VVD jaaroverzicht 2001

Uit: P. Lucardie, I. Noomen en G. Voer­man, 'Kroniek 2001. Overzicht van de partijpolitieke gebeurte­nissen van het jaar 2001' in: G. Voerman (red.), Jaarboek 2001 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2003), 15-95, aldaar 87-95.

inleiding

Het jaar 2001 verliep betrekkelijk rustig voor de VVD. In het voorjaar zou de partij vol­gens opiniepeilingen met 44 zetels de grootste partij in het land worden; in de twee­de helft van het jaar zakten de liberalen echter naar 36 zetels – mede door de op­komst van de door Fortuyn aangevoerde partij Leefbaar Nederland – en werden zij ingehaald door de PvdA. De Eerste-Kamerfractie ging onder grote druk van de par­tijtop akkoord met de in­voe­ring van het referendum (zie in deze kroniek onder ‘hoofd­­momenten’).

kandidatenlijst Tweede-Kamerverkiezingen

In september 2000 had het hoofdbestuur de commissie benoemd die de kandidatenlijst van de VVD voor de komende Tweede-Kamerverkie­zingen diende voor te bereiden (zie Jaarboek 2000 DNPP, blz. 205). Al in januari 2001 maakte commissievoorzitter J. Kamminga, tevens Commis­saris van de Koningin in Gelderland, bekend dat de com­missie H.F. Dijkstal, de voor­zitter van de Tweede-Kamerfractie, als lijsttrekker wilde voordragen. Vice-premier en minister van Economische Zaken mevr. A. Jorritsma-Lebbink zou de tweede plaats op de lijst moeten krijgen. Kamminga achtte na de verjonging bij de Kamerverkiezingen van 1998 deze keer weinig vernieuwing van de fractie nodig. De com­missie had overigens wel aan het begin van het jaar belangstellenden opgeroepen te solliciteren naar een plaats op de lijst.

Na enig nadenken bleek minister G. Zalm van Financiën in september bereid zich ook kandidaat te stellen. Indien Dijkstal premier zou worden (in het geval dat de VVD de grootste partij zou worden), zou Zalm het fractievoorzitterschap op zich kunnen nemen. Niet iedereen in de VVD was het hiermee eens: de gewezen politiek leider H. Wiegel meende dat Zalm beter premier kon worden en verweet Dijkstal gebrek aan leider­schap, met name in de discussie over de multiculturele samenleving. Wiegel pleitte bovendien voor ‘conservatisme in de zin van aange­scherpte normen en waarden’ (Elsevier, 8 september 2001). Partijvoor­zitter B. Een­hoorn noemde de kopgroep van vijf kandidaten (Dijkstal, Jorritsma, Zalm, het Tweede-Ka­mer­lid mevr. E.G. Terpstra en de minis­ter van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen L.M.L.H.A. Hermans) een ‘dream team’.

Het hoofdbestuur stelde formeel op 20 oktober, na overleg met de kamer­centrale­voorzitters, de ontwerpkandidatenlijst vast. De bewinds­lieden A.H. Korthals, F.H.G. de Grave en J.J. van Aartsen kregen de plaatsen zes, zeven en acht. Daarna volgden afwisselend staatssecreta­rissen en zittende kamerleden. Opvallend afwezig was het uit Marokko afkomstige kamerlid O. Cher­ribi, die zijn teleurstelling hierover niet verzweeg. Het hoofdbestuur meende dat hij onvoldoende had gefuncti­oneerd in de Kamer. Pas plaats 36 viel een nieuwkomer toe, A.P. Vis­ser, politiek medewerker van Dijkstal. In januari 2002 zou het partij­congres de definitieve lijst vaststellen.

ontwerpprogramma Tweede-Kamerverkiezingen

Eveneens in september 2000 had het hoofdbestuur de commissie inge­steld die het ontwerp­ver­kiezingsprogramma moest opstellen (zie Jaar­boek 2000 DNPP, blz. 206). Voorzitter werd Robeco-topman P. Korte­weg. Op 16 oktober 2001 presenteerde de commissie het ont­werp­program, getiteld Ruimte, respect en vooruitgang. Opvallende voorstel­len betroffen de af­schaffing van de Onroerende Zaakbelasting (OZB) voor burgers en bedrijven, en de beper­king van de WAO tot mensen die minstens vier van de laatste vijf jaar gewerkt hebben en voor ten minste 50% arbeidsongeschikt worden bevonden. Minder verrassend waren de plannen voor meer marktwerking in milieu­beleid, zorg, onderwijs, landbouw en huisvesting. Het toptarief in de inkomstenbelas­ting zou verlaagd dienen te worden van 52% naar 49%. De VVD wilde voor bijna veertien miljard gulden belastingen verlagen en ruim acht miljard aan nieuw beleid uitgeven, met name aan onderwijs, politie en infra­structuur. Op de WAO en spaar­loonregelingen zou juist bezuinigd kunnen worden.

CDA, PvdA en D66 achtten de liberale uitgaven te laag en de lastenver­lichting te hoog. De voorzitter van de Federatie Nederlandse Vakbewe­ging (FNV), L. de Waal, ergerde zich voor­al aan het streven van de VVD om collectieve arbeidsovereen­komsten niet langer algemeen ver­bindend te verklaren en vond het hele programma ‘eenzijdig gericht tegen werk­nemers’ (de Volkskrant, 20 oktober 2001).

Op 17 november werd het programma besproken op de partijraad in Bussum. De discussie ging met name over de afschaffing van de OZB, die bij een deel van de aanwezigen op be­zwaren stuitte omdat dit de autonomie van gemeenten zou verminderen. Minister De Grave, oud-wethouder van financiën van Amsterdam, relativeerde dit argument en zei dat de hoogte van de OZB meer te maken had met een gebrek aan efficiëntie van het gemeentebestuur. De meerderheid bleek uitein­delijk tevreden over het ontwerpprogram. In januari 2002 zou het definitief vastgesteld moeten worden door het partijcongres. Partijvoorlichter mevr. P. Ginjaar zou de verkiezingscampagne leiden.

Commissie Versterking auonomie gemeenten

Op de partijraad in november maakte het hoofdbestuur bekend dat het een commissie had ingesteld die naar aanleiding van de voorgestelde afschaffing van de OZB aanbe­ve­lingen moest doen ten aanzien van de versterking van de gemeentelijke autonomie. De commissie, die werd voorgezeten door mevr. L.E.J. Engering-Aarts, diende op de algemene vergadering van januari 2002 haar advies uit te brengen.

gemeenteraadsverkiezingen

De VVD-Bestuurdersvereniging stelde op haar jaarvergadering op 31 maart in Utrecht de Leidraad VVD-gemeenteprogramma 2002-2006 vast. Het concept was voorbereid door de Commissie Gemeentepro­gramma 2002, die door het bestuur van de Bestuur­ders­vereniging was ingesteld en werd voorgezeten door M. van Haersma Buma (zie Jaar­boek 2000 DNPP, blz. 206). Het hoofdbestuur van de VVD keurde het program op 9 april goed.

coalitieperikelen

Binnen de paarse coalitie liepen in februari en maart de spanningen enigszins op. Anders dan D66 en PvdA wilde de VVD de begrotings­discipline (de bekende ‘Zalmnorm’) zo streng mo­gelijk hand­haven. Meevallers moesten niet worden uitgegeven aan zorg, politie en onder­wijs, maar al­leen aan de aflossing van de staatsschuld worden besteed. Gezien de oplopende in­flatie meende minister Zalm zelfs nog strakker aan zijn eigen norm te moeten vasthouden dan in de jaren negentig. Evenals haar coalitiepartners zou de VVD wel meer geld willen uit­trek­ken voor onderwijs, zorg en veiligheid, maar dan diende elders bezui­nigd te worden, met name in de uitgaven voor asielzoekers en arbeids­ongeschikten. Daarnaast kwam wrijving voor tussen Kok en Van Aart­sen, de liberale minister van Buitenlandse Zaken, over bevoegdheden in Europees ver­band. Van Aartsen voelde bovendien anders dan Kok weinig voor een discussie over de toe­komst van de Europese Unie. De positie van Van Aartsen werd overigens later in het jaar verder verzwakt door kritiek uit zijn eigen fractie. In december verweten de Tweede-Kamer­leden G. Wilders en F.W. Weisglas de minister een gebrek aan visie, vooral met be­trekking tot de problemen in het Midden-Oosten en zijn notitie over islamitisch radicalisme.

Ook binnen de VVD ging men nadenken over alternatieve coalities na de komende verkie­zingen. Politiek leider Dijkstal sloot in maart daarbij geen enkele (grote) partij uit, behalve GroenLinks vanwege de pro­grammatische verschillen. In mei scherpte hij zijn standpunt iets aan: als de PvdA de Zalmnorm zou willen loslaten, dan wilden de liberalen na de verkiezingen niet verder met de sociaal-democraten regeren. Dijkstal hoopte echter de paarse coalitie voort te kunnen zetten. Eén van zijn voorgangers, Wiegel, sprak in oktober een voorkeur uit voor een coalitie met CDA en D66.

algemene vergadering

Op 11 en 12 mei hield de VVD haar jaarlijkse algemene vergadering in Noordwijker­hout, met als thema ‘keuzevrijheid’. Het congres werd door een drietal bedrijven ge­sponsord. De con­gres­deelnemers konden op vrijdagmiddag en zaterdagochtend in workshops discussiëren over ruimtelijke ordening, internet, verkiezingscampagnes, een liberale krant, Europa en andere on­­derwerpen. Daarnaast werden op zaterdag­ochtend huishoudelijke zaken behandeld. De Belgische minister-president G. Verhof­stadt voorspelde als gastspreker op het congres dat de VVD na de verkiezingen de premier zou leveren. Partijvoorzitter Eenhoorn vroeg aandacht èn een financiële bijdrage voor de komende gemeenteraads- en Tweede-Ka­mer­verkiezingen. De aan­wezigen machtigden de partij om (in totaal) ruim 20.000 gulden van hun bank­rekening af te schrijven.

Dijkstal beschuldigde in zijn toespraak het CDA en de kleine christe­lijke partijen van on­ver­draagzaamheid ten aanzien van euthanasie. Vrijwel in één adem hekelde hij de intolerantie van islamitische voor­gangers (imams) die homoseksualiteit als een ziekte of afwijking bestre­den. Hij verzette zich in zijn toespraak onder het motto ‘geen vrijheid zonder verdraag­zaam­heid’ eveneens tegen het conservatieve cultuurpes­simisme dat ook in de VVD enige aanhang genoot. De vice-voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer, Balkenende, vond Dijk­stal in zijn aanval op de christelijke partijen veel te ver gaan. Van Dijke, fractievoorzitter van de ChristenUnie, verweet de liberale leider gebrek aan respect voor andersdenkenden (Trouw, 14 mei 2001). Soortgelijke kritiek uitte J. Livestro, voorzitter van de conservatieve Edmund Burke Stichting maar ook lid van de VVD. Dijkstal kaatste de kritiek na het congres terug: juist bij de christelijke partijen ontbrak het aan respect voor andersdenkenden. Ook de kritiek van conservatieven als Livestro, die hem een ‘surfplankliberalisme’ verweten, legde de libe­rale leider naast zich neer: “Ik beschouw mijzelf als grote conservatief, omdat ook ik nu nog teruggrijp op uitspraken van Thorbecke. Dus waar hebben we het eigenlijk over?” (Reforma­torisch Dagblad, 19 mei 2001). Wel erkende hij dat er binnen de VVD plaats was voor een conservatieve vleugel.

sponsoring

Ter aanvulling van de partijkas aanvaardde de VVD bijdragen van bedrij­ven (zie Jaarboek 2000 DNPP, blz. 147-149 en 203-204). Evenals in 2000 was het partij­congres ge­spon­sord door enkele bedrijven (Mer­cedes Benz, Van Lanschot Bankiers en het internet­bedrijf Iris). Daar­naast ging de partij ‘fundraising dinners’ organiseren waar gasten twee­honderd tot vijfhonderd gulden zouden betalen om met liberale be­windslieden aan tafel te zitten. Dit voornemen wekte kritiek op van PvdA-kamerleden en van de voorzitter van de Tweede Kamer, mevr. J. van Nieuwenhoven (overigens ook lid van de PvdA). Als eerste partij­afdeling liet Emmen een bijeenkomst mede financieren door drie bedrijven, die als tegenprestatie vertegenwoordigers mochten leveren voor een forum over het nieuwe be­lastingstelsel.

Máxima

Zelfs binnen de VVD zorgde de bruid van de kroonprins voor enige beroering. De Tweede-Kamerleden R. Luchtenveld en A.J. te Veldhuis verklaarden zich in mei, naar aanleiding van de indiening van de wet die toestemming voor het huwelijk zou geven, voorstanders van de titel ‘prinses’ voor de echtgenote van Willem-Alexander wanneer deze tot koning gekroond zou zijn. Oud-partijleider Wiegel vertolkte het gevoel van een meerderheid van het Neder­landse volk door te pleiten voor de titel ‘koningin’. Dijkstal vond deze discussie veel te voor­barig en wilde geen standpunt innemen in deze kwestie. Met de Toestemmingswet zelf had de liberale fractie geen enkel probleem.

afscheid Korthals Altes

Op 2 oktober trad F. Korthals Altes af als voorzitter van de Eerste Kamer. Hij had deze functie sinds maart 1997 bekleed. Volgens een in 1999 gemaakte afspraak tussen de grote partijen zou hij door een chris­ten-democraat worden afgelost, omdat het CDA toen de grootste fractie vormde in de senaat (zie Jaarboek 1999 DNPP, blz. 17). De advocaat Korthals Altes was partijvoorzitter geweest (1975-1981), minister van Justitie (1982-1989), lid van de Tweede Kamer (1989-1991) en van de Eerste Kamer (1981-1982 en vanaf 1991). In zijn afscheidsrede op 25 september leverde hij kritiek op de senaat, die te vaak het werk van de Tweede Kamer overdeed in plaats van zich te beperken tot controle op de wetgeving. Als voorbeeld noemde hij de beraadslaging over gemeentelijke herindelingsvoorstellen. Derge­lijke voorstellen zouden wellicht beter in besloten zittingen behandeld kunnen worden, om teleurstelling bij betrokken burgers te voorkomen.

Korthals Altes verliet ook de Eerste Kamer; hij werd opgevolgd door mevr. A. Broekers-Knol.

partijraden en andere bijeenkomsten

 Op 22 september hield de VVD een partijraad in Bussum om over de Mil­joenennota te spreken en de afgelopen kabinetsperiode te evalueren. Voorts kwamen ook de ge­volgen van de aanslagen op 11 september aan de orde. Op 17 november kwam de par­tijraad opnieuw bijeen in Bus­sum. Op de agenda stond het ontwerpverkiezings­program (zie hier­boven onder ‘ontwerpverkiezingsprogramma Tweede-Kamer­verkiezin­gen’). In zijn rede leverde Dijkstal kritiek op het najaarsoverleg tussen werkgevers, vakbeweging en regering.

De VVD organiseerde in 2001 een viertal themadagen. Op 24 februari vond een themadag over moderne biotechnologie plaats in Leiden, onder voorzitterschap van het Eerste-Kamerlid D. Dees, waaraan onder andere minister Jorritsma en leden van de Tweede Kamer en het Euro­pees Parlement medewerking verleenden. Op 21 april werd op Schiphol een themadag gehouden over liberalisering en verzelfstandiging van overheidsbedrijven, waarbij naast Jorritsma een aantal ondernemers het woord voerden. Op 6 oktober vond in Den Haag een discussie plaats over Europese vraag­stukken, naar aanleiding van de notitie De VVD en de Europese Unie, geschreven door W.F. van Eekelen, M. Patijn en J.G.C. Wiebenga en uitgegeven door de mr. H.R. Nordstichting (de nevenorganisatie van de VVD die zich met voorlichting vanuit libe­raal oogpunt over de Europese Unie bezig houdt). De notitie bevatte een overzicht van de standpunten van de partij over de verschillende aspec­ten van Europese integratie en de ontwikkeling door de jaren heen. Inleidingen werden verzorgd door Van Aartsen en F. Bolkestein, lid van de Europese Commissie en voormalig politiek leider van de VVD. Op 24 november hield de VVD een themadag over veiligheid in Rotterdam, waar onder anderen de Rotterdamse burgemeester I. Opstelten zijn visie gaf.

Op 29 oktober vond in Zeist een zogenoemd flitscongres plaats naar aanleiding van de notitie Naar een vitaal landelijk gebied, die was opgesteld door de partijcommissie Landbouw, Na­tuur­beheer en Visserij. Na de presentatie van de nota aan partijvoorzitter Eenhoorn gingen woordvoerders van landbouw- en milieuorganisaties in discussie met de Tweede-Kamerleden mevr. J.F. Snijder-Hazelhoff, J.M. Geluk en J.H. Klein Molekamp.

Op 7 november organiseerde de VVD in samenwerking met de Jonge­ren Organisatie Vrij­heid en Democratie (JOVD), de liberale jongeren­organisatie, een flitscongres in Amsterdam over ‘tolerantie ten opzichte van homoseksualiteit in het onderwijs’, waarbij de Tweede-Kamerleden C. Cornielje, mevr. E. Meijer en mevr. P. Remak in discussie gingen met be­trokkenen uit het onderwijs.

verwante instellingen en publicaties

De Tweede-Kamerfractie gaf een aantal nota’s uit. In mei verscheen van de hand van M. van den Doel: Investeren in de krijgsmacht. Tien voor­stellen van de VVD ten behoeve van het personeel van de krijgsmacht. Hierin werd meer aandacht gevraagd voor personeelsbeleid in het leger. In oktober publiceerde de fractie De herhaling doorbroken. Aanpak van recidive, waarin verschillende maatregelen werden voorgesteld om te voorkomen dat criminelen in her­haling vervallen. Het kamerlid mevr. B.M. de Vries schreef Belastingen in de 21e eeuw, een nota over de recente belastingherziening met een overzicht van het hele wetgevings­proces.

De JOVD hield een politiek congres op 31 maart en 1 april in Akersloot, waarop onder meer over kernergie, het huwelijk van de kroonprins en de nieuwe partij Leefbaar Nederland ge­sproken werd. Een tweede politiek congres vond plaats op 23 en 24 juni in Ugchelen bij Apel­doorn, met als hoofdonderwerp internationale politiek. Minister Van Aartsen sprak het congres toe en zat een workshop voor. Op 24 en 25 november koos het JOVD-congres in Goes een nieuwe voorzitter, R. Weide, en stelde een Politiek Kernpuntenprogramma vast.

De Prof.mr. B.M.Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, publi­ceerde op 20 november De extremistische variant van de islam van de hand van M. Wessels. De auteur pleitte voor een Neder­landse opleiding van imams en voor meer toezicht op radicale moslim-groeperingen en op scholen die vanuit Libië en Saoedi-Arabië gefinan­cierd worden.

De Organisatie Vrouwen in de VVD hield op 16 en 17 februari haar jaarlijkse congres in Wageningen. Het landelijk bestuur legde voorstel­len voor om de organisatie in de vorm van een Liberaal Vrouwen Net­werk te integreren in de VVD. In 2002 zou deze transformatie zich moeten voltrekken. Over het centrale thema, jeugdbeleid, werden inlei­dingen gehouden door onder meer minister van Justitie Korthals en Dijkstal. De volgende dag vonden paneldiscussies plaats over sociale en strafrechtelijke aspecten van jeugdbeleid.

De Haya van Somerenstichting, de scholings- en vormingsinstelling van de VVD, pas­te haar taakomschrijving aan de tijdgeest aan. Voortaan ver­zorgde zij geen ‘vor­ming en scholing’ meer, maar ‘opleiding en training’.

De VVD-Bestuurdersvereniging hield haar jaarvergadering op 31 maart in Utrecht, waar zij de leidraad voor het VVD-gemeenteprogramma vaststelde (zie hierboven onder ‘gemeente­raads­verkiezingen’) en dis­cussie voerde over lokale partijen en over de rechtspositie van gekozen gemeente- en provinciebestuurders. Haar jaarlijkse congres vond plaats op 2 en 3 november in Lunteren, met veiligheid als het centrale thema.

personalia

Op 2 januari overleed R. Braams, die van 1977 tot 1989 lid van de Tweede Kamer was geweest.

In april verliet M. Patijn de Tweede Kamer, nadat hij was benoemd tot Nederlands Permanente Vertegenwoordiger bij de NAVO in Brussel. Patijn werd in de Kamer opgevolgd door E. van Splunter

Op 11 mei nam mevr. R. Dijkman op de algemene vergadering van de VVD afscheid als hoofdredacteur van het partijorgaan Vrijheid en Democratie, nadat ze die functie twintig jaar had vervuld. Bij haar afscheid kreeg ze een bundel aangeboden met artikelen die ze in deze periode had geschreven.

Op 4 september overleed na een langdurige ziekte de econoom K. Groenveld, sinds 1983 di­recteur van de Teldersstichting, het weten­schappelijk bureau van de VVD. P.C.G. van Schie, wetenschappelijk medewerker van het bureau, volgde hem als directeur op.

Op 27 september werd B. Eenhoorn, voorzitter van de VVD, in Ljoebl­jana gekozen tot vice-voorzitter van de Europese Liberaal-Democrati­sche Partij (ELDR).

Op 9 oktober werd J.G.C. Wiebenga lid van de Raad van de State. Wiebenga was tot die tijd ondervoorzitter van het Europees parlement en voorzitter van de VVD-dele­gatie. In deze functies werd hij opge­volgd door respectievelijk mevr. P.C. Plooij-van Gorsel en J. Maa­ten. Zijn zetel in het Europees Parlement viel toe aan A.H. Vermeer, tot die tijd lid van de Provinciale Staten van Flevoland.

Laatst gewijzigd: 1 26-07-2012 09:39:44