GroenLinks jaaroverzicht 1999

Uit: B. de Boer, P. Lucardie, I. Noomen en G. Voer­man, 'Kroniek 1999. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 1999' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 1999 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2000), 13-92, aldaar 53-60.

inleiding

De electorale doorbraak van GroenLinks in 1998 zette zich in 1999 voort. Nadat de partij bij de Provinciale Statenver­kie­zingen haar zeteltal ruim verdubbeld had, wist zij in het Europees Parlement haar fractie zelfs te verviervoudigen. Verder hielden de NAVO-bombardementen op Servië de gemoederen bezig. De steun van de Tweede-Kamerfractie voor de luchtaan­vallen stuitte op veel verzet binnen de partij.

congres

 GroenLinks congresseerde op 5 en 6 februari in Rotterdam. Het congres stelde de kandidatenlijsten voor de ver­kiezingen voor de Eerste Kamer en het Europees parlement en het Europees verkiezingsprogram vast (zie hieronder). Voorts koos het een nieuwe partijvoorzitter. De journaliste M. de Rijk werd met een grote meerderheid van 289 van de 320 stemmen in deze functie gekozen. Er waren geen tegenkandidaten, aangezien mevr. M. Brou­wer, die het voorzitterschap had waargenomen toen A. Har­re­wijn in 1998 in de Tweede Kamer was gekozen, en het Doorn­se gemeenteraadslid H. Branderhorst hun geza­men­lijke kandidatuur voor het voorzitterschap hadden ingetrok­ken. De Rijk, die pas in december 1998 lid was geworden van GroenLinks, liet tegenover de pers weten dat zij de partij inhoudelijk wilde verbreden, met veel ruimte voor het debat. Voor de post van internationaal secretaris waren twee kandi­daten: de zittende internationaal secretaris K. Kalkman en nieuwkomer J. Kastje. Tegen het advies van de kandidaten­commissie in herkoos het congres Kalkman met 183 tegen 104 stemmen. De functie van partijsecretaris bleef bij gebrek aan kandidaten vacant. Een voorstel om de werkwijze van het partijbestuur te veran­deren werd aangenomen: de tien gewone leden zouden zich op hoofdlijnen van het beleid gaan con­centreren in plaats van ieder op zijn of haar eigen portefeuille.

Fractieleider P. Rosenmöller nam in zijn toespraak tot het congres afstand van de bezuinigingen op de politie die Groen­Links in zijn verkiezingsprogramma had staan. In plaats van een miljard te bezuinigen, zou volstaan kunnen worden met enkele miljoenen. In een reactie op het interne partijdebat over een eventuele toekom­stige regeringsdeelname van GroenLinks liet hij weten dat de partij landelijk bestuursverant­woor­delijkheid wilde dragen, maar zonder 'op essentiële waarden' in te leveren. Hij dacht daarbij onder andere aan een 'humaan en rechtvaardig' asielbeleid (NRC-Handelsblad, 6 februari 1999).

Op het congres presen­teerde Dwars, de jongerenorganisatie van GroenLinks, een schaduwfractie. Deze zou de Tweede-Kamer­­leden gevraagd en ongevraagd van advies dienen.

GroenLinks en Öcalan

Een motie van de jongerenorganisatie Dwars waarin gepleit werd voor het naar Nederland uitnodigen van A. Öcalan, de leider van de Partiya Karkerên Kurdistan (PKK), leidde op het congres tot enige ophef. Een aantal leden van Turkse komaf keerde zich tegen het voorstel en zou daarbij gedreigd hebben met het opzeggen van het partij­lid­maatschap. Nadat onder andere de Tweede-Kamer­leden mevr. M.B. Vos en mevr. F. Karimi de jongeren hadden kun­nen over­tuigen dat de motie andere initiatieven van de fractie om een vredesproces in Turkije op gang te brengen zou door­kruisen, trokken zij haar in. Enkele weken na het congres vond een overleg plaats tussen Dwars, partijbestuur en fractie, waarbij een aantal concrete stappen werd afgesproken om de Koer­dische kwestie onder de aandacht te brengen.

GroenLinks en de NAVO

Het congres had zich in februari na een felle discussie met zeventig procent van de stemmen uitgesproken voor eventuele luchtacties van de NAVO tegen Servië en steunde hiermee het beleid van de Tweede-Kamerfractie (zie ook Jaarboek 1998 DNPP, blz. 60-61). Paradoxaal ge­noeg sprak de partij zich op hetzelfde congres bij het vaststellen van het Europese ver­kiezings­programma uit voor opheffing van de NAVO op zo kort moge­lijke termijn.

Toen de NAVO eind maart daadwerkelijk doelen in Servië en in het bijzonder Ko­so­vo begon te bombarderen (zie in deze Kroniek onder 'hoofdmomenten'), raakte de partij verdeeld. Aan­vankelijk steunde de hele Tweede-Kamerfractie onder voor­waarden de luchtacties. Al spoedig echter namen de Twee­de–Kamer­leden mevr. W. van Gent en Karimi afstand van het fractiestandpunt. Zij werden hierin gesteund door de vol­tallige Eerste-Kamerfractie, die in een schriftelijke verklaring pleitte voor het 'eenzijdig inlassen' van een pauze in de bom­barde­menten (Trouw, 31 maart 1999). Ook de afdelingen Enschede en Groningen en de Drentse Statenfractie distantieerden zich van het beleid van de Tweede-Kamer­fractie. Tijdens een op 3 april inderhaast belegde ledenbij­eenkomst in Utrecht konden de gemoederen enigszins tot bedaren worden gebracht. Vooral leden van de voormalige Paci­fistisch Socialistische Partij (PSP) en Evangelische Volkspartij (EVP) - die in 1990 samen met de Politieke Partij Radikalen (PPR) en de Communistische Partij van Nederland (CPN) in GroenLinks waren opgegaan - brachten hun afschuw over de bom­bar­de­menten naar voren. Volgens de critici was het NAVO-optreden als zodanig in strijd met het volkenrecht. Poli­tiek leider Rosenmöller zegde toe bij het kabinet te zullen plei­ten voor het stimuleren van diplomatieke initiatieven van de Verenigde Naties.

Kort daarna – op 24 april – kwam een extra partijraad over deze kwestie in Utrecht bijeen. De aanwezigen spraken zich niet uit over het besluit van de fractie om de bombardementen te steunen. Wel stemde de raad met grote meerderheid in met een motie van het partijbestuur om de fractiesteun aan de NAVO-luchtaanvallen te heroverwegen wanneer de bombarde­men­ten niet beperkt zouden blijven tot militaire doelen. Een motie van de afdeling Groningen die vroeg om het eenzijdig intrekken van de steun aan de bombarde­menten, werd met twintig tegen vijf­tien stemmen (en tien blanco) verworpen. De oud-EVP-er H. Feddema diende een voorstel in om - ter bevordering van de onderhandelingen - pauzes in de bombardementen in te lassen. Dit haalde het niet omdat de stemmen staakten.

Toen de NAVO eind april ook Servische radio- en televisie-stations bombar­deerde, trachtte GroenLinks in het parlement tevergeefs steun te krijgen voor een verbod daarop. In mei pleitte de partij bij de regering voor een 48-urige onderbreking in de luchtaanvallen, omdat wederom burgerdoelen geraakt waren. Ofschoon het kabinet een pauze op dat moment niet opportuun achtte en het merendeel van de Tweede Kamer de regering daarin bijviel, bleef de GroenLinks-fractie de bombardementen steunen. Wel kwam volgens buitenland­woord­voerder Vos de grens steeds meer in zicht.

Toen in juni een vredesakkoord over Kosovo was bereikt en de NAVO haar acties staakte, maakte de partij de balans op. Tij­dens de partijraad van 12 juni ontkwam de Tweede-Kamer­frac­tie maar nauwelijks aan een 'motie van treurnis' over haar vóórtdurende steun aan de bombardementen. De motie werd met twintig tegen 27 stemmen afgewezen. Twee weken voor de partijraad had een meerderheid van het partijbestuur al besloten dat de maat vol was en Groen­Links haar steun aan de NAVO-acties moest intrekken. Vos liet weten 'een volgende keer de risico's van het inzetten van geweld zwaarder te laten wegen' (de Volkskrant, 8 juni 1999). Het steunen van de luchtaanvallen kostte GroenLinks ongeveer 120 leden, veel minder dan menig­een verwacht had. Onder de opzeggers waren de oud-senator voor de PSP, J. Vogt, en voormalig fractievoorzitter van de CPN in de Tweede Kamer, M. Bakker.

Eind oktober publiceerde de Tweede-Kamerfractie een defensie­nota getiteld De krijgsmacht als vredesstichter? In de nota stond dat GroenLinks – in tegen­stelling tot wat er in het verkiezings­programma werd betoogd - niet langer de opheffing van de NAVO moest nastreven. Verder werd gepleit voor het omvormen van het leger van een organisatie gericht op de landsverdediging tot één die zich ten doel stelt deel te nemen aan vredesoperaties. Door deze ingreep zou een verdere bezuiniging op defensie mogelijk worden. De fractie bleef overigens tegenstander van het bezit en gebruik van kernwapens door de NAVO. Tijdens een vijftal openbare ledenvergaderingen in het land werd in de partij over de nota gediscussieerd. Een groot deel van de aanwezigen vond het omarmen van de NAVO veel te ver gaan en verweet de fractie onder andere dat ze teveel het imago van een potentiële regeringspartij na­streefde. Het partijcongres moest in 2000 een definitieve beslissing nemen over de NAVO.

Provinciale Statenverkiezingen

De Provinciale Statenverkiezingen bezorgden GroenLinks een klinkend verkiezingsresultaat. In vergelijking met 1995 verdub­belde de aanhang van de partij bijna; het aantal zetels nam flink toe tot 77. De grote en middelgrote steden leverden een belang­rijke bijdrage aan de winst. Zo werd GroenLinks in Nijmegen, Wageningen en Utrecht zelfs de grootste partij. De groei was het sterkst in Overijssel. Ook in de noordelijke provincies boekte de partij een meer dan gemiddelde winst. De provincie Zeeland – waar GroenLinks samen met de provinciale partij Delta Anders deelnam – bleef met een groei van 45% wat achter bij het landelijk gemiddelde.

De behaalde overwinning werd niet omgezet in een grotere deel­name aan het provinciaal bestuur. Alleen in Zuid-Holland trad GroenLinks toe tot het col­­lege van Gedeputeerde Staten. In Noord-Holland vormde de beoogde uitbreiding van Schiphol een belemmering voor de deelname van GroenLinks.

Eerste-Kamerverkiezingen

In december 1998 had de kandidatencommissie de voordracht be­kend gemaakt voor de verkiezingen voor de Eerste Kamer (zie Jaarboek 1998 DNPP, blz. 60). De commissie had in haar voor­stel zit­tend senator T. Pitstra – exponent van de meer radicale stroming binnen GroenLinks - op een onverkiesbare twaalfde plaats gezet. Hierop was er een intensieve lobby op gang ge­komen om hem hoger op de lijst te krijgen. Deze actie wierp op het partijcongres in februari 1999 vruchten af, want Pitstra werd door de aanwezigen op de vierde plaats gekozen en verdreef daardoor B. van Schijndel naar de vijfde plaats. Van de andere zittende Eerste-Kamerleden werden W.Th. de Boer en mevr. J.H. Zwerver conform het voorstel van de commissie respectievelijk nummer één en twee; mevr. J.A. Schoonder­gang-Horikx belandde op de achtste plaats. Op nummer drie werd de advo­cate D. de Wolff gekozen.

De grote winst bij de Provinciale Statenverkiezingen had ook gevolgen voor de door de statenleden gekozen Eerste Kamer. Bij de op 25 mei gehouden verkiezingen steeg GroenLinks van vier naar acht zetels.

Europese verkiezingen

In 1998 was GroenLinks begonnen met de voorbereidingen van de Europese verkiezingen (zie Jaarboek 1998 DNPP, blz. 60). Het ontwerp-programma verscheen in oktober. Op het partij­congres in februari 1999 bleek dat de partij zich goed kon vinden in de hoofdlijnen van het programma. Over een aantal punten ontstond discussie. Zo poogde de afdeling Enschede te­vergeefs het programmapunt over asielzoekers uit te breiden.

In december 1998 openbaarde de kandidatencommissie haar voor­dracht van de kandidaten. Bij het vaststellen van de definitieve lijst week het congres af van dit ontwerp. Het verkoos A. de Roo, die al veertien jaar verbonden was aan de Groene Fractie in het Europees Parlement, boven de organi­satie-adviseur en vakbonds­onderzoeker Th. Bouwman. De Roo steeg hierdoor van de zesde naar de derde plaats op de lijst. Na hem kwam Bouwman op nummer vier te staan. Lijsttrekker J. Lagen­dijk en mevr. K. Buitenweg, die nummer twee stond, wer­den conform de voor­dracht verkozen.

De Europese verkiezingen verliepen voor GroenLinks buiten­gewoon succesvol. De partij behaalde 11,9% van de stemmen (tegen 3,7% in 1994), waardoor het aantal zetels steeg van één naar vier. Volgens Europarlementariër De Roo was de goede uit­slag, naast het 'Rosenmöller-effect', te danken aan het conse­quente verzet van GroenLinks 'tegen fraude, gesjoemel en vriendjespolitiek' in het Europees Parlement (GroenLinks-Magazine, juli 1999).

wijzigingen huishoudelijk reglement

In 1999 werd een aantal voorstellen van partijorganisatorische aard voorbereid, die op het congres van GroenLinks in maart 2000 aan de orde zouden komen.

Het belangrijkste wijzigingsvoorstel betrof de bepaling in het huishoudelijk reglement waarin de zittingsduur van Groen­Linkse volksvertegenwoor­di­gers werd beperkt tot maximaal drie termij­nen. Politiek leider Rosenmöller en een aantal lokale bestuurders zouden hier in 2002 mee te maken krijgen. De par­tijraad had in juni al besloten dat het wenselijk was dat in bijzondere gevallen van deze regeling afgeweken zou moeten kunnen worden. In december publiceerde het partijbestuur in GroenLinks Magazine voorstellen om het reglement te wijzigen. Een meerderheid binnen het bestuur was er voorstander van dat de maximale aaneenge­sloten zittingsduur normaliter drie volle­dige zittingsperioden zou blijven bedragen; en dat voor een eventuele vierde termijn een tweederde meerderheid van de stemmen van het congres werd vereist.

Een ander voorstel van het bestuur pleitte voor het geven van meer bevoegd­heden aan landelijke kandidatencommissies. Deze zouden het recht moeten krijgen om zelf kandidaten aan te zoeken.

herziening afdrachtregeling

Voor het congres in maart 2000 stelde penningmeester B. Boer voor het percentage te verlagen dat poli­tieke ambtdragers van hun in­komen moesten afdragen aan de partij. Aanleiding was het feit dat de forse financiële bijdrage (minimaal 10% van de brutojaar­vergoeding) op princi­piële en praktische bezwaren stuitte. Onder andere zou de regeling de kans op geschikte kandidaten verklei­nen. Het plan van Boer was in de partijraad van juni op enige weerstand gestuit, omdat sommigen vreesden dat er van een verlaging een denivellerende werking uit zou gaan. Desalniet­temin kwam het partijbestuur in december met een uitgewerkt voorstel om de regeling te versoepelen.

verwante instellingen en publicaties

Op 6 november vond een GroenLinks Forum in Utrecht plaats, waar leden en niet-leden discussieerden over tien actuele thema's. Tijdens de bijeenkomst werd het boekje Het pluche. GroenLinks lokaal aan de macht, geschreven door J. van der Meer, gepresen­teerd. Het bevatte de ervaringen van GroenLinks met het lokaal bestuur in vijf gemeenten.

In maart gaf het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks een brochure over Lokaal jeugdbeleid uit, met het verslag van een studiedag die op 30 januari in Utrecht gehouden was. Samen met de landelijke categorale groep Gehandi­capten GroenLinks publiceerde het bureau een discussienota over de moderni­sering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektenkosten (AWBZ) en de Wet Voorziening Gehandicapten (WVG) met als titel De cliënt aan het roer. Au­teurs waren mevr. J. Lagendijk en P. Basset.

Op 19 mei organiseerde het Wetenschappelijk Bureau een debat over de toekomst van de partij naar aanleiding van het ver­schijnen van Verloren illusie, geslaagde fusie? GroenLinks in historisch en poli­ticologisch perspectief van de hand van P. Lucardie, W. van Schuur en G. Voerman. In de zomer publi­ceerde het Wetenschap­pelijk Bureau Met status. Een pleidooi voor progressieve Europese migratiepolitiek.

De Stichting Duurzame Solidariteit organiseerde op 30 januari in Utrecht een studiedag over de positie van de vrouw in islamitische landen.

Op 30 januari, 30 mei, 26 september en 14 november hield Dwars, de jongerenorganisatie van GroenLinks, algemene ver­gaderingen. Ook organi­seerde Dwars een aantal congressen: van 19 tot 21 maart over Europa en het asielbeleid; op die van 26 tot 28 november werd een nieuwe schaduwfractie voor het jaar 2000 gekozen (zie hierboven onder 'congres'). Op 15 oktober hielden de jongeren in Utrecht de eerste van een reeks zogeheten 'DWARS­verbindingen': politieke cafés naar aanlei­ding van actuele onderwer­pen.

Op 29 mei vond in Zwolle de jaarlijkse conferentie van raads- en statenleden plaats met als thema 'de GroenLinks kaart van Nederland', een meerjarenpro­ject van de partij over ruimtelijke ontwikkeling als alternatief voor de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening van het kabinet.

In maart publiceerde het Oost-Europa-project van GroenLinks het eerste nummer van Green matters, een initiatief van de 'Green East-West Dialogue'.

De Linker Wang, het 'platform voor evangelie en politiek' ver­bonden aan GroenLinks, hield op 9 oktober in Utrecht zijn jaarlijkse landelijke bijeenkomst over de schuldenproblematiek van de Derde Wereld.

Eind augustus bracht de fractie in het Europees Parlement een bundeltje in vier talen uit met uitspraken van de liberaal F. Bolkestein over Europa, met de titel Een Euroscepticus in Brussel? Frits Bolkestein over de Europese Unie. De bloem­lezing was samengesteld en van commentaar voorzien door J. Lagendijk en R. Wouters. Door middel van het boekje wilde de fractie de andere Europarlementariërs wijzen op het anti-Europese verleden van Bolkestein, die kandidaat was gesteld voor de Europese Commissie. De Eurofractie publiceerde even­eens Landbouwen aan een Groen Europa. Het Europese land­bouw­beleid ter discussie onder redactie van R. Wouters; en Van Amsterdam tot zetel­kwestie. Een Eurocratisch zakwoordenboek onder eindredactie van mevr. H. Galesloot.

De Tweede-Kamerfractie publiceerde een aantal nota's, waar­onder Tien over Wao. Naar een sluitende aanpak van arbeids­ongeschikt­heid; Mobiliteit op maat. Naar een samenhangende benadering van het personenvervoer in Nederland en Nederland hypotheek­renteland. Over de fiscale behandeling van het eigen huis, waarin afschaffen van de aftrek van hypotheekrente en huurwaardeforfait werd bepleit.

personalia

Het Haagse gemeenteraadslid A. Daskapan, tevens directeur van de stichting Regionale Steunfunctie Allochtonen (RSA), kwam in 1999 enkele malen in opspraak (zie ook Jaarboek 1997 DNPP, blz, 53). In april ging het ge­rucht dat hij gesjoemeld zou hebben met subsidiegelden van de provincie Zuid-Holland. De provincie kon na een onderzoek echter geen strafbare feiten ontdekken. In juni eisten een kleine achthonderd Turken in een brief aan de provincie Daskapan's aftreden als RSA-directeur, omdat hij zich schuldig gemaakt zou hebben aan machtsmisbruik en vriendjespo­litiek. Het Haagse raadslid noemde de actie een hetze tegen zijn persoon, georganiseerd door de extreem-rechtse groepering de Grijze Wolven. Acht Turkse en Koerdische organisaties steunden Das­kapan. In juli verloor hij bij de Haagse rechtbank een kort geding tegen drie ondertekenaars van de brief, die eerder tegen hem een rechtzaak hadden aangespannen wegens vermeende smaad, laster en belediging. Kort daarvoor was een door het partijbestuur van GroenLinks ingestelde onderzoekscommissie tot de conclusie gekomen dat alle beschuldigingen tegen Das­kapan onjuist of onbewezen waren. Hij kon zijn zetel in de gemeente­raad dan ook behouden.

In juni liet het partijbestuur een intern onderzoek uitvoeren naar mogelijke fraude die het Asser gemeenteraadslid en eerste re­serve voor de senaat, S. Pormes, als oud-bestuurslid van de Molukse verslavingszorginstelling Masiun gepleegd zou hebben. Toen de Asser rechtbank de aanklacht bij gebrek aan bewijs seponeerde, concludeerde ook het GroenLinks-bestuur dat hem niets te verwijten viel.

Het nieuw gekozen Eerste-Kamerlid B. van Schijndel kwam in oktober negatief in de pu­bli­citeit, toen hij via de stichting World Gay Center – waarvan hij bestuurslid was - in relatie werd gebracht met kinderporno. Twee medebestuur­ders waren namelijk eerder in 1999 voor het verspreiden hiervan veroor­deeld. Ook had Van Schijndel zijn nevenfunctie niet aangemeld bij de Eerste Kamer. De kwestie had voor hem, nadat hij de gang van zaken had betreurd en zijn lidmaatschap van de stichting had opgezegd, geen politieke gevolgen.

Laatst gewijzigd: 1 24-11-2020 15:16:04