GroenLinks jaaroverzicht 1989

Uit: P. Lucardie en G. Voerman. 'Kroniek 1989. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 1989' in: G.Voerman en P. Lucardie (red.), Jaarboek 1989 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 1990), 15-59, aldaar aldaar 32-37.

inleiding

Met de uitslag van een PSP-referendum eind februari werd het proces in gang gezet dat uiteindelijk zou leiden tot de totstandkoming van Groen Links in mei. In het referendum had de achterban van de PSP zich in meerderheid uitgesproken voor een gemeenschappelijke lijst van partijen en groeperingen links van de PvdA. Het partijbestuur van de PSP nodigde daarop de besturen van PPR en CPN uit om hierover 'verkennende' besprekingen te starten. Op deze invitatie gingen de twee partijen in.

Het initiatief van de PSP werd ondersteund door een open brief, die in maart verscheen. In deze brief werden PPR, PSP en CPN opgeroepen om te komen tot "één aansprekende lijst bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1990". De ondertekenaars waren niet alleen afkomstig uit de klein-linkse partijen, maar ook uit de vakbond (G. Lubbi, H. Bode, K. Adelmund), de milieubeweging (L. Reijnders en J. Cramer) en de culturele sector (R. van Dantzig, H. Vrienten, E. de Wijn). Allen pleitten ervoor de huidige verdeeldheid in te ruilen voor "een sterke, links-groene formatie".

In maart begonnen de gesprekken tussen PPR, PSP en CPN over een samenwerkingsverband. De doelstelling van de PSP daarbij was bekend. De CPN stelde dat haar zelfstandig voortbestaan niet in het geding was en richtte zich vooral op de terug­keer van de partij in de Tweede Kamer. De partijraad van de PPR had op 25 februari verklaard dat het resultaat niet beperkt behoorde te blijven tot een optelsom van be­staande partijen, maar moest leiden "tot ver­breding en vernieuwing welke zich zal dienen te uiten in plaatsen voor niet-partijgebondenen op de lijst".

Ongeveer anderhalve maand later, op 24 april, besloot het partij­bestuur van de PPR de onderhandelingen af te breken. Gesteund door de Tweede Kamerleden Beckers en Lankhorst zette het bestuur vraagtekens bij de bereidheid van met name de CPN om de beoogde gemeenschappelijke lijst te laten uitgroeien tot een "nieuwe politieke formatie, een groen-progressief alternatief voor kabinetsbeleid en sociaal-demo­kratische oppositie" (Radikalen­krant, 1989, nr. 5). De CPN zou te zeer vasthouden aan het behoud van de eigen identiteit, waardoor het PPR-bestuur vrees­de dat van de totstandkoming van een verbrede en vernieuwde, "groen/pro­gres­­sieve combinatie", waarin de deelnemende partijen uiteindelijk zouden moeten opgaan, niets terecht zou komen. PSP en CPN reageerden teleur­gesteld op deze stap van het PPR-bestuur. Beide partijen verklaarden in een gemeenschappelijke lijst meer dan een gelegen­heidscoalitie te zien, maar nog niet te denken aan fusie en opheffing van de eigen partijen, zoals de PPR. 

Binnen de PPR leidde het bestuursbesluit bijna tot een crisis. Op 6 mei, enkele dagen na de val van het kabinet Lubbers, kwam een extra partijraad van de PPR bijeen om zich over de impasse in de onder­handelingen te beraden. Met 26 tegen 19 stemmen droeg de partijraad het bestuur van de PPR op, de gesprekken met PSP en CPN te hervatten. Toen het bestuur weigerde deze motie uit te voeren, besloten de indieners ervan onder leiding van oud-partijvoorzitter De Boer op eigen gezag de onderhandelingen voort te zetten. Het partijbestuur verbond voorlopig geen consequenties aan zijn nederlaag en bleef met het oog op de door het aftreden van de regering vervroegde verkiezingen aan.

Op 19 mei kwamen bestuursdelegaties van CPN, PSP en EVP en de  informele PPR-afvaardiging tot overeenstemming. Op de valreep was de EVP bij de onderhandelingen betrokken. Onder de naam 'Groen Links' zouden de partijen samen met partijlozen met een gemeen­schappelijk program en met één kandidatenlijst aan de Kamerverkiezin­gen deelnemen en daarna één fractie vormen. In het akkoord was over de nieuwe politieke formatie verder overeengekomen dat in de komende jaren zou moeten worden bezien "of en zo ja in welke vorm, deze (..) verder gestalte moet krijgen".

Eind mei stemden de partijbesturen van PPR, CPN, PSP en EVP in met de samenwerkingsovereenkomst. In de zomer spraken de leden van alle betrokken partijen zich in meer­derheid uit voor de nieuwe combi­natie. Begin juni ging de partijraad van de EVP akkoord, al werd er wel een lans gebroken voor een meer evangelische toonzetting van het verkiezingsprogram. Op 17 juni stemde het PPR-con­gres in met het bereikte resultaat, op 25 juni gevolgd door de partij­conferentie van de CPN. De congressen van PSP en EVP gingen op 1 juli akkoord.

Verder kijken

In het programma van Groen Links, 'Verder kijken', werden de sociaal-economische, internationale, ecologische, sociale, democratische en sociaal-culturele mensenrechten opgesomd op basis waarvan een rechtvaardige en schone samenleving kon worden ingericht. Het program koos voor "het respect voor de menselijke waardigheid en het behoud van de aarde als hart van haar politiek". Als een concrete maatregel tegen de milieuverontreiniging stelde het program de groentax voor, een ecologische belasting op produkten die het milieu schaden. Dit idee werd nader uitgewerkt in de eerste Groen Linkse brochure Groentax, de prijs voor een schoon milieu, van de hand van B. van Ojik (PPR) en A. de Roo (PSP). Na de presentatie in mei kreeg men veel kritiek op de matige financiële onderbouwing van het program. In een reactie merkte de PvdA op dat het "een hoog Sinterklaas-gehalte" had. Enige tijd later publiceerde Groen Links de financiële toelichting op het program.

kandidatenlijst

De deelnemende partijen waren overeengekomen de rangorde op de kandi­daten­lijst te bepalen op grond van de onderlinge krachtsverhoudingen. De eerste drie plaatsen werden toebedeeld aan achtereenvolgens de fractie­voorzitter van de PPR in de Tweede Kamer, R. Beckers; haar collega van de PSP, A. van Es; en de oud-fractievoorzitter van de CPN, I. Brouwer. De eerste kandidaat van de EVP, partijvoorzitter C. Ofman, kwam pas op de elfde plaats. Vanwege het feit dat de EVP hiermee vrij­wel kansloos was voor een Kamerzetel, werd het de partij toegestaan een voorkeursactie voor Ofman te voeren.

Op de lijst waren ook plaatsen ingeruimd voor personen uit geest­verwante sociale bewegingen. Nadat J. Cramer, oud-voorzitter van de Vereniging Milieudefensie voor de eer had bedankt, toonde de Rotter­damse vakbondsleider P. Rosenmöller zich bereid de vierde plaats in te nemen. De juriste E. Robles, actief in de zwarte vrouwenbeweging, bezette als tweede onafhan­kelijke kandidate de negende positie. Als lijstduwers werden choreograaf Rudi van Dantzig en schrijfster Astrid Roemer aangezocht.

Tweede Kamerverkiezingen

Onder het motto 'Groen Links komt eraan' begon Groen Links op 12 augustus de verkiezingscampagne met een treinreis van Roodeschool naar Groenlo. In de verkiezingsstrijd kwam het samenwerkingsverband regelmatig in aanvaring met D66, vooral met betrekking tot het milieubeleid. Ook de PvdA bekritiseerde de Groen Linkse milieuparagraaf. Eerder al hadden D66 en PvdA een verzoek van Groen Links om samen een lijstverbinding aan te gaan van de hand gewezen. Groen Links nam deel aan het lijst­trekkersdebat dat aan de vooravond van de verkiezingen voor de tele­visie werd uitgezonden. De verkiezingsuitslag kwam als een zware teleurstelling: in tegenstelling tot de verwachte acht à tien zetels kreeg Groen Links er slechts zes. Vergeleken met 1986 was Groen Links in zeteltal flink vooruitgegaan, maar procentueel viel de groei van 3,3% naar 4,1% nogal tegen.

De campagne-commissie kraakte achteraf in de evaluatie enige harde noten over de Groen Linkse verkiezingscampagne. Zij laakte met name het feit dat "de pariteit belangrij­ker werd gevonden dan de kwaliteit" (Radikaal Magazine, december 1989) en leverde zware kritiek op lijsttrekker Beckers.

Groen Links Bestuur  

Vanaf 1 juli functioneerde het voorlopige Groen Linkse Bestuur, be­staande uit twee vertegenwoordigers van de besturen van de deel­nemende partijen en van de Vereniging Groen Links. Deze Vereniging, die de rechtstreekse leden van het nieuwe samenwerkingsverband orga­niseert, werd op 28 oktober formeel opgericht en telde toen ongeveer 700 leden.

Tot voorzitter van het Groen Linkse Bestuur (GLB) was L. Platvoet (PSP) benoemd. Het GLB coordineerde naast de Groen Linkse verkiezingscampagne ook de verdere organisatorische ineenschuiving van de partijen. Daar­naast moest het de reglementen van de nieuw te vormen Groen Linkse Raad opstellen. Verder werden deelcommissies in het leven geroepen die de gemeente­raadsverkiezingen van 1990 en de fusies van de wetenschap­pelijke bureaus en scholings- en vormingsorganisaties dienden voor te bereiden.

Op andere niveaus wierp de samenwerking ook vruchten af. Al in juni waren de klein-linkse fracties in de Eerste Kamer tot gezamelijk op­treden overgegaan. De jongeren­organisaties hadden weliswaar besloten voorlopig zelfstandig te blijven, maar namen zich voor te komen tot een Groen Linkse Jongeren­raad. De emancipatiemedewerksters van CPN, PSP en PPR werkten aan de vorming van een Groen Links Vrouwenburo. In februari 1990 zou het eerste nummer moeten verschijnen van de Groen Linkse ledenkrant, die de bestaande ledenorganen zou vervangen. De penningmeesters werk­ten samen in de Beleidsgroep Financiën aan de samen­voeging van de par­tijsecretariaten in een verenigd Groen Links beheer.

Groen Linkse Raad

In het Groen Linkse akkoord was de oprichting van een gemeenschappe­lijk orgaan aangekondigd, dat aan het verdere verloop van het samenwerkings­proces vorm moest geven. In de herfst verscheen het ontwerpreglement van deze Groen Linkse Raad (GLR). In november en december werd dit reglement door de congressen van PSP en EVP, door de partijraad van de PPR en de partij­conferentie van de CPN aangenomen. De Vereniging Groen Links sprak eveneens haar goedkeuring uit.

De Raad, die in januari 1990 voor het eerst zal vergaderen, bestaat uit delega­­ties van de vijf betrokken organisaties en telt 49 leden. Op grond van hun ledental leverden zowel PRR als CPN 14 afgevaar­digden, de PSP 11, de EVP en de Vereniging Groen Links elk 5.

Tot de taken van de GLR behoren onder andere de controle op de fracties in Eerste en Tweede Kamer en in het Europees Parlement (die alle verantwoording schuldig zijn aan de Raad), de controle op het Groen Links Bestuur (GLB) en het stimuleren van het verdere samenwerkings­proces. Wat dit laatste punt betreft reiken de bevoegdheden van de Raad niet ver. Niet alleen is de Raad afhankelijk van wat door het GLB aan de Raad wordt voorgelegd, daarnaast moet elke Raadsbeslissing met betrekking tot samen­werking weer ter goedkeuring worden voorgelegd aan de deelnemende organisaties.

problemen bij gemeenteraadsverkiezingen  

Bij tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen in Groningen op 29 november ten gevolge van gemeentelijke herindelingen, liep de Groen-Linkse samenwerking enkele deuken op. In Delfzijl konden CPN, PPR, PSP en EVP niet tot overeenstemming komen over de aanwijzing van de lijsttrekker. De CPN eiste het lijsttrekkerschap voor een communist op; de andere partijen waren voor een PPR-kandidaat. Omdat de CPN de lijst Groen Links al had laten registreren, maakte zij van de mogelijkheid gebruik om samen met 'onafhankelijken' onder deze naam aan de verkiezingen deel te nemen. Het voorlopige bestuur van Groen Links veroordeelde unaniem de handelwijze van de CPN in Delfzijl. Op haar beurt verklaarde het bestuur van de CPN deze uitspraak te betreuren.

Bij de voorbereidingen van de gemeenteraadsverkiezingen van maart 1990 liep in Groningen de samenwerking ook spaak. PPR, PSP en EVP wilden niet ingaan op de eis van de CPN om twee kandidaten voor de eerste zes op de lijst te leveren. De CPN besloot hierop onder eigen naam zelfstandig de verkiezingen in te gaan.

opheffing?  

Aan het eind van het jaar bestond er tussen PPR, PSP, CPN en EVP geen overeenstemming over de vraag of en zo ja op welke termijn de partijen moesten fuseren. Het PSP-congres van 25 november en de partijraad van de PPR van 16 december wilden het liefst zo snel mogelijk Groen Links tot één partij omvormen. De partijconferentie van de CPN deelde deze opvatting allerminst, evenals het EVP-congres van 25 november. De EVP miste vooralsnog de ideologische onderbouwing van Groen Links, waarbij het voor de EVP vooral om de erkenning van het evangelie als inspi­ratiebron ging. Het najaarscongres in 1990 zou het verloop van het integratieproces dienen te beoordelen. Alle betrokken partijen spraken echter hun voornemen uit om in 1990 te komen tot de invoering van het dubbel­lidmaatschap, waarmee alle leden van PPR, PSP, CPN en EVP automatisch lid worden van de Vereniging Groen Links tenzij men toestemmming weigert.

Laatst gewijzigd: 1 24-11-2020 14:18:27