CDA jaaroverzicht 2007

Uit: P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2007. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2007' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2007 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2009), 3-71, aldaar 11-17.

inleiding

Voor het CDA was 2007 vooral een jaar van consolidatie. In de peilin­gen bleef de partij vrij stabiel rond 38 zetels (volgens Bureau Inter­view/NSS) of rond 35 zetels (volgens TNS NIPO en Peil.NL). De par­tijtop van de christen-democraten werd deels vernieuwd.

formatie vierde kabinet-Balkenende

Begin februari drong een groep islamitische CDA-leden in een brief aan partijvoorzitter mevr. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart aan op de be­noeming van een islamitische minister of staatssecretaris uit de eigen partij, zoals het Tweede-Kamerlid C. Cörüz. Hun verzoek vond echter geen gehoor. De burgemeester van Den Bosch, A.G.J.M. Rombouts, die in 1998 de kandidaatstellingscommissie van het CDA voorgezeten had, pleitte voor de benoeming van meer katholieken, aangezien volgens hem het protestantse smaldeel de laatste jaren oververtegenwoordigd was in kabinet en partijtop.

Vrij veel christen-democratische bewindslieden keerden niet terug in het nieuwe, eveneens door J.P. Balkenende geleide kabinet. Demissionair minister J.G. Wijn van Economische Zaken kondigde op 5 februari aan de politiek vaarwel te zeggen. Tot die tijd werd hij wel genoemd als moge­­lijk voorzitter van de Tweede-Kamerfractie en zelfs als ‘kroon­prins’ van partijleider Balkenende. Zijn vertrek werd door veel christen-demo­cra­ten betreurd en soms veroordeeld als kiezers­bedrog: Wijn had immers in november 2006 ruim 11.000 voorkeurstemmen gekregen. Ook A.J. de Geus, demissionair minister van Sociale Zaken en Werk­ge­legenheid, verliet de politiek en werd op 22 februari plaatsvervangend secre­taris-generaal van de Organisatie voor Econo­mi­sche Samen­wer­king en Ont­wikkeling (OESO). Zijn collega C.P. Veerman, minister van Land­bouw, Natuur en Voedselkwaliteit, werd in maart bijzonder hoog­leraar duur­zame plat­telandsontwikkeling in Europees perspectief aan de Universi­teit van Wageningen en de Universiteit van Tilburg, en in mei voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten. Mevr. A.M.A. van Ardenne-van der Hoe­ven, minister voor Ontwikkelings­samen­werking, werd in april permanent vertegenwoordiger bij de Food and Agriculture Organisation (FAO) te Rome. Zij trok in maart de aandacht met een scherpe aanval op VVD-voorlieden Kamp en Rutte, die met hun kritiek op dubbele natio­naliteiten naar haar mening ‘het liberale gedach­tengoed geen dienst bewijzen’ en de politiek behoorden te verlaten (de Volks­krant, 20 maart 2007). Partijleider Balkenende nam meteen afstand van haar opmerkin­gen.

Het partijcongres dat op 3 maart in Utrecht plaats vond, stond groten­deels in het teken van de kabinetsformatie. Naast enkele kritische op­merkingen klonk vooral waardering over het regeer­akkoord en de coali­tie. Waarnemend partijvoorzitter mevr. C.J. Dekker benadrukte in haar toespraak de overeenkomsten tussen het regeerakkoord en het verkie­zingsprogram van het CDA. Kritische resoluties over versoepeling van het ontslagrecht en het woning­marktbe­leid haalden geen meerderheid.

Deze onderwerpen bleven echter wel op de agenda staan. Een resolutie over het woning­markt­beleid, ingediend door de jongerenorganisatie van het CDA, haalde tegen het advies van het partijbestuur in op het na­jaarscongres op 10 november in Utrecht wel een meerderheid. Een on­afhankelijke commissie zou onder meer de mogelijkheden van een inte­graal woonlas­ten­beleid gaan onderzoeken – waarbij dus ook de politiek beladen hypotheekrenteaftrek onder de loep genomen zou worden. Een resolutie tegen versoepeling van het ontslagrecht kreeg wel veel steun op het congres – onder meer van R. Paas, voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) – maar geen meerderheid.  

staatssecretaris De Jager

J.K. de Jager, penningmeester van het CDA, werd benoemd tot staatsse­cretaris van Financiën. Hij was aandeelhouder van een bedrijf in de ICT-sector en bovendien directeur van het moe­derbedrijf van deze firma. Op 15 februari maakte het televisieprogramma ‘Nova’ bekend dat het ICT-bedrijf verzuimd zou hebben pensioenpremies van zijn werk­nemers af te dragen aan het pensioenfonds. In mei uitte een vak­bonds­bestuurder bovendien kritiek op het sociale beleid van De Jagers bedrijf. Het partijbestuur stelde een commissie in onder leiding van A.H. Lund­qvist, voorzitter van het college van bestuur van de Techni­sche Uni­ver­siteit Eindhoven. De commissie rapporteerde in juni dat geen sprake was van ‘verwijtbaar gedrag’ maar alleen van ‘onvolko­men­he­den en kinderziektes’ (NRC Handelsblad, 28 juni 2007). Hiermee leek de zaak afgedaan.

Door de kabinetsformatie zou de partijtop ingrijpend vernieuwd wor­den. Zowel de voorzitter van de Tweede-Kamerfractie als de partijvoor­zitter en de directeur van het wetenschappelijk bureau van het CDA tra­den immers toe tot het kabinet (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmo­menten’).

Tweede-Kamerfractievoorzitter

Nadat het voorzitterschap van de Tweede-Kamerfractie vacant was geraakt met de benoeming van M.J.M. Verhagen tot minister van Bui­tenlandse Zaken, meldde zich op 15 februari één kandidaat, vertrekkend staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu­beheer, P.L.B.A. van Geel. Zonder tegenkandidaten werd hij op 21 februari tot voorzitter gekozen.

partijvoorzitter

Toen partijvoorzitter Van Bijsterveldt-Vliegenthart tot staatssecretaris werd benoemd, nam de tweede vice-voorzitter mevr. C.J. Dekker haar functie waar tot een nieuwe voorzitter gekozen zou zijn. Normaliter zou de eerste vice-voorzitter dit moeten doen, maar deze functie was sinds het overlijden van B.J. Mandos in 2006 vacant gebleven. Tweede-Kamerfractie­voor­zitter Van Geel en partijleider Balkenende namen als adviseur zitting in de commissie die onder leiding van de Zeeuwse commissaris van de koningin (en oud-minister) mevr. K.M.H. Peijs kandidaten voor het partijvoorzitterschap zou voordragen. Volgens R.H. van de Beeten, vice-voorzitter van de partij van 1986 tot 1994 en lid van de Eerste Kamer, raakte daarmee het evenwicht binnen de partij zoek (Trouw, 29 maart 2007). De politiek leider en de fractie zouden juist tegenspel moeten krijgen van onafhankelijke personen in partijbestuur en wetenschappelijk bureau. Ook H. van der Meulen en M. Neuteboom, respectievelijk voorzitter en vice-voorzitter van het Christen Democra­tisch Jongeren Appèl (CDJA), leverden later kritiek op het ‘eenheids­front’ binnen het CDA (Trouw, 9 juni 2007). Partijbestuur en fractie zouden zich zelfstandiger dienen te profileren. Soortgelijke opmerkin­gen klonken tijdens het partijcongres op 10 november, onder meer uit de mond van oud-partijvoorzitter en oud-minister B. de Vries, oud-CNV-voorzitter D. Terpstra en het Tweede-Kamerlid W.G.J.M. van de Camp: het CDA zou (weer) teveel een bestuurderspartij zijn geworden die wei­nig interne discussie toeliet.

Op 20 april besloot het partijbestuur twee kandidaten voor het voorzit­terschap voor te dragen: P. van Heeswijk, voorzitter van het CDA in Noord-Brabant, en J. Alting van Geusau, afde­lings­bestuurder, eveneens uit Brabant. Beide kandidaten waren katholiek, maar Alting van Geusau legde daar iets meer nadruk op. Tot 6 mei konden afdelingen of gewone leden tegenkandidaten stellen, maar van die gelegenheid werd geen ge­bruik gemaakt. Tussen 11 en 30 mei mochten de partijleden hun keuze bepalen – mits ze dan al hun contributie voor 2007 betaald hadden. Bijna eenderde van alle leden had dat nog niet gedaan en mocht dus niet meestemmen. Van de 14.740 leden die een stem uitbrachten kozen 9.116 (62 procent) voor Van Heeswijk en 5.331 (36 procent) voor Al­ting van Geusau. De keuze voor Van Heeswijk werd door het partij­con­gres op 2 juni in Utrecht bevestigd. Dat congres was voornamelijk aan huishoudelijke zaken gewijd.

directeur Wetenschappelijk Instituut voor het CDA

Met de benoeming van A. Klink tot minister ontbeerde het Weten­schappelijk Instituut voor het CDA een directeur. Met ingang van 1 januari 2008 werd R.H.J.M. Gradus, directeur Financieel-Economische Zaken op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en deeltijd-hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit, zijn opvolger.

Het najaarscongres bekrachtigde op 10 november in Utrecht de benoe­ming van oud-minister Veerman tot voorzitter van het bestuur van het Wetenschappelijk Instituut.

Europees Parlement

In het Europees Parlement werd C.M.P.S. Eurlings na zijn benoeming tot minister als leider van de dele­gatie van de Nederlandse christen-democraten opgevolgd door mevr. M.J.T. Martens. Zijn zetel werd overgenomen door J. Post, Statenlid in Noord-Holland. Post raakte in maart in opspraak omdat hij geld van beleggers niet voor een kuuroord in Spanje maar voor een cruiseschip en een breedbeeldtelevisieproject besteed zou hebben zonder de beleggers op de hoogte te stellen. Daarbij zou hij zichzelf on­rechtmatig verrijkt hebben. Het partijbestuur stelde in april een onderzoek in. Ook vanuit het ministerie van Economische Zaken werd onderzoek gedaan naar de zakelijke activiteiten van Post. Hij zou betrekkingen onderhouden met een Chinese zakenman die beschuldigd werd van criminele connecties en illegaal wapenbezit. Bo­vendien zou Posts optreden als vertegen­woordiger van een Neder­lands-Chinese lobby de indruk van belangenverstrengeling kunnen wekken. Eind augustus gaf hij hierover uitleg aan het partijbestuur. Op 14 sep­tember stelde Post zijn zetel ter beschikking. Hij werd opgevolgd door C.L. Visser. Weliswaar stond O. Elmaci hoger op de lijst, maar de Turkse Nederlander trok zich terug vanwege zijn van de partijlijn afwij­kende mening over de Armeense kwestie (zie ook Jaarboek 2006 DNPP, blz. 34).

Provinciale Statenverkiezingen

In januari lekte het campagneplan van het CDA voor de Statenverkie­zingen, getiteld Een zachte winter is geen garantie voor een mooie lente, uit via het televisieprogramma ‘RTL Nieuws’. De partij trok voor de campagne slechts € 100.000 uit en rekende vooral op free publicity en landelijke uitstraling. Welvaart, zekerheid en respect bleven de cen­trale ken­merken van het CDA. Partijleider Balkenende en F.J.M. Werner, de lijsttrekker voor de Eerste-Kamerverkiezingen, zouden ‘pro-actief worden neergezet in de media’, terwijl pro­vinciale lijsttrekkers eigen successen moesten melden en trots op hun provincie moesten aanmoedigen. Campagneleider J.G. de Vries hoopte dat de kabinetsfor­matie nog voor de verkiezingen afgerond zou zijn, om de kiezers vast te houden.

Het CDA hield in februari en maart vier landelijke manifestaties, ach­tereenvolgens in Heeren­veen, Dronten, Brunssum en Raalte. Deze werden bijgewoond door de partijvoorzitter en de provinciale lijsttrek­ker en afgesloten door minister-president Balkenende.

In alle provincies leed het CDA enig verlies (vergeleken met 2003), relatief het meest in Gel­derland, Limburg en Noord-Brabant (zie tabel 1). Toch bleef de partij in die provincies even­als in Fries­land, Overijs­sel, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland de grootste partij. In Friesland leidde een kritische evaluatie van de verkiezingen, de kandidaatstel­lingsprocedure en de vaststelling van het programma op 12 november tot aftreden van het provinciaal CDA-be­stuur.

De collegevorming verliep voor het CDA vrij succesvol: behalve in Drenthe leverden de christen-democraten in elke provincie gedeputeer­den.

Eerste-Kamerverkiezingen 2007

Op 26 januari stelde het partijbestuur, versterkt met afgevaardigden van alle Statenfracties, de advies-kandidatenlijst voor de Eerste Kamer vast. Als lijsttrekker droeg men Werner voor, die de fractie sinds 2003 voor­zat. Op de tweede plaats kwam de voorzitter van de senaat, mevr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck. Onder de 25 best geplaatste kandidaten waren twaalf nieuwkomers, waaronder R. Willems, president-directeur van Shell Nederland, het oud-Tweede-Kamerlid J.S.J. Hillen en J.A.M. Hendrikx, van 1988 tot 2002 commissaris van de koningin in Overijs­sel. De partijleden, die in februari in hun afdelingsvergaderingen over de volgorde konden stemmen, lieten de lijst ongewijzigd. Het partijcon­gres bekrachtigde de keuze op 3 maart in Utrecht.

Bij de Eerste-Kamerverkiezingen op 29 mei verloor het CDA twee zetels en behield er 21 (zie tabel 2). De Hagenaar J.J.A.H. Klein Brete­ler, die op de dertigste plaats stond, kwam dankzij voorkeurstemmen uit Zuid-Holland onverwacht in de senaat in plaats van de Fries G. Bene­dictus, die plaats 21 gekregen had. Nadat het partijcongres op 2 juni in een resolutie er bij het partijbestuur op had aangedrongen om alsnog de Friese kandidaat senator te laten worden, zei Klein Breteler toe dat hij in 2009 plaats zou maken voor Benedictus.

hoofdredacteur Christen Democratische Verkenningen

M. Jansen, de hoofdredacteur van Christen Democratische Verkennin­gen, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, kreeg in augustus ontslag aangezegd omdat hij zou disfunctioneren. Herhaaldelijk had hij de afgelopen vier jaar kritische commentaren over de partij geschreven. Jansen vocht zijn ontslag bij de rechter aan met een beroep op het redac­tioneel statuut van het blad. De rechter bepaalde in september dat Jansen ‘de grenzen van de redactionele onafhankelijk­heid’ had opgezocht en soms zelfs overschreden (NRC Handels­blad, 27 september 2007). Zijn werkgever zou hem wel een ontslagpremie moe­ten betalen.

personalia

Op 31 augustus overleed C.J. Klop, van 1984 tot 2001 plaatsvervangend directeur van het Wetenschappelijk Instituut.

R.C. Robbertsen, burgemeester van Ede, werd op voordracht van de Provinciale Staten van Utrecht met ingang van 7 juni benoemd tot commissaris van de koningin in Utrecht. Hij werd als burgemeester per 1 januari 2008 opgevolgd door C. van der Knaap, die dan ook aftrad als staatssecretaris van Defensie en daar werd opgevolgd door J.G. de Vries, tot voor kort campagneleider van het CDA.

Op 20 oktober overleed H. van der Meulen, Eerste-Kamerlid van 1986 tot 1995 en van 1978 tot 1986 voorzitter van het CNV.

Op 30 oktober overleed T. Tolman, lid van de Tweede Kamer voor de Christelijk-Historische Unie (CHU) van 1963 tot 1977 en voor het CDA van 1977 tot 1979 en van het Europees Parlement van 1979 tot 1989.

Laatst gewijzigd: 1 22-02-2013 13:56:32