GroenLinks jaaroverzicht 2002

Uit: J. Hippe, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2002. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2002' in: Jaarboek 2002 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2004), 18-180, aldaar 83-92.

inleiding

Oppositiepartij GroenLinks kon niet profiteren van de afkeer van ‘paars’ in 2002. Aan het begin van het jaar waren de peilingen al min­der gunstig dan in 2001; de Tweede-Kamer­verkiezingen leverden een zetel ver­lies op en aan het eind van het jaar dreigde dat verlies nog groter te wo­rden. Het aftreden van politiek leider P. Rosenmöller droeg daar mis­schien ook toe bij.

crisis in Den Haag

In de afdeling Den Haag van GroenLinks was in mei 2001 een conflict uit­gebroken over de samen­stelling van de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkie­zingen in 2002. Aan het einde van 2001 scheurde de Haagse afdeling in twee delen, een groep rond de Turks-Neder­landse ondernemer A. Daskapan en een groep ‘Verontrusten’, ook wel ‘Noord­eindeberaad’ genoemd (zie Jaarboek 2001 DNPP, blz. 55-56). De eerste groep leek iets groter dan de tweede. Het partijbestuur weigerde echter de lijst met Daskapan te erkennen. Hij zou als raadslid in de afgelopen vier jaar slecht hebben gefunctioneerd en was bovendien zelf in 2001 uit de fractie getreden. Beide groepen registreerden zich voor de gemeenteraadsverkiezingen, respectievelijk als Links Appèl en Links Den Haag. Aanvoerder van de eerste lijst werd de organisatieadviseur (en voormalig vice-voorzitter van de Politieke Partij Radikalen – PPR –, een der voorgangers van GroenLinks) J. de Jong, de tweede werd geleid door onderwijzer en actie­voerder B. van Alphen. Daskapan stond op de tweede plaats bij Links Appèl. Tevergeefs trachtten afdelingsbestuur en partijbestuur in januari 2002 nog te bemiddelen tussen de twee groepe­ringen. Vervolgens besloot het partijbestuur toch de lijst van Links Den Haag te ac­cepteren, zodat die zich alsnog ‘GroenLinks’ mocht noemen.

GroenLinks verloor twee zetels, terwijl Links Appèl met 1,8% net geen zetel haalde. De GroenLinks-fractie telde deze keer geen allochtonen, ook al stonden die op de verkiesbare plaatsen twee en drie, omdat de kiezers de voorkeur gaven aan de nummers vier en vijf die (toevallig of niet) autochtoon waren. Om het evenwicht enigszins te herstellen, stond enkele dagen na de verkiezingen het ‘witte’ raadslid mevr. M. Vermin echter – onder druk gezet door het afdelingsbestuur – haar zetel af aan de van oorsprong Koerdische mevr. B. Bozbey. 

gemeenteraadsverkiezingen

GroenLinks nam dit jaar in 256 gemeenten met een eigen lijst deel, meer dan de laatste keer. De uitkomsten varieerden sterk per gemeente. In Noord-Holland en in min­dere mate in Zuid-Holland werd vaak ver­lies geleden, in het Noorden en Oosten des lands, maar ook in enkele kleinere Zuid-Hollandse gemeenten werd iets vaker winst geboekt (zie ook tabel 1). Het aandeel van alloch­tonen steeg van 7% naar 8%, het aan­­deel van vrou­wen viel met 40% iets lager uit dan in 1998 (42%). Op de partijraad van 16 maart vond een evaluatie van de gemeente­raadsverkiezingen plaats.

In Amsterdam raakte de lijsttrekker voor de verkiezingen van de deel­raad Westerpark, F. Kramer, in opspraak omdat hij een nog op te leve­ren appartement in de wijk had gekocht en vervolgens met flinke winst had verkocht. GroenLinks leed een zetel verlies in de deelraad. Kramer trok zich uit de deelraad terug.

In 59 gemeenten leverde GroenLinks wethouders, twaalf meer dan in 1998. In Amsterdam en Rotterdam bleef de partij buiten het college, maar in veel middelgrote steden was dat anders. Zo kwam in Nijmegen een links college tot stand met PvdA en SP, terwijl in Wageningen GroenLinks een coalitie sloot met CDA en VVD en in Eindhoven met CDA, D66, het Ouderen Appèl Eindhoven en Leefbaar Eindhoven. In Zwolle leidde de samenwerking met De Groenen tot zetelwinst en deelname aan het college met CDA, PvdA en ChristenUnie.

programma Tweede-Kamerverkiezingen 2002

Op 5 oktober 2001 had GroenLinks zijn ontwerpverkiezingsprogramma gepresenteerd (zie Jaarboek 2001 DNPP, blz. 57). Het partijcongres stelde het op 11 en 12 januari 2002 zonder wezenlijke wijzigingen vast, al werd het op enkele punten aangescherpt. Zo werd nu gestreefd naar een verbod van de pelsdierfokkerij en de handel in bont en werd de privatisering van Schiphol onvoorwaardelijk afgewezen. De partij wilde tien miljard euro extra besteden aan natuur en duurzaamheid, onderwijs, zorg en welzijn. De hypotheekrenteaftrek zou vervangen moeten wor­den door een koopsubsidie, afhankelijk van het inkomen.

In zijn congresrede nam politiek leider Rosenmöller fel stelling tegen het paarse beleid – “dat kun je sterk noemen, maar niet sociaal”, een toespeling op de verkiezingsleus van de PvdA in 1998 ‘sterk en sociaal’ (NRC Handelsblad, 14 januari 2002). Veel applaus oogste hij met een uitval naar Fortuyn, ‘de Berlusconi van de lage landen’ (de Volkskrant, 14 januari 2002).

kandidatenlijst Tweede-Kamerverkiezingen 2002

Op 17 januari maakte GroenLinks de kandidatenlijst bekend, die een com­missie onder leiding van de Rotterdamse wethouder H. Meijer had opgesteld (zie Jaarboek 2001 DNPP, blz. 56). Zoals algemeen verwacht be­deelde zij Rosenmöller de eerste plaats toe. Verrassend was de tweede plaats: niet voor vice-fractievoorzitter mevr. M.B. Vos, maar voor de jongere mevr. F. Halsema. M. Rabbae, in 1994 nog met mevr. I. Brouwer duo-lijsttrekker, was van de lijst geschrapt, evenals T. Pitstra, die door de commissie ‘uitermate solistisch’ optreden werd verweten, vooral in de kwestie-Afghanistan (Trouw, 18 januari 2002). Het tweetal toonde zich teleurgesteld. Rabbae was zelfs ‘verbijsterd, boos, woedend en ziedend’ en dreigde meteen op te stappen als kamerlid (Trouw, 23 januari 2002). Beiden steunden voorkeursacties van partijgenoten om hen toch een verkiesbare plaats te gunnen. Dat deed ook R.H.G. van Duijn, in 1989 lijsttrekker van De Groenen en sinds een jaar lid van GroenLinks (zie Jaarboek 2001 DNPP, blz. 52), maar door de commis­sie eveneens te licht bevonden voor een kamerzetel. Het kamerlid H.J. van der Steenhoven kreeg een (waarschijnlijk) onverkiesbare dertiende plaats, mevr. C. Hermann had zich zelf niet herkiesbaar gesteld. De overige kamerleden kregen wel een verkiesbare plaats, al was die bij A.B. Harrewijn een zeer onzekere elfde positie. Vier nieuwelingen mochten even­eens op een kamerzetel rekenen, onder wie de milieu-activist (directeur van de Vereniging Milieu­defensie) A.J.W. Duyven­dak.

Op 9 februari stelde het congres van GroenLinks de kandidatenlijst vast, zonder veel aan het ontwerp te veranderen. Rabbae, die anders dan de kandidatencommissie begrepen had wel degelijk met een lagere ver­kiesbare plaats op de lijst genoegen had willen nemen, kreeg veel applaus maar geen plek op de lijst. Hij zou in april wethouder in Leiden worden. Pitstra slaagde evenmin in zijn opzet. Hij sprak ver­bitterd van ‘politieke karakter­moord’ (Trouw, 11 februari 2002). Van der Steenho­ven lukte het wel om een plaats hoger op de lijst te komen. Dwars, de jongerenorganisatie van Groen­Links, wist zijn kandidaat A. Bonte van plaats twintig naar plaats vijftien op te doen schuiven. Van Duijn kreeg met moeite plaats zeventien en hoopte met voorkeursstemmen alsnog in de Kamer te komen. Een comité van vrienden riep onder de naam ‘Een stoel voor Roel’ via ad­vertenties op hem daarin te steunen. Uiteindelijk zou hij op 15 mei krap 3.000 voorkeurs­stemmen krijgen, veel te weinig voor een zetel.

campagne Tweede-Kamerverkiezingen 2002

Op 10 januari startte GroenLinks haar campagne voor de gemeente­raadsverkiezingen èn tevens voor de Tweede-Kamerverkiezingen in Den Haag onder het motto ‘Kies voor een nieuw evenwicht’. Voor de campagne had GroenLinks ruim 850.000 euro uitgetrokken. Voor het eerst zou de partij ook zendtijd op televisie kopen (voor circa 144.000 euro). Anders dan in 1998 kwam nu bij de kamerverkiezingen wel een lijstverbinding met de SP tot stand (zie Jaarboek 2001 DNPP, blz. 58).

Rosenmöller riep vanaf het begin van de campagne de PvdA op te kiezen voor een progressief kabinet en ried Balkenende af als ‘derde schoothondje’ van Fortuyn op te treden (de Volks­krant, 22 april 2002). Ook zette de aanvoerder van GroenLinks zich fel af tegen Fortuyn zelf (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). Hoewel de leuze van GroenLinks – ‘Kies voor een nieuw evenwicht’ – ook duidde op het streven naar een coalitie met CDA en PvdA, leek Rosenmöller de kans daarop niet erg hoog aan te slaan. De GroenLinks-leider verdedigde in zijn campagne de multiculturele samenleving, al gaf hij toe dat zijn partij te weinig begrip had getoond voor de onzekerheid en onveiligheid die veel mensen daarbij voelden. Nederland was in zijn ogen echter een migratieland en daarom moest het poldermodel dan ook worden uit­gebreid met overleg tussen allochtonen en autochtonen. Kort voor de verkiezingen tekende een aantal vooraanstaande GroenLinks-leden waaronder het Tweede-Kamer­lid Halsema een manifest ‘Stop de angst, herstel het vertrouwen: manifest voor de multiculturele samen­leving’, dat op 1 mei in Amsterdam werd gepresenteerd.

moord op Fortuyn

De moord op Fortuyn door de dierenrechtenactivist Volkert van der G. leidde tot ne­gatieve aandacht voor de ‘milieu’-partij GroenLinks. In publicaties werd een verband gelegd tussen de partij en radicale ele­menten in de milieubeweging. Ook zouden en­kele prominente Groen­Links-leden een radicaal actieverleden hebben. Partijleden wer­­den ano­niem bedreigd, mede vanwege de gepeperde oppositie die Groen­Links en zijn leider Rosenmöller tegen Fortuyn had gevoerd. Rosen­möller kreeg zelfs voort­durend persoonlijke beveiliging (zie verder in deze Kro­niek onder ‘hoofdmomenten’).

overlijden Harrewijn

Vlak vóór de Tweede-Kamerverkiezingen, op 13 mei, overleed A.B. Harrewijn, Tweede-Kamerlid sinds 1998 en partijvoorzitter van 1995 tot 1998. Hij was be­drijfspastor en lid van de CPN geweest. Kort voor zijn dood had hij het boek Bijbel, Koran, Grondwet geschreven, een verslag van tien gesprekken over politiek en re­ligie.

uitslag Tweede-Kamerverkiezingen

Het verlies van één kamerzetel viel tegen (zie tabel 2), daar peilingen GroenLinks in januari weliswaar slechts tien zetels maar in april nog vijf­tien zetels hadden beloofd. GroenLinks trok wel iets meer kiezers dan in 1998, maar vanwege de hogere opkomst betekende dit relatief een verlies. Vooral in de drie grote steden gingen stemmen verloren; in enkele middelgrote steden zoals Groningen, Nijmegen en Zwolle werd juist winst geboekt. Volgens onderzoek van het bureau Interview/NSS ver­loor GroenLinks niet alleen kiezers aan de SP (14% van de kiezers uit 1998) maar ook aan de PvdA (8%), D66 (5%) en de partijen rechts van het midden (ruim 20%).

Op de partijraad van 25 mei werden de Tweede-Kamerverkiezingen besproken. Rosenmöller weet de bescheiden resultaten van GroenLinks vooral aan het ‘bizarre klimaat’ in de Neder­landse politiek, niet aan de eigen campagne. Een aantal leden vreesde evenwel dat Groen­Links te weinig oppositie had gevoerd en te dichtbij de PvdA was gekomen. De partij­leiding kondigde nader onderzoek naar eigen fouten aan.

In vijf regionale bijeenkomsten zou eind mei en begin juni de uitslag met partijleden worden besproken. Op de bijeenkomsten klonk vaak kritiek op Rosenmöller (die Fortuyn soms te hard aangevallen zou hebben) en op de tezeer op regeringssamenwerking gerichte koers van de partij. Vaak werd gevraagd om meer actie op straat en meer werkbe­zoeken van de frac­tie in het land. In de twee weken rond de verkie­zingsdag van 15 mei meldden zich 1.000 nieu­we leden aan, waarschijn­lijk ook om solidariteit te betuigen met een partij in verdrukking.

progessieve samenwerking

Na de verkiezingen stelde Rosenmöller aan PvdA, SP en D66 voor om een ‘oppositieak­koord’ te sluiten, maar dat wekte weinig geestdrift bij de drie anderen. Alleen het Tweede-Kamerlid Duivesteijn, doorgaans tot de linkervleugel van de PvdA gerekend, reageerde meteen positief. K.G. de Vries, een fractiegenoot van Duijvesteijn die eerder tot de rechter­vleugel behoorde, opperde in oktober een fusie van zijn partij met GroenLinks en D66 in een progressieve volkspartij. Dit idee, dat in de jaren zeventig veel aanhang genoot, werd door Rosenmöller en D66-leider De Graaf echter onmiddellijk verworpen. Ook GroenLinks-voor­zitter mevr. M. de Rijk wees ‘linkse eenheidsworst’ af en verkoos samen­werking boven samensmelting. Van samenwerking kwam in de praktijk overigens weinig terecht; ook daarover hadden de verschillende partijen uiteenlopende opvattingen.

programma en kandidatenlijst Tweede-Kamerverkiezingen 2003

Op 2 november kwam het GroenLinks Forum in Utrecht bijeen. Van­wege de onverwachte val van het kabinet-Balkenende in oktober richtte de discussie zich vooral op de vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen in januari 2003. Rosenmöller presenteerde een links tienpunten­plan als alternatief voor het rechtse regeerakkoord en stelde SP en PvdA een lijstverbinding voor (zie ook in deze Kroniek onder SP). De Groen­Links-leider verklaarde verder nog één keer de kandidatenlijst aan te willen voeren om dan na de verkiezingen het fractievoorzitter­schap over te dragen aan nummer twee op de lijst, Halsema.

Op 11 november presenteerde GroenLinks haar verkiezingsprogramma. Aan het bestaande program van 2002 werd een beknopt manifest toege­voegd, getiteld Protest en Perspectief. Veiligheid en integratie van mi­granten speelden daarin een prominen­tere rol dan voorheen, wat op het congres tot enig gemor leidde. De ontwerpkandi­datenlijst was evenmin sterk vernieuwd. De door Meijer geleide kandidatencommissie voor de Tweede-Kamerverkiezingen van mei 2002 was opnieuw in functie getreden en had op 7 november advies uitgebracht, na gesprek­ken met een vijftal kandidaten. Slechts op plaats elf zou een nieuweling moeten komen, de onderwijssocioloog P.L.M. Jungbluth, in plaats van de overleden Harrewijn.

Op 23 november stelde het congres in Zwolle de kandidatenlijst vast. Pas op plaats twaalf week het congres af van het advies van de kandi­datencommissie door niet de Wageningse wethouder mevr. M.H.A. Strik maar de uit Turkije afkomstige vakbonds­activiste mevr. N. Özütok te kiezen. Ook stemde het congres in met het ontwerpver­kie­zings­pro­gramma.

relatie met SP

Bij de presentatie van het program viel Rosenmöller de SP fel aan, die het volgens hem had laten afweten op milieugebied en in debatten over bezuinigingen op Melkertbanen. Boven­dien verweet hij de SP opportu­nisme in haar aanpak – met fluwelen handschoenen – van de LPF (zie ook in deze Kroniek onder SP). Marijnissen wierp de verwijten ver van zich en wees op de inhoudelijke kritiek van zijn partij op de ‘pimpel­paarse’ koers van Fortuyn. Hij weet de kritiek van GroenLinks aan haar slechte resultaten in de peilingen: terwijl de SP steeg naar 22 zetels, stagneerde GroenLinks op tien. In een open brief aan Marijnissen zwakte Rosenmöller vervolgens zijn kritiek af en ‘betreurde het beeld van verwijdering’ dat door zijn toedoen was ontstaan (NRC Handels­blad, 14 november 2002).

vertrek Rosenmöller als partijleider

Op 15 november kondigde Rosenmöller onverwacht op een persconfe­rentie zijn vertrek aan als leider van GroenLinks. Dat had niet veel te maken met zijn polemiek tegen de SP, maar meer met de dreigementen die hij en zijn gezin sinds 6 mei – na de moord op Fortuyn – ont­vangen hadden en die grote druk op zijn gezinsleven uitoefenden. Maandenlang kon hij niet zonder politiebewaking de straat op. Voorts zei zijn ‘poli­tiek gevoel’ hem dat het tijd was voor vernieuwing, ook binnen de top van GroenLinks. Weliswaar had hij na de val van het kabinet-Balken­ende aangekondigd nog één keer “de kar te willen trekken”, maar al gauw was hij gaan twijfelen. Als opvolger beval hij Halsema aan, die ook de steun kreeg van partij­be­stuur en kandidatencommissie. Rosen­möller sloot daarmee ook zijn kamerlid­maatschap af, dat bijna veertien jaar had geduurd. Halsema verklaarde kort daarop, vooral stemmen bij het CDA en niet zozeer bij de SP te willen weg halen. Volgens een opinie­peiling van NIPO en ‘Twee Vandaag’ was Halsema bij ruim de helft van de bevolking nog onbekend.

Op 23 november verkoos het partijcongres Halsema met 97,6% van de stemmen tot lijst­trek­ker. Wel betreurden enkele leden dat er geen tegen­kandidaten gesteld waren; dan had haar verkiezing een meer democratisch karakter gekregen. In een emotionele maar soms ook humoristische rede dankte Rosenmöller de partij, zijn politieke makkers en zijn echtgenote voor hun steun.

tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen

Bij tussentijdse raadsverkiezingen vanwege gemeentelijke herindelin­gen won GroenLinks in november een zetel in Oss, waar zij voor het eerst meedeed. In Zwijndrecht werden twee zetels behaald, in Terneu­zen één, in de twee overige Zeeuws-Vlaamse gemeenten geen, in Echt-Susteren evenmin. Alles bij elkaar waren het tamelijk teleurstellende tussentijdse verkiezingen voor GroenLinks.

partijbijeenkomsten

Het GroenLinks Forum kwam op 2 november in Utrecht bijeen. Er werden workshops ge­houden over integratie op school, de ‘anders-globaliseringsbeweging’, Europese kwesties en de algemene situatie in Nederland. In het licht van de vervroegde verkiezingen kreeg bij het laatstgenoemde thema het verkiezingsmanifest veel aandacht. Ook de bijeenkomst over ‘anders-globaliseren’ werd vooral door jongeren goed bezocht. De discussie ging hier onder meer over de vraag hoe vrijheid van keuze voor het individu te verzoenen met respect voor andere culturen. Een andere actuele workshop richtte zich op de dreigende oorlog in Irak. Slechts een enkeling toonde daar enig begrip voor. Het Tweede-Kamerlid mevr. F. Karimi noemde oorlog als middel erger dan de kwaal. Kort voor deze bijeenkomst, op 26 oktober, had GroenLinks deelgenomen aan een demonstratie tegen de plannen van de Verenigde Staten om een oorlog tegen Irak te be­ginnen.

verwante instellingen en publicaties

Partij en Tweede-Kamerfractie hielden op 15 maart in Den Haag een discussiemiddag over de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, vooral bedoeld voor raads- en statenleden. De stuurgroep raads- en statenleden organiseerde op 8 juni in Ede een conferentie over ‘duale GroenLinks politiek’, waarbij in workshops en rollenspelen het dualisme besproken en beoefend zou worden.

Het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks publiceerde in de herfst de notitie Wat beweegt de beweging? In gesprek met de Nederlandse andersglobalisten, geschreven door W. Verhaak, D. de Hoogh en M. Nijland. Vertegenwoordigers van verschillende organisaties die verzet aantekenden tegen liberalisering van de wereldhandel leverden kritiek op de huns inziens te passieve houding van GroenLinks. In oktober verscheen van de hand van H. van den Berg en G. Pas In de greep van de angst. Het immigratiedebat na 11 september, een poging om het debat over immigratie weer zonder angst, zakelijk en open te voeren. Het Wetenschappelijk Bureau publiceerde in november de studie Pim, de schok, de val en de toe­komst. Verkiezingen op de schaal van Richter, van de hand van de directeur van het bureau, C. van Dullemen, de bestuurskundige H. Gossink en de bedrijfskundige M. Straetmans. De opkomst van Fortuyn en het (tijdelijke) succes van zijn LPF werden geanalyseerd in vier verschillende perspec­tieven, waarna op speelse toon vijf scenario’s voor de toekomst werden geschetst. In dezelfde maand verscheen Agenda voor een democratische cultuur, opgesteld door onder meer het Eerste-Kamer­lid J.J.M. van der Lans en Van Dullemen, waarin verschillende denkrichtingen en problemen voor de democratie in Nederland werden besproken.    

Dwars, de jongerenorganisatie van GroenLinks, sloot in januari een ‘paprika-akkoord’ met de jongerenorganisaties van CDA en PvdA (zie in deze Kroniek onder CDA). Dwars hield van 8 tot 10 maart een con­gres in Nijmegen over de onderwerpen dierenrechten en emancipatie; van 14 tot 16 juni in Utrecht over conflictpreventie en defensie met betrekking tot het geval Srebrenica, en over pedofilie; en op 29 en 30 november en 1 december in Den Haag over globalisering.

Het Kleurrijk Platform GroenLinks – opgericht in 1998 om vraagstuk­ken van de multi­cul­turele samenleving en emancipatie van minderheden te bespreken – belegde op 19 oktober in Utrecht een bijeenkomst over het nieuwe integratiebeleid van de regering.

De Stichting Duurzame Solidariteit organiseerde samen met de Noord-Zuid-werkgroep op 19 april in Amsterdam een debat ‘Vier jaar Herf­kens is genoeg!?’, met het GroenLinks Tweede-Kamerlid Karimi en mevr. Th. Fierens, kandidaat-kamerlid voor de PvdA. Voorts hield de Stichting enkele bijeenkomsten ter voorbereiding van de internationale conferentie over duur­zame ontwikkeling die in september in Johannes­burg plaatsvond. Op 18 november organi­seerde de Stichting in Amster­dam een discussie over de verkiezingen in Marokko.

GroenLinks in Europa hield op 16 april in Amsterdam een debat over globalisering tussen de groene Europar­lementariër D. Cohn-Bendit en staatssecretaris van Buitenlandse Zaken D.A. Benschop (PvdA). Op 12 december trad Europarlementariër J. Lagendijk in Utrecht in discussie met Turkse Nederlanders over toetreding van Turkije tot de Europese Unie. De Stichting GroenLinks in de Europese Unie publiceerde de bro­chure Duurzame ontwikkeling. Van Rio naar Johannes­burg en verder, geschreven door M. Buitenkamp en Europarlemen­tariër A. de Roo en geredigeerd door M. Schmitz. De brochure, die ook in het Engels werd vertaald, bevatte een overzicht van wat er bereikt was sinds de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro in 1992 en een tiental voorstellen om duurzame ontwikkeling dichterbij te brengen.

De Linker Wang, het platform voor geloof en politiek in GroenLinks, organiseerde op 13 april een bijeenkomst in Utrecht over spiritualiteit en politiek, met als inleiders mevr. K.G. Ferrier (CDA), oud-minister J.P. Pronk (PvdA) en Harrewijn. Op 5 oktober hield het platform een con­gres in Utrecht over ‘de toekomst van links’, met als sprekers Halsema, het D66-kamerlid B. van der Ham en H. van Heijningen (Solidariteits­fonds XminY).

Varma

In mei 2001 was mevr. T.O. Singh Varma uit de Tweede Kamer ver­trokken, naar zij ver­klaar­de wegens kanker (zie Jaarboek 2001 DNPP, blz. 53-55). Zij was toen al in opspraak geko­men, omdat zij in 2000 financiële toezeggingen had gedaan aan projecten in India die ze on­mogelijk na kon komen. Ze werd aangeklaagd wegens oplichting, smaad en laster. In februari 2002 oordeelde het Openbaar Ministerie dat Varma welis­waar niet netjes had gehandeld, maar geen strafbare feiten had gepleegd. Op 25 april gaf Varma voor het eerst in het openbaar toe over haar ziekte te hebben gelogen en bood zij in het televisiepro­gramma ‘Barend & Witteman’ haar verontschuldigingen aan ‘alle kankerpatiënten in Nederland’ aan. Ze beschouwde zichzelf overigens wel als geestelijk ziek.

personalia

Vice-voorzitter van de Tweede-Kamerfractie Vos werd op 6 februari gekozen tot voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie naar fraude in de bouw. Het was de eerste keer dat een lid van een kleinere partij voorzitter werd van een parlementaire enquêtecommissie, en de eerste keer dat een vrouw dit deed.

Op 17 juni werd H.C.J.L. Borghouts, secretaris-generaal op het depar­tement van Justitie, geïnstalleerd als Commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Borghouts was in de jaren zeventig voor de PPR raads­lid in Heemstede geweest en was bij de kamerverkiezingen in mei lijstduwer van GroenLinks. Hij was het eerste lid van GroenLinks dat in deze functie werd benoemd.

In juli werd wegens schending van het ambtsgeheim aangifte gedaan tegen de Wageningse oud-wethouder J. Bogers van GroenLinks, omdat deze op 6 mei aan de voorzitter van de Vereniging Milieu-Offensief had doorgegeven dat een medewerker van deze vereniging zojuist was gearresteerd op verdenking Fortuyn te hebben doodgeschoten. Bogers erkende achteraf dat zijn handelwijze ‘niet zo verstandig’ was en keerde niet terug in het college van burgemeester en wethouders (NRC Han­delsblad, 23 juli 2002).

Laatst gewijzigd: 1 24-11-2020 15:31:26