VVD jaaroverzicht 2004

Uit: J. Hippe, R. Kroeze, P. Lucardie en G. Voerman, 'Kroniek 2004. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2004' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2004 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2005), 14-105, aldaar 97-104.

inleiding

2004 was voor de VVD geen goed jaar. In de opiniepeilingen bleef de partij op verlies staan; bij de Europese verkiezingen daalde het liberale electorale aandeel dan ook. Ver­der trad in juni staatssecretaris A.D.S.M. Nijs af en verliet in augustus G. Wilders de Tweede-Kamer­fractie. Bovendien was het voor velen niet duidelijk wie de VVD nu leidde: vice-premier G. Zalm, of de fractievoorzitter in de Tweede Kamer, J.J. van Aartsen.

fusie met D66?

Op 19 januari pleitte staatssecretaris M. Rutte van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ervoor dat de VVD zich zou vernieuwen. ‘De VVD is een sleets merk... We zijn nog te veel de partij van Wassenaar: rijke mensen, asociaal beleid’ (NRC Handelsblad, 20 januari 2004). Hij kreeg bijval van mevr. M.H. Schulz van Haegen-Maas Geesteranus, staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. In een interview zei zij dat de VVD teveel werd geassocieerd met ‘parelkettingen’. Zij wenste ‘een grote sociaal-liberale partij, waarin de VVD opgaat met delen van de PvdA en D66’ (het Parool, 24 januari 2004). Voor partijgenoot en minister van Defensie H.G.J. Kamp hoefde de VVD niet so­cia­ler of linkser te worden, zo zei hij in het tele­visiepro­gramma ‘Buitenhof’. 

Met het vraaggesprek van Schultz kwam ook de mogelijkheid van een fusie tussen de VVD en D66 weer in beeld. In oktober 2003 had VVD-voorzitter B. Eenhoorn gepleit voor een samengaan van zijn partij met D66, maar van een fusie bleek de leiding van D66 niet gediend (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 67 en 134). Uit een opiniepeiling die M. de Hond eind januari 2004 hield, bleek bijna de helft van de VVD-kiezers en eenvijfde van de D66-kiezers voorstander te zijn van een samen­smelting van deze twee partijen. VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Van Aartsen, die regel­matig verklaarde dat zijn partij de ‘For­tuyn-agenda’ had overgenomen, stond niet onwelwillend tegenover een samengaan met D66. Hij herhaalde dit standpunt op 5 sep­tember in het televisieprogramma ‘Netwerk’. In zijn fractie was echter niet iedereen hier­van gediend. ‘Het is absurd dat we het zelfs nog maar hebben over D66’, aldus het fractielid W.I.I. van Beek (NRC Handelsblad, 13 sep­tember 2004). 

Ook D66 was niet geporteerd voor een samengaan met de VVD. Desal­niettemin be­sloten beide partijen in maart voor de Europese verkiezin­gen in juni wel een lijst­verbin­ding aan te gaan (zie ook in deze Kroniek onder D66).

integratiebeleid

Op 19 januari presenteerde de Tijdelijke Commissie Onderzoek Inte­gratiebeleid – die werd voorgezeten door het VVD-Tweede-Kamerlid S. Blok – haar eindverslag, geti­teld Brug­gen bouwen (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomenten’). De belangrijkste conclu­sie van het rapport was dat ondanks de huidige problemen met immigranten ‘het met de meerderheid goed gaat’ (NRC Handelsblad, 19 januari 2004). Dit posi­tieve oordeel kwam Blok op veel kritiek te staan, ook vanuit zijn eigen partij. Het Tweede-Kamerlid mevr. A. Hirsi Ali meende dat het inte­gratiebeleid volledig was mislukt. Blok beklaagde zich vervolgens over ‘de grote woorden van collega Hirsi Ali’ (Trouw, 26 februari 2004).

Op 21 februari publiceerde de Tweede-Kamerfractie de beleidsnotitie Integratie van niet-westerse migranten in Nederland. De liberalen spraken zich hierin uit voor be­per­king van de huwelijksmigratie. Ook wilden zij dat migranten al in het land van her­komst een inburgerings­cursus zouden volgen, en het recht op verblijf ‘loskoppelen van de toegang tot de verzorgingsstaat’. Daarnaast moest op allerlei manieren de inte­gratie worden bevorderd. Op de VVD-plannen reageerden de coalitiepartners CDA en D66 redelijk positief. Ook oppositiepartij PvdA zag punten van overeenstem­ming, maar uitte ook kritiek.

Van Aartsen

Met ingang van 1 april stelde fractievoorzitter Van Aartsen als zijn politiek secretaris de filosoof en historicus L. van Middelaar aan. Van Middelaar maakte eerder deel uit van het kabinet van eurocommissaris F. Bolkenstein (Trouw, 26 januari 2004).

Op 1 april werd Van Aartsen door een geestelijk verwarde vrouwelijke ad­vo­caat in Den Haag met haar auto opzettelijk aangereden. Van Aart­sen bleef onge­deerd. Een dag later werd de vrouw gearresteerd in haar woonplaats Enschede. Haar motief was vaag, maar ze leek het vooral oneens te zijn met het door de VVD ge­steunde integratiebeleid.

oud-partijleider Dijkstal

Begin juni kreeg minister Verdonk zware kritiek van oud-partijleider H.F. Dijk­stal, die lid was van de commissie PAVEM (Participatie en emancipatie voor vrou­wen uit etnische minderheidsgroepen). In een interview in het Algemeen Dagblad (7 juni 2004) vergeleek hij de mogelijke invoering van een systeem met vignetten door Ver­donk – waarmee kon worden aangegeven hoever de inburgering van een migrant gevor­derd was – met de jodenster. Verdonk reageerde gesto­ken; ‘dit raakt mij zeer’ (de Volkskrant, 8 juni 2004). Zij eiste van Dijkstal dat hij zijn uitspraak zou terug­nemen. In een gesprek op 11 juni legden beiden het conflict bij. Verdonk was eerder al in botsing geko­men met de voorzitter van Vluchtelingenorganisatie Nederland (VON), oud-minister Pronk (PvdA) (zie in deze Kroniek onder PvdA).

Nijs

Begin juni haalde staatssecretaris mevr. A.D.S.M. Nijs van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zich de toorn van haar minis­ter Van der Hoeven (CDA) op de hals, naar aanleiding van een interview in Nieuwe Revu dat op 9 juni zou verschijnen, waarin zij zei dat de minister ‘politieke spelletjes’ speelde (zie ook in deze Kroniek onder ‘hoofd­­mo­menten’). Pre­mier Balkenende en VVD-leider Zalm dwongen Nijs haar excuses aan te bieden, waarna Tweede-Kamer­fractievoorzitter Van Aartsen de twee bewindsvrouwen opriep weer verder te gaan; ‘ik zou zeggen: aan de slag mei­den’ (Trouw, 9 juni 2004). Op 8 juni behield Nijs de steun van de meerderheid in een debat hierover in de Tweede Kamer, ondanks haar door de media als ‘genant’ ge­typeerde verdediging. Een dag later besloten Van Aartsen en Zalm – die het kamer­debat niet hadden bijge­woond – toch dat ze moest aftreden, omdat haar positie te zeer zou zijn verzwakt. Nijs werd op 17 juni opgevolgd door haar partijgenoot Rutte, tot die tijd staatssecretaris van Sociale Zaken en Werk­gelegenheid.

Democratisch Europa

Op 3 mei stapte baron S. van Tuyll van Serooskerken uit het hoofdbe­stuur van de VVD, nadat hij onder de naam ‘Democratisch Europa’ een eigen partij had opgericht die deel wilde nemen aan de Europese ver­kiezingen. De nieuwkomer wilde meer democratie in Europa.

Van Tuyll van Serooskerken, die lijsttrekker van Democratisch Europa zou worden, was binnen de VVD betrokken geweest bij de ’16 mei groep’, die na de verkiezings­nederlaag in mei 2002 spraakmakende debatten organiseerde. Hij gaf te kennen lid van de VVD te willen blijven, maar besloot begin juni toch zijn partijlidmaatschap op te zeggen, omdat dat ‘zuiverder’ was (NRC Handelsblad, 4 juni 2004). Bij de Euro­pese verkiezingen zou zijn partij geen zetels halen.

kandidatenlijst en programma Europese verkiezingen

In 2003 was de VVD gestart met de voorbereidingen van de verkiezin­gen voor het Euro­pees Parlement. In de herfst stelde de partij de kandi­datenlijst vast, die werd aangevoerd door zittend europarlementariër J. Maaten (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 133-134). In november was het verkiezingsprogramma door de Europese Liberale en Democratische Partij (ELDR) aangenomen (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 134). Bin­nen het kader van dit program maakte de partijraad op 13 maart 2004 een ‘punten­plan’ op. Vooral het on­derdeel in het plan over de uitbrei­ding van de Europese Unie – zonder dat Turkije expliciet werd genoemd – zorgde voor veel discussie.

campagne en uitslag Europese verkiezingen

Onder de leus ‘Europa. Maar er zijn wel grenzen’ voerde de VVD campagne voor de Euro­pese verkiezingen. De uitslag op 10 juni was met twee zetels verlies teleurstel­lend voor de liberalen (zie tabel 1). De partijtop weet de teruggang mede aan de problemen binnen de partij vlak voor de verkiezingen: het vertrek van staats­se­cretaris Nijs en de harde kritiek van oud-partijleider Dijkstal op minister Verdonk (zie hier­boven) en fractieleider Van Aartsen (zie hieronder). Van Aartsen meende ‘dat de heer Dijkstal ons niet bepaald een dienst heeft bewe­zen’. Ook vond hij dat de VVD ook een te ‘pro-Europese campagne’ had gevoerd (NRC Handelsblad, 11 juni 2004).

lidmaatschap Turkije van de Europese Unie

Een eventueel lidmaatschap van Turkije van de Europese Unie hield de VVD al langer verdeeld. In september 2003 had de partijraad zich hiertegen uitge­spro­ken (zie Jaar­boek 2003 DNPP, blz. 133). Het Tweede-Kamerlid J.C. van Baalen vond echter dat Turkije ‘nooit voor altijd (kan) worden uitgesloten’ van de Europese Unie (Trouw, 31 januari 2004). Oud-partij­leider F. Bolkestein, sinds 1999 lid van de Europese Commis­sie, toonde zich ambivalent. In zijn boek De grenzen van Europa dat in maart ver­scheen, wekte hij enerzijds de suggestie dat Turkije niet diende toe te treden, maar wees hij anderzijds op de belof­ten die de Europese Unie aan Ankara had ge­daan. Toen de Europese Commissie op 6 oktober zich boog over het Turkse lid­maat­schap, verklaarde Bolkestein zich echter tegen de toetredingsonder­hande­lingen. De Tweede-Kamerfractie van de VVD daarentegen ging akkoord met het starten van de onderhandelingen in de herfst van 2005.

Wilders

Binnen de Tweede-Kamerfractie kreeg het lid G. Wilders aanvankelijk veel ruimte om zich te profi­leren, onder meer omdat fractieleider Van Aartsen de debatcultuur binnen zijn frac­tie wilde stimuleren. Toen Wilders zijn collega’s als ‘grijze muizen’ had getypeerd, de strijd tegen hoofddoekjes van moslima aan­bond en ook herhaal­delijk had ver­klaard tegen de toetreding van Turkije tot de Europese Unie te zijn, en inte­gratie een ‘gepasseerd station’ te vinden, werd hij door Van Aartsen tijdens een frac­tievergade­ring begin februari tot de orde geroe­pen.

Begin juli kwam Wilders met zijn fractiegenoot G.J. Oplaat op per­soonlijke titel met een tienpuntenplan naar buiten, dat was geschreven op verzoek van de kamercentrale Limburg. Onder de titel Recht(s) op je doel af pleitte het tweetal voor een rechtsere koers van de VVD. Zo zou de partij zich onder meer tegen de toetreding van Turkije tot de Euro­pese Unie moeten kanten, de misdaad harder aanpakken, het budget voor ontwikke­lingssamen­wer­king verlagen, en de maxi­mum­snelheid op snel­wegen ver­ho­gen. In zijn reactie stelde fractievoorzitter Van Aartsen dat de fractiestandpunten ook voor Wi­lders en Oplaat gol­den. Eind augustus, na afloop van het zomerreces, eiste Van Aart­sen dat Wilders zich zou schikken in het fractiestandpunt ten aanzien van het Turkse lidmaat­schap van de Europese Unie en zijn verzet tegen het besluit om de on­derhandelingen te beginnen zou opgeven. Hoewel Wilders de fractie zijn excuses aan­bood voor de plotselinge en onaangekondigde presentatie van het manifest, weigerde hij zich te voegen. ‘Ik laat mij niet de mond snoeren door de partij. Ik zal altijd blijven zeggen wat ik ergens van vind. Ik neem dit hoog op en beraad mij op mijn positie. Des­noods ga ik alleen ver­der’ (Trouw, 1 september 2004).

In de avond van 2 september, na een urenlang beraad met Van Aartsen, vice-pre­mier Zalm en partijvoorzitter J.H.C. van Zanen, besloot Wilders de VVD-fractie te verla­ten. Hij kondigde aan als kamerlid aan te blij­ven, wat hem op scherpe kritiek van zijn voormalige partijgenoten kwam te staan. Op een partijbijeenkomst op 10 september in Ede kreeg de dissidente Wilders weinig bij­val van de daar aanwezige leden. De kamer­centrale Limburg nodigde hem nog wel uit om op 13 november zijn tienpunten­plan toe te lichten. Volgens een woordvoerder van de regionale partijorganisatie zou­den ongeveer honderd van de circa twee­duizend Lim­­burgse leden voor de VVD heb­ben bedankt, uit onvrede over het vertrek van Wilders.

In de Tweede Kamer zette Wilders zijn parlementaire activiteit voort onder de naam ‘Groep-Wilders’. Hij kondigde aan een nieuwe politieke beweging te vormen bestaan­de uit mensen die ‘fatsoenlijk, rechts en sociaal’ zijn (de Volkskrant, 4 september 2004). De LPF-fractie bood Wilders aan samen te werken, maar daarop ging deze niet in. Wel sprak hij met directeur B.J. Spruyt van de conservatieve Edmund Burke Stich­ting over de mogelijkheid een nieuwe partij op te richten.

Na de moord op Van Gogh op 2 november (zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmo­men­ten’) dook Wilders – evenals Hirsi Ali – onder, hetgeen naar zijn zeggen de voorbe­reiding van een nieuwe partij zeer belem­merde. De continue beveiliging zou poten­tiële mede­standers en kamer­kandidaten afschrikken. Op 7 december besloot Wilders niet meer in de Tweede Kamer te komen. Na anderhalve week keerde hij weer terug. Ondertussen nam de steun voor hem in de opiniepeilingen alleen maar toe: het Nipo meldde op 8 november dat de groep-Wil­ders goed zou zijn voor negentien zetels. Op 21 november zei Van Aartsen voor de radio een mogelijke terugkeer van Wilders in de VVD-fractie ‘een heel goed idee’ te vinden. Wilders zou dan wel zelf het initiatief moeten nemen. Voor Wilders was dit onbespreekbaar; hij verklaarde ‘nog liever bij de Albert Heijn’ te gaan werken dan terug te keren naar de VVD (NRC Handelsblad, 22 november 2004). Aan het einde van de maand stond hij in de peilingen zelfs op 28 zetels; in december liep de steun echter weer terug.

politiek leider

In 2004 hield de onduidelijkheid binnen de VVD aan over de vraag wie zich politiek leider van de partij kon noemen: vice-premier Zalm, die lijsttrekker bij de Tweede-Kamerverkie­zingen van januari 2003 was geweest, of Van Aartsen, die Zalm als voor­zitter van de Twee­de-Kamerfractie was opgevolgd (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 126). De laatste stond binnen zijn partij nogal eens bloot aan kritiek: zo noemde oud-partij­leider Dijk­stal hem in het hierboven reeds aangehaalde vraag­gesprek in het Algemeen Dagblad (7 juni 2004) denigrerend ‘il capo’. Bij het vertrek van Wilders werd door sommigen twijfel uitgesproken over Van Aartsens leiderschap. Uit een peiling halverwege no­vem­ber bleek dat bijna de helft van de VVD-kiezers vond dat Zalm politiek leider moest zijn; zestien procent opteerde voor Van Aartsen (NRC Handelsblad, 17 november 2004).

Aan de vooravond van de algemene vergadering van de VVD in Noordwijker­hout op 26 en 27 november stelde Van Aartsen zich in het televisie­programma ‘Barend & Van Dorp’ kandidaat voor de functie van partijleider. Zijn ambities had hij daarvoor be­spro­ken met partij­voorzitter Van Zanen en vice-pre­mier Zalm. In een reactie zei de laatste dat Van Aartsen ‘hoge ogen zal gooien bij de strijd om het lei­derschap’ (NRC Handelsblad, 25 november 2004), waarbij hij aangaf zelf pas in 2006 te zullen be­slissen of hij opnieuw lijsttrekker van de VVD wilde worden. Minister van Defensie Kamp, die in de VVD ook als kandidaat voor het lijsttrekkerschap werd ge­zien, sprak zijn steun uit voor Van Aartsen. De ereleden F. Korthals Altes, H.J.L. Von­hoff en H. Wiegel meenden echter dat een par­tijleider niet kon worden gekozen, maar zich op natuurlijke wijze op grond van zijn kwaliteiten moest aandienen. ‘Dat ont­staat, dat dwing je af’, aldus Korthals Altes (NRC Han­delsblad, 29 november 2004). Bovendien kende de VVD formeel het partijleider­s­chap niet. Een voorstel van de afdeling Ede wilde hierin verandering aanbrengen, door in de reglementen te laten vastleggen dat het politiek leiderschap automatisch aan de fractie­voor­zitter zou toe­behoren. Uitein­delijk werd op de algemene vergadering de motie niet in stemming gebracht, maar sprak het congres op voorstel van het hoofdbestuur bij acclamatie uit dat Van Aartsen de ‘politiek aanvoerder’ van de partij was. In deze hoedanigheid zette hij ‘de lijn van de VVD neer en draagt die naar buiten uit’. Voor alle duidelijkheid voegde Zalm daar aan toe: ‘Jozias heeft alle ruimte om de VVD maximaal te profi­leren’ (de Volks­krant, 29 november 2004). In de media werd de vergeefse poging van Van Aartsen om door het congres tot politiek lei­der te worden gekroond veelal als een nederlaag voor hem uitgelegd.

partijvernieuwing

Op de algemene ledenvergadering van 15 mei in Rotterdam hadden alle aanwezige partijleden voor het eerst in de geschiedenis van de VVD stemrecht – althans op het politieke deel van de bijeenkomst (de ‘poli­tieke vergadering’), waar onder meer de Tweede-Kamerfractie verant­woording aflegde. Meer dan dui­zend leden maakten gebruik van deze mogelijkheid.

In het huishoudelijke deel hadden alleen de afgevaar­digden van de afdelingen stem­recht. Zij besloten af te zien van een bijdrage van de congresgangers in de extra kosten van het per­soon­lijk stemrecht. Ver­der stemden de afgevaardigden in met de voorstellen van het hoofdbestuur waarin de aanbevelingen van het rapport Idee voor structuur waren vervat, en die ertoe moes­ten leiden dat de VVD meer een ‘ideeën- en debatpartij’ werd (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 131).

Op de algemene ledenvergadering van 26 en 27 november in Noordwij­kerhout wer­den wijzigingen in statuten en reglementen vastgesteld die de participatie van de leden verder zouden moeten bevorderen. De besluitvormingsprocedure voor moties en amen­dementen werd verfijnd, teneinde de behandeling overzichtelijker te maken. Meervoudige kandi­daatstelling voor partijfuncties werd bevorderd en ledenraad­plegingen werden ook op lokaal niveau mogelijk gemaakt, namelijk bij de vast­stelling van kandidaten voor de gemeenteraad. Voorts werd de regionale opbouw vereen­voudigd. Aangrenzende afdelingen die wilden samen­werken zouden voortaan een regio vormen, in plaats van een ‘onder­centrale’ of ‘districtscentrale’.

Liberaal Manifest

In het kader van de partijvernieuwing had een partijcommissie onder voorzitterschap van Van Zanen in september 2003 voor­gesteld het in 1981 vastgestelde Liberaal Mani­fest te actualiseren (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 131). Twee maanden later stemde de algemene vergadering met deze aanbeveling in. Op 6 mei 2004 stelde het hoofdbestuur een com­missie in die de taak kreeg het Liberaal Manifest kernachtig en helder te herschrijven. Voorzitter werd de burgemeester van Leeuwar­den G. Dales. Verder hadden onder meer zitting F.R. Anker­­smit, hoog­leraar geschiedenis te Gro­ningen, en oud-procureur-generaal A. Doc­ters van Leeuwen, die in 2003 was over­gestapt van D66 naar de VVD (zie in deze Kroniek onder D66). Ambtelijk secre­taris werd Van Middelaar. Op 11 september hield de partij in Ede een ‘ideeën­dag’, waar de onge­veer driehonderd aanwezige leden met de commissie van gedach­ten konden wis­selen. In mei 2005 diende de algemene ledenverga­dering het nieuwe manifest vast te stellen.

nieuw kiesstelsel

Op 27 mei dreigde fractieleider Van Aartsen met een kabinetscrisis, nadat minister De Graaf van Bestuurlijke Vernieuwing (D66) had gezegd dat hij eventueel in de Tweede Kamer een beroep op oppositie­partij PvdA zou doen om zijn in het regeer­akkoord vastgelegde plannen tot wijziging van het kies­stelsel in te voeren. De Graaf deed zijn uit­spraken omdat hij meende dat de VVD te lang zou wachten met het in­nemen van een standpunt ten aanzien van zijn voor­nemens (zie ook Jaarboek 2003 DNPP, blz. 31-32). Vice-premier Zalm riep Van Aartsen op, zich te houden aan het regeer­ak­koord.

Tijdens de algemene vergadering van 15 mei was in een parallelsessie de zogeheten ‘achtergrondnotitie’ over het kiesstelsel besproken, die onder anderen was voorbereid door het Tweede-Kamerlid R. Luchten­veld. Op 19 juni besprak de partijraad een ge­wij­zig­de versie van de notitie, waarin verschillende modellen de revue passeerden zonder dat er een voorkeur voor een bepaalde variant werd uitgesproken. Een meer­derheid sprak zich uit tegen de plannen van De Graaf, die door Zalm verdedigd werden. In augustus beloofden de VVD-ministers in het kabinet evenwel hun best te doen om de kritische fractieleden en par­tijleden te overtuigen van het belang van een nieuwe kiesstelsel.

Hirsi Ali

In 2004 werd het Tweede-Kamerlid Hirsi Ali regelmatig met de dood bedreigd, van­wege haar expliciete stellingname tegen het moslim-fundamentalisme. Begin juli deed zij aan­gifte tegen drie rappers die haar in het rapnummer ‘Hirsi Ali Diss’ hadden be­dreigd. Hoewel de drie in voorlopige hechtenis werden genomen, werden ze niet ver­oordeeld. Eind oktober veroordeelde de rechter wel iemand tot negen maanden cel, die Hirsi Ali in emails had bedreigd.

Op 29 augustus zond de VPRO de korte film Submission Part I uit, die Hirsi Ali in samen­werking met cineast Van Gogh had gemaakt (zie ook in deze Kroniek onder ‘hoofd­­momenten’). De film wilde door het kritische gebruik van bepaalde teksten uit de koran de onderdrukking van vrouwen in traditionele islami­tische samenlevingen aan de orde stellen. Hirsi Ali kreeg van zowel moslims als niet-moslims kritiek van­wege het ver­meende provocerende karakter van de film. Fractie­voor­zitter Van Aartsen nam het evenwel voor haar op. Toen op 2 november regisseur Van Gogh vermoord werd door een moslimfundamentalist, moest Hirsi Ali voor lange tijd onderduiken. Ze zou in 2004 niet meer terugkeren in de Tweede Kamer. Wel bleef zij via de pers deelne­men aan het publieke debat. De ‘Vrijheidsprijs’ die Hirsi Ali kreeg van de Deense liberale Venstre-partij kon ze om veiligheidsredenen niet zelf in ontvangst nemen; deze werd daarom door collega-kamerlid Van Baalen opgehaald. Op het na­jaarscongres van de VVD op 26 november in Noordwijkerhout liet ze haar aanwezige partijgenoten via een door Van Aartsen voorgelezen persoonlijke boodschap weten dat de moord op Van Gogh haar alleen maar ‘strijdbaarder en nog sterker’ had gemaakt (NRC Handelsblad, 27 november 2004). In een interview meldde zij later op haar onderduikadres te werken aan een boek en aan het script van Submission Part II.

In december liet D66-minister Brinkhorst van Economische Zaken zich in een inter­view negatief uit over Hirsi Ali en haar film Submission. Later trok hij zijn woorden weer in (zie in deze Kroniek onder D66).

bijzonder onderwijs

In november 2003 had Hirsi Ali voorgesteld om bijzondere scholen aan vergunningen te onderwerpen om zo de stichting van isla­mi­ti­sche scholen af te remmen. Zij kwam daarmee in aanvaring met haar fractie­genoot C.G.A. Cornielje, die deze suggestie in strijd achtte met de vrijheid van onder­wijs (zie Jaarboek 2003 DNPP, blz. 127-128). Mede door haar toedoen bleef dit thema ook in 2004 in de VVD de gemoede­ren bezig houden. In maart ver­scheen een discussienota van een werk­groep waarin ook de onderwijs­spe­cialist van de Tweede-Kamerfractie E.R.M. Balemans zitting had. De werkgroep stelde zich wel­wil­lend op ten aanzien van het bijzonder onderwijs. De nota werd op 17 april be­spro­ken op een partijbijeenkomst gewijd aan het onderwerp ‘vrijheid van onderwijs en integratie’. Hier kreeg de niet-aanwezige Hirsi Ali weinig bijval voor haar afwijzende standpunt. De stelling dat de over­heid uitsluitend openbaar onderwijs diende te bekostigen, kreeg nauwe­lijks steun.

verwante instellingen en publicaties

In 2004 bracht de Tweede-Kamerfractie van de VVD verschillende notities uit. Op 10 februari publiceerde P.H. Hofstra in samenwerking met fractiemedewerker mevr. A. Mulder de notitie Naar een moderne en eerlijke infraheffing 2008-2016. Hierin be­pleitte hij de invoering van een kilometerheffing (de zogeheten ‘infraheffing’). In maart presen­teerde mevr. L.J. Griffith het rapport Agenda voor de veiligheid. De TBS ter discussie. Zij vroeg hierin om een strengere behandeling van gedetineerden die voor zware vergrijpen vastzaten. In juni kwam de VVD-fractie met de notitie Voor wat hoort wat, geschreven door J.M. Geluk. Het stuk was een reactie op de nota Ruimte van minister mevr. S.M. Dekker van Volkshuisvbesting, Ruimtelijke Orde­ning en Milieu­beheer. Op 11 november presenteerde de VVD-fractie het rapport Duur­zame armoede: 35 jaar Nederlands ontwikkelingsbeleid. Hierin kritiseerde de fractie het Nederlandse ontwikkelingsbeleid: de hier gevestigde hulporganisaties zouden teveel aan hun eigen institutionele belang denken. Op 17 de­cem­ber kwam de Tweede-Kamerfractie met de notitie Oog voor ongekend talent. Van VMBO naar vakwerkschool en MAVO in 7 voorstellen. Eén van de belangrijkste punten van de notitie was het voorstel om van de VMBO-school weer een vakwerk­school te maken en daarnaast een meer theoretische leerschool op te zetten. Voor dit laatste zou de enkele jaren geleden afschafte MAVO weer tot leven moeten wor­den geroepen.

Tot slot nam de Tweede-Kamerfractie het initatief tot de bundel Ode aan de vrijheid. De liberale traditie, die op 4 oktober werd gepresen­teerd. In de bundel, die was gere­digeerd door persvoorlichter D. de Neef, waren bijdragen opgenomen van onder an­deren Van Aartsen, Bolkestein, Hirsi Ali en de hoogleraar P. Cliteur. De auteurs gin­gen in op het werk van een aantal vooraan­staande (klassiek) liberale denkers, hun betekenis voor het liberalisme en hun om­schrijving van het begrip vrijheid.

Op 17 december vierde de Prof.mr. B.M.Teldersstichting – het aan de VVD ver­bon­den wetenschappelijke bureau – haar vijftigjarig bestaan met een congres in de Ko­ninklijke Schouwburg in Den Haag. Thema was het liberalisme in de eenen­twintigste eeuw. Ter gelegenheid van haar jubileum verscheen Aurea libertas. Impres­sies van vijftig jaar Telderstichting, geredigeerd door W.P.S. Bierens en P.G.C. van Schie, respectievelijk wetenschappelijk medewerker en directeur van de Tel­ders­stich­ting. Overwegend aan de hand van interviews met vooraan­staande partij­leden werd hierin een beeld gegeven van de geschiedenis van het in 1954 opgerichte wetenschappelijke bureau. Verder presen­teerde de Teldersstichting op 22 juni de bundel Marktmeesters. Por­tretten van vooraan­staan­de liberale economen, die was geredigeerd door M. van de Velde, medewerker van het bureau. In deze publicatie werden in een tiental artikelen de bijdragen besproken van de belang­rijkste liberale economen als onder meer A. Smith, F. Hayek en J.M. Keynes aan de moderne economische theorie­vor­ming. Eerder al, op 28 januari, was het Teldersgeschrift Bureaucratie aan banden. Perspec­tieven voor een nieuwe dere­guleringsoperatie verschenen. In dit geschrift, dat was geschreven door M. Andries­sen, werd ervoor gepleit deregulering op alle overheids­­niveaus door te voeren.

Op 28 en 29 februari vierde de Jongerenorganisatie voor Vrijheid en Demo­cratie (JOVD) haar 55-jarige jubileum in het conferentie­centrum Woud­schouten bij Zeist. Ruim twehonderd leden waren aanwezig. Op 2 en 3 juli hield de JOVD in Cuijk een politiek congres over onder meer veiligheid en ontwikkelingssamenwerking. Tijdens het najaarscongres op 20 en 21 november in Leusden koos de vereniging een nieuwe voor­zit­ter: H. de Backer, een 22-jarige student technische bedrijfskunde.

Het Liberaal Vrouwen Netwerk besteedde in 2004 veel aandacht aan het opzetten van een databank voor vrouwelijke partijleden. Ook orga­niseerde het netwerk twee paral­lelsessies tijdens de algemene ledenver­gaderingen van de VVD.

De Bestuurdersvereniging van de VVD hield op 3 april haar jaarverga­dering te Utrecht. Van Aartsen en minister Dekker hielden bij deze gelegenheid een inleiding. Het jaar­con­gres vond plaats op 7 en 8 november te Lunteren, met als thema ‘individualisering en de rol van de overheid en de media’. Een van de sprekers was de adjunct-hoofdre­dacteur van de Tele­graaf, K. Lunshof.

personalia

Per 1 april 2004 werd F.H.G. de Grave voorzitter van het College Tarieven Gezond­heidszorg en trad hij terug als Tweede-Kamerlid. Eerder was hij wethouder van Fi­nan­ciën in Amsterdam; staatssecretaris van Socia­le Zaken en Werkgelegenheid; en minister van Defensie. Hij werd als kamerlid opgevolgd door mevr. E. van Egerschot.

G.M. de Vries werd op 25 maart benoemd tot coördinator van de Euro­pese Unie voor de terreurbestrijding, een functie die was ingesteld naar aanleiding van de aanslagen in Madrid op 11 maart. De Vries was onder meer lid geweest van het Europees Par­lement en van de Tweede Kamer. Van 1998 tot 2002 was hij staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Op 1 oktober legde D. Zwart zijn functie als directeur van het algemeen secreta­riaat van de VVD neer. In 1987 was hij als adjunct-secretaris aangetreden; vanaf 1996 fungeerde hij als directeur. Zijn werkzaamhe­den werden overgenomen door interim-directeur mevr. V.R. Oudkerk.

Op 22 november werd mevr. N. Kroes, oud-staatssecretaris en oud-minister van Ver­keer en Waterstaat benoemd tot kid van de Europese commissie. Zij volgde F. Bolkestein op, die op 1 november zijn functie als eurocommissaris neerlegde.

                                                                                                         

Laatst gewijzigd: 1 29-08-2012 14:23:10