Uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2006

Uit: P. Lucardie, M. Bredewold, G. Voerman en N. van de Walle,'Kroniek 2006. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2006' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2006 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2008), 15-104, aldaar 25-27.

uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2006

De opkomst, iets meer dan tachtig procent, was de hoogste sinds 1989. Kiezers hadden een ruimere keuze waar ze hun stem uit wilden brengen en konden vanuit het buitenland ook via internet stemmen. Zo’n 1.200 stem­computers waren ondeugdelijk bevonden en vervangen door het rode potlood. Met het oog op de toenemende kritiek op stemmachines werd in december de Commissie Besluitvorming Stemmachines in­ge­steld, bestaande uit oud-minister L.M.L.H.A. Hermans (VVD) en de Nij­meegse hoogleraar publiek-private samenwerking M.J.W. van Twist, die in 2007 rapport zou uitbrengen over de besluitvorming en risico’s van automatisering bij verkiezingen. In januari 2007 zou bovendien een com­missie onder leiding van oud-minister F. Korthals Altes de hele inrich­ting van het verkiezingsproces onder de loep nemen.

De uitslag bevestigde globaal de trend die opiniepeilingen aangaven, maar bevatte ook enkele verrassingen. Alle regeringspartijen leden ver­lies, ondanks het herstel van de economie in 2006. Het CDA, dat in de peilingen aanvankelijk ver achterliep bij de PvdA, wist uiteindelijk het verlies echter te beperken tot drie zetels en werd zodoende toch opnieuw de grootste partij (zie tabel). De PvdA – de grootste opposi­tiepartij – leed het grootste verlies (negen zetels) en werd tweede, ter­wijl zij volgens de peilingen eerder in het jaar meer dan vijftig zetels had kunnen halen. De sociaal-democraten verloren vooral kiezers aan de SP, die dan ook de derde partij in het land werd. De Socialisten trokken overigens ook veel voormalige niet-stemmers naar de stemlokalen – 31 procent van hun kiezers, volgens peilingen bij de stembureaus (exit-polls), terwijl 24 procent in 2003 PvdA had gestemd, vier procent GroenLinks en 23 procent op een niet-linkse partij (de Volkskrant, 23 november 2006). De VVD verloor meer dan verwacht (zes zetels), vooral aan het CDA (achttien procent) èn aan de PVV geleid door ex-VVD-er Wilders (acht procent). Deze werd daarmee in één keer de vijfde partij van het land, tot verrassing van de meeste opiniepeilers. Ze trok overigens ook veel niet-stemmers (43 procent volgens de exit-poll) en LPF-kiezers (24 procent). Opvallend was het succes in Limburg, waar Wilders vandaan kwam en waar zijn nieuwe fractiegenoot D.J.G. Graus voor TV Limburg een ‘docu-soap’ had laten maken getiteld ‘Wild, Wilder, Wilders’. De LPF verdween uit de Kamer. GroenLinks verloor één zetel, D66 drie. Een duidelijke winnaar was de Christen­Unie, die haar zeteltal verdubbelde. De tweede nieuwkomer in de Kamer – naast de PVV – was de Partij voor de Dieren (PvdD), die van vrijwel alle partijen stemmen wist af te snoepen – niet alleen van D66 en GroenLinks, maar ook van LPF, SP, CDA, PvdA en VVD. Naast de PVV en de PvdD hadden nog dertien partijen gepoogd hun entree in de Tweede Kamer te maken, maar zonder succes (zie hierover de bijdrage van A.P.M. Lucardie elders in dit Jaarboek).

De uitslag werd niet alleen geduid als een nederlaag voor de regerings­partijen, maar ook als ‘vlucht uit het midden’ – uit behoefte aan meer duidelijkheid in de politiek – en als een overwinning van ‘de provincie’ of (nog onvriendelijker) ‘de boeren’ op ‘de stad’. Kosmopolitische en pro-Europese partijen als D66, GroenLinks en (in mindere mate) PvdA en VVD verloren van partijen als SP, PVV en ChristenUnie die Neder­land meer wilden beschermen tegen invloeden van buiten. Deze mening werd onder meer verdedigd door de oud-hoogleraar politicologie (en oud-senator voor de PvdA) J.Th.J. van den Berg (NRC Handelsblad, 23 november 2006). Anderen, zoals de oud-hoogleraar sociologie J.A.A. van Doorn, meende dat de kiezers dermate grillig en door peilingen en trends beïnvloedbaar waren geworden dat elke rationele interpretatie onmogelijk was (Trouw, 25 november 2006).

tabel uitslag Tweede Kamerverkiezingen 2006 

 

2003

2006

 

%

zetels

%

zetels

CDA

28,6

44

26,5

41

PvdA

27,2

42

21,2

33

SP

6,3 9 16,6 25

VVD

17,9

28

14,7

22

PVV      -

       -

   5,9

9

GroenLinks

5,1

8

4,6

7

ChristenUnie

   2,1    3    4,0    6

D66

4,0

6

2,0

3

PvdD

      -     -    1,8    2

SGP

1,5

2

1,6

2

LPF 

   5,6    8    0,2    0

Overige

1,7

0

0,9

0

Totaal

100,0%

150

100,0%

150

Opkomst

80,0%

 

80,4%

 

Bron: Kiesraad, Den Haag, 2006 (www.verkiezingsuitslagen.nl)

De nieuwe Kamer telde even veel vrouwen als de oude (55) en bijna evenveel Kamerleden van buitenlandse afkomst (twaalf in plaats van der­tien). De van oorsprong Turkse mevr. F. Koser Kaya, die door D66 op de zesde plaats was gezet maar steun had gekregen van Turks Forum omdat zij zich niet wenste uit te spreken over de Armeense genocide-kwestie, won bijna 35.000 voorkeurstemmen en verdrong daardoor de derde kandidaat op de lijst, A.D. Bakker, uit de Kamer. Verdonk, die na een felle strijd om het lijsttrekkerschap met de tweede plaats op de lijst van de VVD genoegen had moeten nemen, kon een gevoel van triomf niet onderdrukken toen bleek dat zij meer stemmen had gewonnen dan haar rivaal Rutte: 620.555 respectievelijk 553.200 (zie verder in deze Kroniek onder VVD). Dat een lijsttrekker minder stemmen haalde dan een andere kandidaat was uniek in de electorale geschiedenis van Nederland.

Laatst gewijzigd: 1 10-07-2012 11:06:08