Nieuw Solidair Ouderen Verbond partijgeschiedenis

Het Nieuw Solidair Ouderen Verbond (NSOV) werd in december 1997 opgericht door Martin Batenburg, die vier jaar eerder het initiatief had genomen voor het Algemeen Ouderen Verbond (AOV) en in 1995 namens deze partij in de Eerste Kamer was gekozen. Het AOV was in zijn ogen na de electorale doorbraak in 1994 ontaard door een toevloed van opportunisten en carrièrema­kers (interview Batenburg, 24 augustus 1998). Hoewel het NSOV een kleine Gideons­bende was van niet meer dan honderd leden, had het zich toch (in een aantal kieskringen) gewaagd aan deelname aan de Tweede Kamerverkie­zingen van 6 mei 1998.

Het NSOV omschreef zichzelf in zijn verkiezingsprogramma als een ‘organisatie van ouderen, die wil opkomen voor grote groepen van mensen in onze Neder­landse samenleving die het niet al te best hebben’. Als doelstelling noemde men vooral bevordering van ‘de kwaliteit van het le­ven’.

Batenburg zag als belangrijkste politieke problemen de be­staansonzeker­heid voor veel mensen, de gezondheidszorg die te duur en vaak ook te weinig menselijk was geworden, en het halfslachti­ge drugsbeleid in ons land. Om de bestaansonzeker­heid op te heffen stelde het NSOV een Solidari­teitswet voor, die een zeker inkomen zou bieden aan iedereen die althans bereid was tot werken. Langdurig werklozen die op basis van hun uitkering aan het arbeidsproces gingen deelnemen, zouden een ‘werkbonus’ bovenop hun uitkering krijgen. Wanneer zij tewerkgesteld werden in beveiliging, plantsoenendienst of thuiszorg, zouden ze bovendien de kwaliteit van het leven in het algemeen verhogen. Wat het drugsbeleid betreft, pleitte Batenburg voor legalisering èn ontmoedi­ging van drugsgebruik, aangezien het toch praktisch onmogelijk zou zijn gebleken drugs helemaal uit te bannen. Het huidige gedoogbeleid werkte echter verva­ging van normen in de hand, een vierde probleem waar het NSOV veel aandacht aan schonk.

Evenals het AOV sprak het NSOV zich niet uit voor een bepaalde ideologie, en sloot zich dus impliciet aan bij de dominante ideolo­gie. Batenburgs partij legde echter andere accenten: minder liberaal, meer sociaal. Dat zou een gevolg kunnen zijn van oppositie tegen het eerste kabinet-Kok, dat een iets liberaler beleid voerde dan zijn voorganger. Het zou ook kunnen samenhangen met de persoon van de lijsttrekker: de lijst van het AOV werd aange­voerd door een oud-VVD-lid, Jet Nijpels-Hezemans, die van het NSOV door Batenburg zelf. Zijn gedachtegoed zou men sociaal-conservatief kunnen noemen, wanneer men ‘conservatief’ niet verwart met ‘behou­dend’. Batenburg gaf ook blijk van verwantschap met de christelijk-sociale traditie, maar zijn ‘eerbied voor onze Schepper’ bleek meer algemeen-religieus dan christelijk geïnspi­reerd, zoals bijvoorbeeld bleek in zijn toespraak bij de Algeme­ne Politieke Beschouwingen van de Eerste Kamer op 14 november 1995 (Handelingen Eerste Kamer 1995-1996, 196-198).

Bij de Tweede Kamerverkie­zingen van 6 mei 1998 behaalde het NSOV nog geen 0,1 procent van de stemmen. Batenburg verliet in juni 1999 de Eerste Kamer. In november van dat jaar sloot hij zich bij het CDA aan. Hij overleed in juni 2002.

Laatst gewijzigd: 1 27-06-2012 16:23:51