GroenLinks jaaroverzicht 2006

Uit: P. Lucardie, M. Bredewold, G. Voerman en N. van de Walle,'Kroniek 2006. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2006' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2006 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2008), 15-104, aldaar 53-61.

inleiding

Aan het begin van 2006 stond GroenLinks er in de peilingen goed voor. Bij de ver­kiezingen voor de gemeenteraden werd echter nauwelijks winst geboekt, en bij de Tweede-Kamerverkiezingen ging een zetel verloren. Hoewel de kritiek op politiek leider mevr. F. Halsema en haar ‘vrijzinnige’ koers toenam, kon zij haar positie zonder kleerscheuren handhaven. Partijvoorzitter H. Meijer trad echter af – vanwege een con­flict met de partijraad dat weinig of niets te maken had met de verkie­zingen.

partijvernieuwing

De partijorganisatie en de verkiezingscampagne werden verder gepro­fessionaliseerd (zie ook Jaarboek 2005 DNPP, blz. 49-50). Het partijbu­reau zou zich meer op campagnewerk en op ‘inhoud’ richten, en minder op formele structuren en opbouw van afdelingen. Het Lokaal Kennis­centrum zou lokale en provinciale volksvertegenwoordigers inhoudelijk ondersteunen. Het partijbestuur werd – volgens besluit van het congres op 11 februari – teruggebracht van vijftien tot zeven leden. Ook ver­nieuwing van de partijraad werd besproken, maar niet gerealiseerd; de partijraad zelf bleek geen behoefte aan vernieuwing te hebben. Het kaderblad De Rode Draad verscheen in juli voor het laatst (onder pro­test van de redactie overigens). Voortaan zou alle informatie voor kaderleden via een elektronische nieuwsbrief verspreid worden.

Pormes en de partijvoorzitter

Het Eerste-Kamerlid S.R. Pormes was in 2005 in opspraak gekomen wegens mogelijke betrokkenheid bij terrorisme en andere zaken (zie Jaarboek DNPP 2005, blz. 51-53). Omdat hij zijn partij hierover onvol­doende had geïnformeerd, werd hij in november geroyeerd. De senator vocht het royement aan en eiste bovendien via een kort geding dat par­tijvoorzitter Meijer zijn uitlatingen over Pormes’ betrokkenheid bij de beschieting van een politieauto in Assen zou terugnemen. De rechter gaf de senator gelijk, waarna de partij in een advertentie in dag- en week­bladen verklaarde dat de uitspraak van Meijer ‘geen steun in beschik­baar feitenmateriaal’ kon vinden (NRC Handelsblad, 19 januari 2006). De geschillencommissie van GroenLinks stelde echter op 26 januari vast dat Pormes terecht was geroyeerd, omdat hij de integriteit van de partij in het geding had gebracht. Het Eerste-Kamerlid ging hiertegen in beroep. Tegelijkertijd verloor hij overigens zijn baan als consulent van het Drentse centrum voor ontwikkelingssamenwerking.

Binnen de partij stuitte het royement op groeiende weerstand. Een groep ‘verontruste GroenLinks-leden’ zag het als een zwak beargumenteerde straf voor iemand met een activistisch verleden (NRC Handelsblad, 3 april 2006). Via een eigen website (www.groenlinksinteger.nl) mobili­seerden ze steun voor de senator – en met succes. Een kleine meerder­heid van de partijraad (dertig van de 56) die zich op 1 april in Utrecht met de kwestie bezig hield, verklaarde de bezwaren van Pormes tegen zijn royement gegrond. Meijer zag dat als een motie van wantrouwen tegen zijn beleid en trad daarop af als voorzitter. De overige bestuursle­den overwogen eveneens af te treden, maar lieten zich door Meijer over­reden om dat niet te doen. M. Dadema nam het voorzitterschap waar totdat de partijraad op 13 mei H. Nijhof, tot voor kort wethouder in Hengelo, tot interim-voorzitter koos. Hij kreeg 35 stemmen, de twee overige kandidaten M. Vissers en P. de Wilt negentien respectievelijk tien stemmen.

Volgens mevr. D.J.B. de Wolff, voorzitter van de Eerste-Kamerfractie van GroenLinks, kon de vertrouwensbreuk niet zo maar hersteld wor­den. Pormes wilde echter zijn werk als senator voortzetten. Het oud-Tweede-Kamerlid M. Ernsting werd gevraagd tussen de senatoren te bemiddelen. Op 9 mei werd een compromis bereikt: Pormes kwam terug in de fractie, maar zou in het najaar zijn zetel ter beschikking stellen. Hij duidde de poging hem te royeren als angst voor ‘wéér een belastend allochtonendossier’ – na de pijnlijke affaire met het (in Brits Guyana geboren) Tweede-Kamerlid T. Oedayraj Singh Varma (zie Jaarboek 2001 DNPP, blz. 53-55) – en legde een verband met de toege­nomen ‘regeringsgeilheid’ van zijn partij (NRC Handelsblad, 10 juni 2006). Op 29 oktober vertrok Pormes uit de Eerste Kamer. Hij werd opgevolgd door G.D. Minderman, universitair hoofddocent bestuur en recht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Het partijcongres zou in februari 2007 een nieuwe partijvoorzitter kie­zen. Aan het eind van 2006 stelden Nijhof en Vissers zich opnieuw kandidaat, en meldde zich daarnaast mevr. P. Collette aan.

Halsema’s liberalisme

GroenLinks-fractievoorzitter Halsema in de Tweede Kamer werd in 2005 door de jongerenorganisatie van de VVD, de JOVD, gekozen tot ‘liberaal van het jaar’, vanwege haar ideologische opvattingen (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 48-49). Naar aanleiding hiervan hield zij op de vergadering van de JOVD op 6 januari in Den Haag een toespraak. Ze noemde zichzelf geen liberaal ‘volgens het kleinburgerlijke denken van de VVD’, maar stelde sociale vrijheid centraal: gelijke kansen voor iedereen om zich te ontplooien, niet alleen op sociaal-economisch maar ook op cultureel terrein (Trouw, 7 januari 2006). Mede naar aanleiding van deze gebeurtenis klonk vanuit de linkervleugel van de partij kritiek op haar koers, die nog aanzwol na de tegenvallende uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen. Niettemin zou ze in het najaar zonder tegenkandidaten aangewezen worden tot lijstaanvoerder voor de Tweede-Kamerverkiezingen.

Op 8 oktober verscheen het autobiografisch getinte boek Een linkse lente, dat Halsema samen met de journalist M. Zonneveld had geschre­ven. Met de titel duidde ze haar hoop aan op vooruitgang in de richting van meer vrijheid, tolerantie en een beter milieu. Zij schetste in het boek niet alleen haar politieke loopbaan, maar ook haar opvattingen over populisme en democratie, milieu en moraal, vrijheid en solidariteit.

gemeenteraadsverkiezingen 2006

De campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen werd geopend op het congres dat op 11 februari in Tilburg plaatsvond en een tamelijk luchtig karakter had (met een quiz, cabaret en een demonstratie voor een ander asielbeleid buiten het congresgebouw). In haar congresrede viel Halsema de ‘angstpolitiek’ van het tweede kabinet-Balkenende aan, die ten koste zou gaan van de vrijheid van de burger. Ze hoopte op een links alternatief en toonde zich teleurgesteld over de weigering van PvdA-leider Bos zich daarvoor uit te spreken. Voorts verdedigde ze haar soci­aal-economisch beleid, zoals ze dat in Vrijheid eerlijk delen had uiteen­gezet. Deze nota was in november 2005 verschenen en had in de partij weerstand opgeroepen (zie ook Jaarboek DNPP 2005, blz. 48-49). Op 6 maart sloot GroenLinks de campagne af met een manifestatie in Utrecht. Halsema pleitte opnieuw voor linkse coalities, zowel op lokaal als op nationaal niveau.

GroenLinks bleef relatief stabiel ten opzichte van 2002 (zie tabel 1). In gemeenten waar de SP voor het eerst meedeed, moest GroenLinks vaak zetels inleveren. Met name in Gelderland en Limburg werd echter winst geboekt. GroenLinks nam weer deel aan het linkse college in Nijmegen (alhoewel ze niet langer de grootste partij was), en nu ook in Amster­dam, Groningen en enkele kleinere gemeenten, en aan minder linkse colleges in Rotterdam, Enschede en andere steden. De partij leverde deze keer 93 (deel)wethouders, ruim twintig meer dan in de voorgaande periode.

De uitkomst van de verkiezingen leidde tot enige onrust binnen de partij en tot kritiek op politiek leider Halsema. Het Eerste-Kamerlid Ch.P. Thissen merkte op dat zij een imagoprobleem had wanneer het ging om zaken als zorg, onderwijs en sociale kwesties; de partij had naast haar een ‘nieuw sociaal boegbeeld’ nodig (de Volkskrant, 17 maart 2006). D. de Haan, fractievoorzitter in de gemeenteraad van Groningen, liet zich nog duidelijker uit: ‘Het is niet wat ze zegt, maar hoe ze het zegt: met een aardappel in de keel’ (de Volkskrant, 17 maart 2006). S. de Vries, voorzitter van Dwars, de jongerenorganisatie van GroenLinks, weet de matige resultaten meer aan de thema’s die de partij centraal stelde: te weinig sociaal-economische kwesties en teveel vluchtelingen en milieu. Campagneleider (en Tweede-Kamerlid) A.J.W. Duyvendak relativeerde de kritiek en merkte op dat de SP deze keer in vijftig gemeenten voor het eerst meedeed, waardoor ze onvermijdelijk kiezers bij GroenLinks weg haalde.

kabinetscrisis

Halsema nam op 28 juni het initiatief voor de motie van wantrouwen tegen minister Verdonk voor Vreemdelingenbeleid en Integratie, die uiteindelijk tot een kabinetscrisis zou leiden (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). Ook in mei had ze de minister scherp aangevallen. Later zou ze Verdonk haar excuses aanbieden voor de beschuldiging dat de minister had gelogen over de familienaam van Hirsi Ali: ze kon dit niet bewijzen.

programma Tweede-Kamerverkiezingen

In november 2005 had het partijbestuur reeds een commissie ingesteld die onder leiding van het Tweede-Kamerlid C.C.M. Vendrik het pro­gramma zou ontwerpen voor de Kamerverkiezingen, die toen voor 2007 verwacht werden. Op 27 mei 2006 werd een eerste concept besproken op het Politiek Forum in Utrecht. Een viertal verontruste partijleden had kritiek op de ‘liberale draai’ die de partij maakte en pleitte voor een uit­ge­sproken groen èn links verkiezingsprogramma, dat meer nadruk zou leg­gen op de rol van de overheid, met name bij het scheppen van werk­ge­legenheid en op het terrein van onderwijs, zorg en inkomen (de Volks­krant, 27 mei 2006). Halsema noemde het verwijt dat GroenLinks zich over zou geven aan ongeremd marktliberalisme ‘je reinste flauwekul’ (NRC Handelsblad, 29 mei 2006). Haar nadruk op sociale vrijheid zou niet ten koste gaan van solidariteit als beginsel. Voorzitter De Vries van Dwars verweet de vier critici een gebrek aan ar­gu­menten en inspelen op ‘onderbuikgevoelens’ (de Volkskrant, 1 juni 2006).

Op 3 juli legde de commissie haar ontwerptekst voor aan het partijbe­stuur. Op 4 september werd het conceptprogram onder de titel Groei mee in Utrecht gepresenteerd. Halsema waarschuwde daarbij voor een kabinet van CDA en PvdA, dat kleurloos en conflictueus zou worden. Het program bevatte voorstellen om de verzorgingsstaat naar Scandina­visch model in te richten, met de nadruk op participatie. Werklozen zouden na een jaar via een contract verplicht worden te participeren in werk of opleiding. De belastingen op laag betaalde arbeid zouden fors moeten dalen, terwijl milieuvervuiling veel meer belast zou worden. De AOW moest op korte termijn gefiscaliseerd worden. In de Bollenstreek diende een nieuwe en milieuvriendelijke stad (Groenstad) te verrijzen. Daarnaast legde de partij nadruk op extra openbaar vervoer, energiebe­sparing, gratis kinderopvang en onderwijs.

Het partijcongres keurde op 30 september en 1 oktober in Zwolle het program Groei mee met een aantal wijzigingen goed. De stad in de Bollenstreek werd geschrapt en de sociaal-economische plannen werden soms wat afgezwakt. Niettemin bleef een forse minderheid van de congresdeel­nemers bezwaar maken tegen de ‘neo-liberale koers’ die de partij nu zou inslaan (GroenLinks Magazine, nr. 8, oktober 2006).

kandidaatstelling Tweede-Kamerverkiezingen

Tot 10 juli konden zich kandidaten voor het lijsttrekkerschap melden. Halsema, die al in september 2005 had verklaard opnieuw beschikbaar te zijn (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 54), bleek de enige kandidaat te zijn, zodat de leden niet in een referendum hun voorkeur konden uit­spreken. Van de overige Kamerleden stelden mevr. F. Karimi en P.L.M. Jungbluth zich niet herkiesbaar.

Op 13 mei 2006 had de partijraad de procedure vastgesteld. De kandi­datenlijst werd verdeeld in vijf blokken. Het eerste blok was de lijst­trekker; het tweede de nummers twee tot en met zes, die geschikt moesten zijn om in een kleine fractie te werken; het derde blok bestond uit de volgende zes kandidaten die geschikt zouden zijn voor een gro­tere fractie; het vierde bevatte acht opvolgingsplaatsen; en het vijfde was bestemd voor regionale kandidaten die door provinciale ledenver­gaderingen gekozen zouden worden – al bleek daar na de val van het kabinet te weinig tijd voor te zijn.

In september 2005 had de partijraad een commissie onder leiding van mevr. C.E. Roozemond ingesteld (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 54). Deze commissie zou kandidaten voor de ver­schillende blokken selecte­ren, maar hen niet meer (zoals in het verleden) voor een bepaald num­mer op de lijst aanbevelen. Voor het tweede blok wees ze vier zittende Kamerleden aan (mevr. N. Azough, Duijvendak, mevr. W. van Gent en Ven­drik) en vier nieuwkomers. Opvallende nieuwkomers waren mevr. M. Peters, die ambassadesecretaris in Kabul en adviseur van de Afghaanse regering was geweest, en T. Dibi, een 25-jarige student van Marokkaanse afkomst. Voor het vierde en vijfde blok werden alleen nieuwe kandidaten voorgedragen, zoals de bekende Amsterdamse straf­pleiter C.F. Korvinus die door Halsema was uitgenodigd zich kandidaat te stellen.

De commissie presenteerde haar aanbevelingen op 18 september 2006. Het partij­con­gres stelde op 1 oktober in Zwolle de lijst vast. De voor­dracht van Halsema als lijsttrekker werd door negentig procent van de aanwezige leden beves­tigd, 53 stemden blanco. De zittende Kamerleden Vendrik, Duijvendak, Van Gent en Azough kregen de plaatsen twee, drie, vijf en zes. De nieuwkomers Peters en Tibi kwamen op de vierde respectievelijk zevende plaats, Korvinus op nummer dertien. Op zestien stond J.J. Dirkmaat, die in 1998 de lijst van De Groenen had aange­voerd. Lijstduwers waren de cabaretier V.R. Bijlo en europarlementariër mevr. K.M. Buitenweg.

De partijraad besloot op 28 oktober, in samenwerking met het bestuur een commissie in te stellen om de kandidaatstellingsprocedure te evalu­eren. 

campagne Tweede-Kamerverkiezingen

Halsema opende de campagne in de Amsterdamse Club 11, met een pleidooi voor vrijzinnigheid en verzet tegen de ‘oprukkende cultuur van benauwdheid’, ‘onderdanigheid’ en ‘conservatieve consensus’ (NRC Handelsblad, 11 september 2006). De bijeenkomst stond in het teken van de ‘linkse lente’ (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 47) en had door veel cabaret en muziek haast meer een cultureel dan een politiek karak­ter. De campagne zou geleid worden door Duijvendak en De Bruijn. Op 27 oktober begon lijsttrekker Halsema in Tilburg met een tournee langs circa 25 steden in een stadsbus die in plaats van benzine het milieu­vriendelijker geachte aardgas als brandstof gebruikte. Op 30 oktober presenteerde ze een speciaal verkiezingsprogramma voor jongeren. GroenLinks beloofde jongeren meer banen, meer stageplekken en meer leraren, meer woonruimte, hogere studiebeurzen en actief kiesrecht vanaf zestien jaar. Halsema noemde al in haar toespraak tot het partij­congres op 1 oktober GroenLinks ‘een ideeënpartij op zoek naar macht’. Dit werd uitgebeeld in een affiche waarop zij tegen het torentje van het Binnenhof geleund stond. Een links kabinet had duidelijk haar voorkeur (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 47).

Van linkse samenwerking was in de campagne echter geen sprake. Op uitnodiging van Halsema kwamen de leiders van PvdA, SP en Groen­Links alleen op 20 november bij elkaar voor een kop koffie (zie ook in deze Kroniek onder PvdA en SP). De PvdA voelde niet voor een lijst­verbinding, de SP wel.

Op 22 november verscheen nog een advertentie met de tekst ‘wat heb je aan strategisch stemmen als de poolkappen smelten’, ondersteund door een aantal bekende schrijvers, actrices en cabaretiers zoals H. Finkers en H. van Veen. Aan het begin van de campagne kreeg GroenLinks wel eens het verwijt, te weinig aandacht te besteden aan haar unique selling point, het milieu. In de partijraad die op 28 oktober bijeenkwam klonk ook kritiek op de eigen campagne, die teveel op ‘feel good’ en te weinig op de onderkant van de samenleving gericht zou zijn.

uitslag Tweede-Kamerverkiezingen

GroenLinks verloor vooral buiten de Randstad kiezers. Een kwart van haar electoraat van 2003 koos in 2006 voor de SP. GroenLinks wist wel kiezers te winnen van PvdA en D66, maar kon daarmee de verliezen niet compenseren en raakte een Kamerzetel kwijt.

Voorzitter De Vries van Dwars weet het verlies aan een te genuanceerde campagne, die te veel gericht was op hoger opgeleiden. Gezien het ver­lies – de derde keer op rij – achtte hij deelname aan formatiebesprekin­gen niet raadzaam. De partijraad boog zich op 16 december in Utrecht over de verkiezingsuitslag. Duijvendak en Vendrik vonden de uitslag meevallen en beschouwden de campagne als geslaagd, afgezien van de matige belangstelling van de media en de milieuorganisaties voor het radicale milieubeleid van GroenLinks. Vanuit de partijraad klonk echter ook kritiek op de campagne – met name wat betreft de hybride auto waarmee Halsema op het televisiefilmpje in beeld verscheen, de ver­meende neo-liberale koers en de manier waarop GroenLinks zich van de SP onderscheiden had. 

kabinetsformatie

Halsema, die zich in de campagne bereid had getoond aan een regering deel te nemen, zag daar bij het begin van de formatiebesprekingen al van af en verzoende zich met een voortgezet verblijf in de oppositie. Een vijftal bestuurders op provinciaal en lokaal niveau noemde in een open brief deze beslissing echter ‘een historische fout’ en riep de poli­tiek leider op alsnog te proberen bij het formatieproces betrokken te raken (NRC Handelsblad, 28 december 2006). Vanuit het Platform voor geloof en politiek De Linker Wang werd opgemerkt dat Halsema haar ‘ware identiteit’ als linkse liberaal had getoond door bij in de formatie­periode de verschillen met het CDA zo zwaar aan te zetten (Trouw, 22 december 2006). Ook de formatie kwam even op de partijraad van 16 december ter sprake, maar zou in januari 2007 daar opnieuw besproken worden.

Eerste-Kamerverkiezingen 2007

Evenals bij de Tweede-Kamerverkiezingen bracht voor de verkiezingen van de Eerste Kamer in 2007 een commissie advies uit over de kandi­daten voor verschillende blokken. De partijraad had deze commissie onder voorzitterschap van mevr. W.H.C. Ton, burgemeester van Blari­cum, op 1 april benoemd. Voor het lijsttrekkerschap beval ze twee kan­didaten aan: de zittende senator Thissen en mevr. Y. Koster-Dreese, kroonlid voor de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en fractie­voorzitter van Progressief Woerden. Voor het tweede blok, dat wil zeg­gen de plaatsen twee en drie, werden zes kandidaten voorgedragen, waaronder het zittende Kamerlid L. Platvoet, ex-partijvoorzitter Meijer en de in Duitsland geboren advocate B. Böhler. De commissie achtte Platvoet niet geschikt vanwege zijn ‘gebrek aan empathisch vermogen’ en ‘oncollegiaal gedrag’, maar een beroepscommissie vond dat het par­tijcongres hierover moest oordelen. Het congres zou dat in februari 2007 doen.

Provinciale Statenverkiezingen

De voorbereidingen voor de Provinciale Statenverkiezingen namen in juni 2006 een aanvang. Het Permanent Campagne Team voerde overleg met de provinciale teams.

personalia

Op 22 maart overleed mevr. M.B.C. Beckers-de Bruijn, Tweede-Kamerlid van 1977 tot 1993 en de eerste voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van GroenLinks. Ze was voor die tijd onder meer voor­zitter van de Politieke Partij Radikalen (PPR) geweest (in 1974-1976).

Op 23 mei nam mevr. M.B. Vos afscheid van de Tweede Kamer, omdat zij in Amsterdam tot wethouder was gekozen. Ze was de eerste partij­voorzitter van GroenLinks (van 1990 tot 1994). Ze werd als Kamerlid opgevolgd door mevr. N. Özütok. 

Laatst gewijzigd: 1 24-11-2020 15:42:50