PVV jaaroverzicht 2006

Uit: P. Lucardie, M. Bredewold, G. Voerman en N. van de Walle,'Kroniek 2006. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2006' in: G.Voerman (red.), Jaarboek 2006 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (Groningen 2008), 15-104, aldaar 61-65.

inleiding

De Partij voor de Vrijheid (PVV) die voortkwam uit de Groep-Wilders maakte in 2006 een vliegende start: negen maanden na de oprichting won ze negen zetels in de Tweede Kamer. Aan de gemeenteraadsver­kiezingen nam ze niet deel – dat was immers niet goed mogelijk voor een partij waarvan slechts één persoon lid was.

oprichting

In september 2004 had G. Wilders de Tweede-Kamerfractie van de VVD verlaten en een eigen fractie gevormd, de Groep-Wilders (zie Jaarboek 2004 DNPP, blz. 98-99). In 2005 begon hij een eigen partij – of liever: ‘volksbeweging’ – op te bouwen, voor zover zijn situatie als permanent bedreigde en dus dag en nacht bewaakte politicus dat toeliet (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 56-58). Op 22 februari 2006 schreef Wilders zijn nieuwe partij in bij de Kiesraad onder de naam ‘Partij voor de Vrijheid’ (PVV). De naam deed denken aan de Partij van de Vrijheid (PvdV) die in 1946 werd opgericht en in 1948 opging in de VVD. In de ogen van Wilders was de PvdV de laatste zuivere liberale partij, omdat de VVD daarna een sociaal-liberale koers ging varen (de Volkskrant, 23 februari 2006). De PVV zou voorlopig een partij zonder afdelingen en zelfs bijna zonder leden blijven. Formeel waren er twee leden: Wilders zelf en de door hem eerder opgerichte Stichting Groep-Wilders. Dankzij deze merkwaardige constructie telde de PVV formeel twee leden en voldeed daarmee aan de eisen van de wet. Wilders wilde geen andere leden toelaten, waarschijnlijk uit vrees voor de heftige conflicten en chaotische taferelen die veel nieuwe partijen (zoals de LPF) naar de ondergang hadden gevoerd. Wel zou de PVV donateurs en vrijwilligers gaan werven.

Met de registratie van zijn partij maakte Wilders duidelijk dat hij weinig heil zag in samensmelting met de groep ‘fortuynisten’ die onder leiding van M.G.T. Pastors (fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam) en B.J. Eerdmans (in 2003 voor de LPF in de Tweede Kamer gekozen maar sinds 2004 onafhankelijk) eveneens een nieuwe partij ter rechterzijde van de VVD wilden opbouwen. Deze groep zou vervolgens EénNL oprichten, maar geen zetels in de Tweede Kamer halen. Dat deed even­min de door oud-minister H.P.A. Nawijn geleide Partij voor Nederland, waarmee Wilders ook niet wilde samenwerken (zie ook het artikel van A.P.M. Lucardie in dit Jaarboek).

Spruyt

Deze Alleingang van Wilders was uiteindelijk voor B.J. Spruyt aanlei­ding om in augustus af te haken. Spruyt was in 2005 als directeur van de conservatieve Edmund Burke Stichting met zijn bestuur in conflict gekomen vanwege zijn samenwerking met Wilders (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 58). In januari 2006 had hij zich geheel in dienst gesteld van de PVV. Spruyt zou naar verwachting de tweede plaats op de kandida­tenlijst krijgen. Hij had voor de andere kandidaten enkele trainingen verzorgd en een belangrijke bijdrage geleverd aan publicaties van Wil­ders, zoals diens Onafhankelijkheidsverklaring (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 57).Daaraan hadden volgens Spruyt overigens ook Pastors en Eerdmans in het geheim meegewerkt (Nederlands Dagblad, 18 augustus 2006). 

Deense spotprenten

Op 1 februari nam Wilders de omstreden Deense spotprenten van de profeet Mohammed in zijn website op, ‘uit solidariteit met de Denen’ (de Volkskrant, 2 februari 2006). Een imam en een aantal moslimorga­nisaties deden vervolgens aangifte wegens godslastering, maar tot een proces kwam het niet.

programma Tweede-Kamerverkiezingen

Op 21 maart presenteerde Wilders zijn partijprogramma genaamd Klare wijn, tegelijk met een ideologisch manifest, getiteld Een nieuw-realisti­sche visie. De meeste aandacht trok het voorstel in Klare wijn om het discriminatieverbod uit de grondwet te schrappen en in artikel 1 vast te leggen dat de joods-christelijke en humanistische tradities de ‘domi­nante cultuur’ in Nederland vormen. Daarnaast streefde de PVV naar een strenger integratie- en immigratiebeleid, een veel kleinere overheid en een (daardoor mogelijk gemaakte) forse belastingverlaging, strengere straffen voor criminelen, en meer directe democratie: niet alleen burge­meesters en de minister-president zouden direct gekozen moeten wor­den, maar ook rechters en politiechefs. Het programma oogstte weinig lof bij andere partijen. PvdA-leider Bos sprak van ‘oude wijn in oude zakken’; volgens Van der Laan, de fractievoorzitter van D66, zou Wil­ders ‘terug in de tijd’ willen (Trouw, 22 maart 2006). Zelfs Pastors vond het programma te radicaal.

Op 25 augustus werd het beknopte Verkiezingspamflet gepresenteerd, dat voortbouwde op Klare wijn en op eerdere programmatische geschriften. De komende vijf jaar zouden geen nieuwe moskeeën en islamitische scholen meer gebouwd mogen worden en geen immigran­ten uit niet-westerse landen – in de praktijk veelal moslims – toegelaten worden. Dubbele nationaliteit zou verboden moeten worden. In oktober en november presenteerde de PVV achtereenvolgens een ‘Criminali­teitsplan’ en een ‘Onderwijsplan’, waarin het verkiezingsprogram ver­der uitgewerkt werd. In het onderwijs wilde de PVV meer discipline invoeren en de ambachtsschool herstellen.

kandidaatstelling Tweede-Kamerverkiezingen

Wilders had al in 2005 een begin gemaakt met de selectie van kandida­ten voor de Kamerverkiezingen, die toen nog in 2007 werden verwacht (zie Jaarboek 2005 DNPP, blz. 57). Op 25 augustus presenteerde hij zijn kandidatenlijst. Het waren letterlijk zijn kandidaten: feitelijk was hij immers het enige lid van de PVV en dus de enige die kandidaten kon aanwijzen. Vanzelfsprekend voerde Wilders de lijst aan. Nummer twee was mevr. M. Agema, een architect die in 2003 voor de LPF in de Pro­vinciale Staten van Noord-Holland gekozen maar sinds maart 2004 – na een conflict met het partijbestuur – onafhankelijk Statenlid was (zie Jaarboek 2004 DNPP, blz. 68). Ze bood Wilders bij de presentatie bokshandschoenen aan voor de verkiezingssstrijd. Van de overige kan­didaten beschikten alleen B. Madlener en mevr. H.A.M. Boot, respec­tievelijk nummer zeven en dertien, over enige politieke ervaring: zij waren gemeenteraadslid (geweest) voor respectievelijk Leefbaar Rotter­dam en de VVD in Heerenveen. Nummer drie was R. de Roon, advo­caat-generaal bij het gerechtshof van Amsterdam, en nummer vier H. Brinkman, politie-inspecteur in dezelfde stad.

campagne Tweede-Kamerverkiezingen

In de campagne legde de PVV de nadruk op de gevaren van de islam. Op 7 oktober trok Wilders veel aandacht met zijn waarschuwing voor een ‘tsunami van islamisering’ die Nederland dreigde te overspoelen als het vreemdelingenbeleid niet gewijzigd zou worden (de Volkskrant, 7 oktober 2006). Niet-westerse allochtonen zouden een assimilatiecon­tract moeten tekenen waarin ze beloofden zich aan te passen aan de dominante cultuur in Nederland – en anders het land verlaten. Wilders oogstte veel kritiek van andere partijen; SP-leider Marijnissen noemde de uitspraken ‘onsmakelijk’; de PvdA sprak van een ‘wanhopige poging om aandacht te trekken’; D66-lijsttrekker Pechtold vond de vergelijking met een natuurramp ‘misselijkmakend’ (de Volkskrant, 7 oktober 2006). Later zou hij Wilders in lijsttrekkersdebatten zeer scherp hierop aan­vallen en als ‘extreem-rechts’ in de hoek zetten, waarna de PVV-leider Pechtold verweet hem te demoniseren. Pastors, lijsttrekker van EénNL, die zich eerder eveneens nogal kritisch over de islam had uitgelaten – waardoor hij moest aftreden als wethouder van Rotterdam – distanti­eerde zich ook van Wilders en verweet hem een hele religie te discrimi­neren.

Naast de gebruikelijke televisieoptredens reisde Wilders met een bus het land door, zoals hij ook in 2005 had gedaan in zijn campagne tegen de Europese grondwet. Hij werd nu veelal vergezeld door andere kandida­ten en een aantal vrijwilligers – en natuurlijk van een groot aantal beveiligers, omdat hij nog steeds bedreigingen ontving. Omringd door lijfwachten deelde hij op marktpleinen en in winkelstraten folders uit. Twee vrijwilligers die affiches voor de PVV plakten, werden op 27 oktober aangevallen en mishandeld in Den Haag. Volgens Wilders waren de daders van Marokkaanse afkomst.

De kosten voor de campagne werden gedragen door donateurs. De PVV voldeed in de verste verte niet aan de minimumeis van duizend leden (volgens de nieuwe regeling; zie in deze Kroniek onder ‘hoofdmomen­ten’) en kon derhalve geen recht op subsidie laten gelden. Over 2005 had de Groep-Wilders overigens (op grond van de oude regeling) wel subsidie kunnen krijgen, maar verzuimd deze op tijd aan te vragen – waarschijnlijk ten gevolge van een misverstand.

uitslag Tweede-Kamerverkiezingen

De uitslag bleek voor de PVV gunstiger dan de meeste peilingen voor­zien hadden. De partij trok volgens het Nationaal Kiezersonderzoek vooral kiezers die in 2003 nog LPF hadden gestemd of helemaal niet gestemd hadden, en in mindere mate ook kiezers van VVD en CDA. De PVV deed het vooral goed in het Zuiden – in Wilders’ geboortestad Venlo achttien procent – en onder jongeren, mannen, kleine zelfstandi­gen en laag opgeleide kiezers.

Graus

In december kwam het Tweede-Kamerlid D.J.G. Graus, zesde op de lijst van de PVV, in opspraak. Hij zou twee vrouwen (waarmee hij een rela­tie had of had gehad) hebben bedreigd, hinderlijk gevolgd (gestalkt) en mogelijk mishandeld, maar was daar nooit voor vervolgd. Bovendien zouden zijn uitspraken over zijn verleden in het bedrijfsleven vaak niet kloppen, evenmin als zijn declaraties in die periode. Graus had als pro­grammamaker voor TV Limburg een serie uitzendingen gemaakt onder de titel ‘Wild, Wilder, Wilders’ die mogelijk hebben bijgedragen aan het opvallende succes van de PVV in Limburg. Wilders liet zijn fractie­genoot niet vallen. Graus kondigde aan in januari 2007 op de beschuldi­gingen te zullen reageren. 

 
Laatst gewijzigd: 1 26-11-2020 15:49:02