conferentie het manifest So­cialisme zonder illusies gepresenteerd. In het najaar van ‘86 had het PSP-congres besloten dat er in de volgende twee jaren binnen en buiten de partij een discussie zou plaatsvinden over de actualisering van het so­cialisme en over een nieuw sociaal-economisch actieprogramma voor de komende jaren. In het manifest werd gesteld dat socialisten voorgoed zouden moeten breken met dogmatisme en ideologische scherpslijperij. Socialisme zou een geloofwaardig, realiseerbaar en open ideaal moeten zijn. Op basis van het manifest en op grond van de punten die tijdens de con­ferentie aan de orde kwamen, zouden bij de discussie over het nieuwe PSP-verkiezingsprogramma waarschijnlijk de volgende thema’s cen­traal staan: de verhouding staat-markt, het basisinkomen, het technologie­beleid, de betekenis van sociale bewegingen en de ethische kracht van het socialisme. In augustus besprak het partijbestuur socialisme zon­der illusies en stelde het met enkele wijzigingen als congresvoorstel vast. Op het najaarscongres werd de socialisme-discussie (voorlopig) af­gerond.

referendum

Begin augustus werd in het blad Bevrijding door vier PSP-leden een voorstel gedaan om te komen tot een referendum onder de leden over de deelname aan de komende Tweede Kamerverkiezingen. Het partijbestuur stond positief tegenover dit idee en formuleerde een voorstel voor het najaarscongres. Het zou gaan om een besluitvormend referendum, waarbij de leden twee, elkaar uitsluitende mogelijkheden kregen voorge­legd: “De PSP neemt zelfstandig deel aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer, die uiterlijk in 1990 zullen worden gehouden, of, De PSP streeft naar een gemeenschappelijke lijst van partijen en groeperingen ter linkerzijde van de PvdA”.

In de periode 1 tot 15 februari 1989 zou het referendum plaatsvinden. Mochten de leden kiezen voor het streven naar een gemeenschappelijke lijst, dan zou het partijbestuur gemachtigd worden om de onderhandelin­gen te voeren met betrekking tot programma- en kandidatenlijst en het onderhandelingsresultaat ter besluitvorming voorleggen aan het na­jaarscongres 1989.

najaarscongres

Tijdens het najaarscongres op 26 en 27 november vond, zoals reeds ver­meld, de afronding plaats van de socialisme-discussie. Ten aanzien van het thema socialisatie was een kleine meerderheid van mening dat so­cia­lisatie alleen gewenst was voor grootschalige bedrijven, en niet zozeer voor het midden- en kleinbedrijf. Tegenstanders van deze opvatting wa­ren van mening dat dit een verdere afzwakking betekende van de socialistische uitgangspunten.

Besluitvorming vond verder plaats over het referendumvoorstel van het partijbestuur. Met een grote meerderheid werd dit voorstel door het con­gres aangenomen. De voorstanders zagen in dit referendum een goed mid­del om voor een dergelijk belangrijk onderwerp alle leden te raadple­gen. Tegenstanders vreesden voor uitholling van de positie van het con­gres en voor een degradatie van een politieke keuze tot een individue­le keuze.

Een ander agendapunt betrof aanbevelingen en richtlijnen voor de wijze waar­op aan raads- en statenverkiezingen kan en mag worden deelgenomen. Evenals vier jaar geleden ontstond een discussie over de wenselijk­heid van dergelijke richtlijnen. Het streven naar autonomie van de af­delingen werd dit keer door een grotere groep gesteund, maar de meer­derheid bleef vasthouden aan richtlijnen van ‘bovenaf’. Eén richtlijn betekende een belangrijke verandering: indien een links meerderheids­college van Burgemeester en Wethouders niet mogelijk zou zijn, zou de PSP kunnen deelnemen aan een college waarin ook CDA en/of VVD vertegenwoordigd zijn. Deze mogelijkheid was tot dan toe, althans in theorie uitgesloten geweest.

Tenslotte keurde het congres het onderhandelingsresultaat met betrekking tot de Europese verkiezingen goed, waardoor de PSP samen met CPN, EVP, Groene Partij Nederland, PPR en mogelijk onafhankelijken on­der de naam Regenboog aan de Europese verkiezingen van 15 juni 1989 zou deelnemen. Het congres was overigens niet erg tevreden over het bereikte resultaat, zoals bleek uit de aangenomen motie waarin het con­gres zijn ongenoegen uitsprak over de wijze waarop het partijbestuur had onderhandeld.

Laatst gewijzigd: 1 30-05-2012 11:20:00